Reeds een paar jaar lang geef ik Riekje Zondagmorgen van elf tot twaalf
pianoles. Op verlangen van de beide kinderen, mijn leerlingetje van tien
jaar en een driesten knaap van ruim zeven, blijf ik dan bij hen
koffiedrinken. Daarna gaan we "en familie" naar Artis. Dat vinden we
allemaal echt genoegelijk. Vader is een ingewijde. Hij leert ons de
belangrijkste kleinigheden omtrent de daar aanwezige dieren en planten.
En op zoo een gezellige wijze. Het eene dienstmeisje, dat dan niet haar
vrijen dag heeft, mag toch 's middags een paar uren uitgaan. De familie
eet maar wat later dan gewoonlijk en meestal eenvoudig. Een kind met
"thuis blijven" te straffen is dus niet mogelijk, zonder een ander
eveneens te treffen. Dat doorvoelt ons baasje heel goed. Hij vreest dien
dag niets en neemt het waar. Hij doet heelemaal zijn best niet.
Huug is een robbedoes. Wanneer het weer het maar eenigszins toelaat, is
hij 's morgens in den tuin. Hij leeft daar geheel vrij. Hij klimt in den
boom, spit, wroet, harkt in zijn tuintje, en is dan geen goede kleeren
nut.
Voor de koffie frischt Moeder hem zóóver op, dat hij daarna nog zelf op
zijn kamer andere kousen en schoenen heeft aan te doen en zich in het
wandel-matrozenpak moet steken, werk, dat een flinke jongen als hij,
keurig in tien minuten verrichten kan.
Ik ben nu reeds zes Zondagen getuige geweest van de moeite, die de
jongen den ouders veroorzaakt.
Allen staan gelaarsd en gespoord bij de voordeur als Huug gewoonlijk
nog bezig is met zijn toilet.
Dreigen, straffen, niets heeft geholpen.
"Ik kàn heusch niet gauwer", verdedigt hij zich met een overtuiging, die
een ander kan doen gelooven, dat het hem nooit zou lukken.
Moeder zegt nu voor het eerst, dat hij bij Johanna thuis moet blijven,
wanneer hij niet binnen vijf minuten klaar is.
Huug gelooft er blijkbaar niets van. Hij gaat zich quasi haasten, maar
schiet niet op.
Ik ben op Moeder's verzoek in de kamer bij hem gebleven. Ze hoopt, dat
ik het op eene of andere manier met hem zal klaar spelen.
"Arme jongen! Je moet je zoo haasten. Ik geloof wel, dat je je werkelijk
niet gauwer kùnt aankleeden. Weet je in _hoeveel_ tijd ònze Nol zich
verkleedt na de koffie?" vraag ik.