Het is met groote Hansen lastig kersen eten, maar met kleine kinderen
niet minder.
Corrie is bijna drie jaar, een slimmerdje. Ik ben bij het kleine meisje
gelogeerd.
Volgens Moeder leert ze alles met een merkwaardig gemak.
"Corrie kan dit jaar nu wel zonder hulp kersen eten, ik doe er de pitten
niet meer voor haar uit."
Theoretisch zoo mooi.
Ze leert haar: Steeltje in de hand nemen, daarna de kers in den mond
brengen, voorzichtig de helft der vrucht van de pit eten, de kers uit
den mond halen, het steeltje er uit doen en op het schoteltje leggen, de
ontvleeschde pit in het handje nemen en de rest oppeuzelen. Moeder
_doet_ het eenige malen voor en Corrie _zegt_ het keurig na.
--Moeder is blijkbaar nog niet doordrongen van het groote onderscheid
tusschen _kennen_ en _kunnen_. Ze schijnt ook niet te weten dat het een
verkeerd en dus ongeoorloofd middel is, kinderen door bang maken, tot
een juiste handeling te brengen, anders zou ze stellig haar volgend
commentaar achterwege hebben gelaten.--
"Je moogt de pit nooit in den mond hebben zonder ze vast te houden en
ook niet afzuigen, nadat je de vrucht ervan hebt gegeten, want ze kan
naar binnen glijden en dan gaat er een kerseboom in je buikje groeien",
plaagt ze.
Corrie zet een onverschillig en tegelijk ernstig gezicht. Ze gelooft er
niet zoo heel veel van, maar...... Moeder zei het zoo rustig......
Moedertje weet het altijd wel, dat had ze ervaren.
"En _groote_ menschen dan, Moedertje, die doen toch ook de kers in den
mond zonder haar vast te houden."
"Als je _groot_ bent, dan kun je dat ook!"
--Moeder liet haar eenige kersen eten, ging weer aan het werk in de
kamer en liet Corrie zich oefenen, in wat Moeder haar reeds eigen
dacht.--
En...... Corrie probeerde...... de hartstochtelijke begeerte van "het
kind" te bevredigen: _ook groot_ te zijn, met het haast natuurlijke
gevolg, dat de pit, den slokdarm binnenvloog.
Ze schreeuwde het uit, doodsangst beving het kind, ze wilde wegvluchten,
maar werd door Moeder tegengehouden.
Het was aangrijpend het kind in die hevige opwinding te zien, die Moeder
niet tot bedaren wist te brengen. Ze had het immers zelf verklaard "er
zou een kerseboom in haar buikje groeien."
Bij ingeving liep ik op het kind toe met een kers in de hand, slikte die
in één oogenblik _met_ de pit naar binnen, uitroepende "lekker gefopt,
dom kind, lekker gefopt!!" en begon uitbundig te lachen.
Mijn comediespel bracht plotseling de gewenschte reactie. Corrie lachte
zenuwachtig mede.
Daarna bracht ik het kind, door het af te leiden, spoedig tot geheele
kalmte.
Laten opvoeders(sters) altijd bedenken, dat ze zelfs op het meest
intelligente _kleine_ kind in _ernstige_ zaken nooit _rekenen_ mogen
vanwege het ongelijkmatige, het onverwachte, het impulsieve, dat _elk_
kind in meerdere of mindere mate eigen is.
We moeten het kind bewaken van oogenblik tot oogenblik en bovenstaande
leering, waar we dit kunnen, vooral de Moeders "uit het volk" trachten
bij te brengen. Vele ongelukken, in onbewaakte oogenblikken, zouden niet
meer plaats vinden, wanneer het bovenstaande door haar bedacht werd,
door deze Moeders, die het kind als alle Moeders liefhebben.
* * * * *
=Naschrift.= Ik vind in dit schetsje het schrikaanjagen en dan nog wel met
zoo'n ouderwetsch middel, het ergste. Een kersepit doorslikken is zoo
verschrikkelijk niet. De kinderen altijd en overal bewaken, _kunnen_ we
eenvoudig niet. Maar wie het kind wat leeren wil, moet altijd iets
_wagen_. Taak van den opvoeder is, te weten wat hij (zij) waagt en of
dat niet te veel is.
Voorts komt het mij voor dat moeders misrekening vooral daarin school,
dat zij niet genoeg rekening had gehouden met de natuurlijke zucht van
het kind om "groot" te worden en al vast "groot te doen", en niet
begrepen had, dat zij door haar domme vermaning die zucht juist opwekte
en prikkelde.