Op zijn zesde jaar kreeg onze Tom de eerste pet van zijn Moeder en op
zijn dertiende, de tweede. Daartusschen, heeft hij alle, en het waren er
vele, als zondeboeten uit zijn spaarpot moeten betalen.
Pet I, was in de gracht gewaaid. Pet II was onder het woeste vechten,
door den vijand verscheurd. No. 3, had hij, gebukt over het portier van
den trein, die in volle vaart reed, laten vallen enz. enz.
En wat had hij niet al meer moeten vergoeden! Het repareeren van de
pendule, nadat hij om den verplichten tijd van het pianostudeeren wat te
bekorten, den grooten wijzer een te fikschen draai had gegeven, een
gegoten paraplustandaard, dien hij voor zijn acrobatentoeren had
misbruikt enz., te veel om op te noemen. Bij elken verjaardag en voor
een goed schoolrapport, werd zijn spaarpot wel weer wat aangevuld, maar
deze werd allengs voelbaar lichter. Om de illusie voorloopig gaande te
houden, verhielp hij dit gebrek, door het zilvergeld te verkoperen. Zoo
rammelde zijn spaarpot zelfs nog meer dan die van de andere kinderen,
hoewel arme Tom met zijn scherp ontwikkelde zintuigen, het klankverschil
daarbij pijnlijk opmerkte. Edoch, terecht overdacht Tom hier, zoolang er
leven is, is er hoop. Nog meer optimistisch tegenover de toekomst dan
het doorsnee-kind, vergat Tom na elke uitbetaling heel gauw, dat zijn
bezit kwijnde. Hij bekommerde zich slechts om den spaarpot op het
oogenblik, dat er een schadebetaling plaats had. Ze waren werkelijk
droeve momenten voor Tom, vol spijt en goede voornemens.
Luchthartige naturen als hij, moeten ter genezing van hun defect, tot
meer intense gevoelens gewekt worden door de straf.
Na zes jaar kreeg Vader ten slotte die aanwijzing.
Moeders veertigste verjaardag was op handen. Reeds een maand tevoren
vergaderden de kinderen van zes, acht, negen en onze elfjarige Tom elk
vrij oogenblik, om dien dag extra te vieren. Ze waren vol ideeën. Ze
wisten zoo goed, waarmede ze hun lief Moedertje blij zouden maken. Tom,
de aanvoerder, had de meest royale voorstellen. Hij wilde bloemen èn een
cadeautje geven. Ze mochten van Vader alles zelf bedisselen. Op een
middag, toen Moeder was uitgegaan, trokken ze gezamenlijk naar Vader om
voorschot en de geheele financieele questie met hem te regelen, want de
plannen stonden nu vast.
Stelt u Tom's grooten schrik voor, toen hij na alle krachten beproefd te
hebben op het door hem in opwinding ten slotte ontzielde varken, daaruit
slechts dertien en een halven cent vermocht te putten, terwijl de zusjes
en het broertje maar hadden te grasduinen in hun overvloed.
Vader maakte van dit voorval gebruik.
Hij vond het van zelfsprekend, dat Tom Moeder op geenerlei wijze kon
verrassen. De zusjes mochten hem niet bijstaan. Trouwens onze fiere Tom,
zou dat niet geduld hebben. Moeder een cadeautje geven van een andermans
geld. Hij liep eenige dagen in zak en asch rond en kon geen uitkomst
vinden.
(Moeder was door Vader inmiddels ingewijd). Op een avond, toen Tom reeds
op bed lag, riep hij Vader bij zich. Onder heete tranen vroeg hij hem om
raad.
"Je kunt het alleen nog door een groot offer goed maken," opperde vader.
"Over veertien dagen moet ik f 2.50 betalen voor een kwartaal
lidmaatschap van de korfbalclub. Ontzeg je dat genoegen en geef Moeder
van dat geld een cadeautje. Zeg den jongens, dat ik het geschikter
vind, dat je een poos niet medespeelt." Het was een offer zoo groot,
haast niet om te dragen voor een jongen van elf jaar en sportliefhebber
als onze Tom. Zonder te aarzelen nam hij het voorstel echter aan. Na
dien tijd is er een ernstige verbetering ingetreden in zijn onbesuisd
gedrag. De spaarpot wordt nog maar alleen aangesproken voor zijn
genoegens.
We mogen nooit laksheid bij de opvoeding betrachten. Vinden we niet
spoedig het juiste pad, laten we verschillende bewandelen en geen
sleurgangetje gaan.
Die zoekt, die vindt.
* * * * *
=Naschrift.= Dit laatste is zeer waar. Intusschen zou ik wel gaarne het
oordeel van anderen over het hier geschetste opvoedingssysteem vernemen,
dat mij, zoo oppervlakkig beschouwd, niet vrij schijnt te zijn van een
zeker mercantilisme. Alhoewel het mij toch ook herinnerde aan het
volgend voorval uit mijn eigen leven. Mijn twee bengels van 11 en 12
jaar, met wie ik, destijds weduwnaar, de slaapkamer deelde, hadden de
gewoonte hun schoenen altijd zoo slordig buiten de deur te zetten, dat
ik er iederen avond over struikelde. Vermaningen noch straffen hielpen,
zelfs niet het in den slaap wekken en uit hun bed halen van de beide
boosdoeners. Totdat ik mij op een dag in een bui van gemelijkheid liet
ontvallen: "als het nu nog eens gebeurt, zal ik inhouden van je
weekgeld" (dat niet meer dan eenige centen bedroeg!). Het was mij geheel
ondoordacht ontvallen, maar het merkwaardige feit was, dat het euvel
plotseling en voor goed ophield. Tot op den huidigen dag heb ik niet
begrepen, wat eigenlijk die miraculeuze werking veroorzaakt heeft.
(Sedert ik dit schreef, verzekerde mij een ervaren opvoeder, dat 't geld
inderdaad vaak een merkwaardigen, haast mysterieuzen indruk op kinderen
maakt, en dat hij ook in zijn eigen huis met zeer kleine boeten
wonderbare resultaten bereikt. Hebben meer lezers ervaringen op dit
gebied?)