Voetnoten

[84] Men denke hier om een krijgslist als van den éénen Horatius tegen

de drie Curiatiussen.

[85] Dit moet verklaard worden uit de Grieksche opvoeding, daar ieder

in zijne jeugd in de gymnasiën onderwijs kreeg in al wat tot de

ligchaamsoefeningen behoorde.

[86] Hoezeer het schaakspel in dien vorm, waarin wij het bezitten,

waarschijnlijk aan de ouden onbekend was, moeten zij toch iets

dergelijks gehad hebben. Zie onder anderen _Saleii Bassi panegyricus in

C. Calpernium Pisonem_, vs. 178-196. _Martialis Epigramm._ VII. LXXII.

[87] Deze uitspraak wordt schijnbaar door de ondervinding

tegengesproken, daar kinderen van dezelfde ouders dikwijls een geheel

verschillenden weg inslaan; maar zoo men in het oog houdt, dat bij

opvoeding niet alleen aan den invloed der ouders, maar ook aan dien der

omstandigheden gedacht moet worden, en dat ~Plato~ ook die laatsten zoo

veel mogelijk wilde regelen, en ze dus hiermede op het oog heeft, zal

men ligtelijk toestemmen, dat het hier gezegde waarheid behelst.

[88] Dit past nergens beter dan op eene democratie, waarin, zoo als in

Athene, het gemeen den boventoon heeft.

[89] ~Plato~ volgt hier nog de oude voorstelling, die hij in de _mythe_

achter den _Phaedo_ heeft verlaten. Volgens die voorstelling was de

aarde plat, en lag Delphi juist in het midden, hetgeen ~Zeus~ had

ontdekt, door twee arenden één van het Oosten en één van het Westen met

gelijke snelheid te laten vliegen en op te merken, waar zij elkander

ontmoetten, hetgeen juist te Delphi gebeurde. Verder ziet men hier

duidelijk, dat, hoezeer ~Plato~ eigenlijk Monotheist was, hij de vormen

van godsvereering, die hij gevonden had, wilde beschouwen, het ieder

vrij latende, daarbij het zijne te denken.

[90] Zie Boek II. Hoofdst. X.

[91] Deze vier zijn de hoofddeugden (_virtutes cardinales_) der oude

wijsbegeerte.

[92] Men beschuldige hier ~Plato~ niet van bekrompenheid. Hoezeer het

allezins wenschelijk en ook zeer wel mogelijk is, dat alle menschen de

voornaamste waarheden van Godsdienst en zedekunde leeren inzien, blijft

het toch altijd waar, dat een helder inzigt in den wetenschappelijken

grondslag dier waarheden alleen voor hem bereikbaar is, die door zijne

omstandigheden in staat is gesteld, om veel tijd aan strenge studie te

wijden. Daarom is het ook verkeerde staatkunde de eigenlijke geleerden

met werk te overkroppen, dewijl daardoor het licht der wetenschap ten

laatste geheel en al moet worden uitgebluscht. Het spreekwoord: _honor

alit artes_, kan ook veranderd worden in: _otium alit artes_.

[93] De opvoeding der vrouwen werd te Athene zeer verwaarloosd, hetgeen

het zedebederf bijzonder in de hand werkte; daar de geest der mannen in

den omgang der eerbare vrouwen niets aantrekkelijks kon vinden.

[94] _Zoogenaamd_, want alleen de wijze is waarlijk vrij, de anderen

zijn slaven hunner begeerlijkheden. Zie _Opklimmend deel der

Wijsbegeerte_, blz. 46, 47 de noot.

[95] Ligt komt hier bij iemand de vraag op, waarom ~Plato~ zoo vele

woorden tot inleiding bezigt, en daardoor den lezer ongeduldig maakt.

Ik houd het voor waarschijnlijk, dat hij verlangde, dat zijne lezers

hier zouden stilhouden en zelve beproeven het antwoord te vinden, opdat

zij zich het volgende meer zouden eigen maken.

[96] Er staat eigenlijk: _dat, of eene soort daarvan is de

regtvaardigheid_. Dit heb ik, zoo als in den tekst te zien is,

overgezet, omdat zoo dit niet één en hetzelfde met de regtvaardigheid

was, maar deze eene soort er van, de regtvaardigheid dan dit tot

kenmerk zou hebben met nog andere kenmerken er bij. Zie ~Bake~, _Lessen

over de redekunde_, § 11. ~Nieuwenhuis~, _Initia Philosophiae Logicae_,

§ 74.

[97] Om aan bet gebruik te voldoen, heb ik hier _werklieden_ gebezigd

voor hen, die met de handen hun brood verdienen. Deze benaming is

echter onjuist; of zijn dan krijgslieden, geleerden, kooplieden,

overheden van alle werk bevrijd, en is hun taak niet in hare soort even

zwaar als die van den ambachtsman of landbouwer?

[98] ~Plato~ schijnt hier te bedoelen, dat een onderzoek als dit niet

bloot op waarneming moet gebouwd zijn, maar dat de bovennatuurkunde

hier de beginselen moet aan de hand geven. Al geeft echter zielkundige

waarneming alléén geen volkomen wetenschappelijke uitkomsten, voor het

oogenblik was zij voldoende. Daarom zou hij zich van dieper onderzoek

onthouden, ten einde noodeloozen omhaal te vermijden.

[99] Verliefd zijn wordt in dit verband, en gewoonlijk bij de ouden,

alleen van zinnelijke liefde genomen. Wat wij als geestelijke liefde

beschouwen, komt bij hen meer onder de kategorie der vriendschap of der

vroomheid (pietas).

[100] ~Ulysses~, incognito in zijn paleis teruggekeerd zijnde, hoort en

ziet allerlei schandelijke dingen, die zijnen toorn opwekken, maar hij

weêrhoudt zich, omdat hij begrijpt, dat de tijd van handelen nog niet

gekomen is. (Zie mijne vertaling van den _Phaedo_, p. 106 (1).)

[101] Zie Boek II. C. X.

De republiek van Plato · 第 45 / 65 题