XIII OPRECHTHEID *

We logeerden eenige zomers na elkaâr in hetzelfde hotel. Lien en ik.

Als gevolg daarvan moest ik den St. Nicolaastijd bij mijn vriendinnetje

doorbrengen.

Ik verwerkte dan haar heele verlanglijst, die quantitatief enorm, maar

qualitatief heel gemakkelijk te vervullen was.

Lien is een kleine vleister. Ze maakt het soms _te_ bont. Het ontaardt

dan tot een onoprechtheid, die zeer onaangenaam aandoet en nog tot

mindere karaktertrekken kan leiden.

Ze is reeds tien jaar. Lien is overigens een leuke guit. Weken voor St.

Nicolaas hebben we het beiden altijd heel druk.

De vooruitzichten tot de feestviering waren het eerste oorlogsjaar

echter niet gunstig. De prijzen stegen enorm, zelfs van kleinigheden.

Daarom waarschuwde ik Lien, dit jaar er niet zooveel voor te kunnen doen

als andere jaren.

"O, dat hindert niets, dan geeft u mij maar één cadeautje of niets."

"Nu, één cadeautje wil ik wel vast beloven. Maak dan maar een lijstje

van boeken. Ik kan er dan wel een uit kiezen. Vallen de omstandigheden

mede, dan krijg je er wel een chocoladeletter bij."

"Heerlijk!" Zij sprong in de hoogte.

Hoe meer ik het betreurde haar niet zóó te kunnen verrassen, hoe

opgewekter Lien bij de mededeeling werd. Ze liet echter geen dag voorbij

gaan of ze noemde iets, dat ze zoo _heel_ graag gehad zou hebben, als

die nare oorlog niet was gekomen.

Eenige dagen voor strooiavond kwam Lien uit school vroolijk bij mij

binnen springen, uitroepende: "De andere kinderen op school vieren

gewoon St. Nicolaas als vroeger."

Met een ernst, waaraan niet te twijfelen viel, zei ik: "_Jij_ bent een

verstandig meisje. Je hebt het goed gevonden, dit jaar enkel een boek te

krijgen. Een volgend jaar dan dubbel, hè Lien?"

Dikke tranen rolden eensklaps over haar wangen.

"Wat is er Lien? Je doet me schrikken!"

"Ik heb het niet _echt_ gemeend", snikte ze, "en heb het daarom maar

goed gevonden."

"Dat is heel erg jammer. Die teleurstelling heb je je zelf te wijten. Ik

kan nu niets meer verzorgen. Misschien kan mijn zuster nog wat lekkers

uit Amsterdam sturen. Ik zal het haar schrijven. Breng den brief dan

maar dadelijk op de post." (Hij bevatte heel andere berichten.)

Ze vloog er mede weg.

(Ik deed dit, om het kind eenigszins uit haar waarlijk diep droevige

stemming te halen.)

St. Nicolaas ontving ze haar geheele mondeling opgestelde lijst.

Lien was nu nog dankbaarder, nog meer verrast, nog gelukkiger bij elk

pakje, dat ze ontvouwde. Bij de apothéose, het hoofdcadeau pakte ze me

hartelijk en zei: "Het ware zulke nare dagen, de laatste, maar ik heb de

straf wel verdiend. Ik zal voortaan oprecht zijn."

Lien heeft woord gehouden.

Ze is nu werkelijk een allerliefst meisje geworden.

Paedagogische Overwegingen · 第 23 / 57 题