IX. Hierop volgt de meetkunst, én om hare praktische nuttigheid, én
om hare opleiding tot de kennis der eeuwige waarheden, én om haren
heilzamen invloed op andere studie.
X. Daar nu de ontwikkeling van den geest hier de hoofdzaak is,
volgt ook, al is zij praktisch nutteloos, als derde studievak de
stereometrie. Hierop volgt de sterrekunde, mits die wijsgeerig
behandeld worde,
XI. En dus niet empirie maar zuivere berekening de grondslag dezer
studie uitmake.
XII. Hierop volgt de theorie der muzijk, die ook door berekening, niet
door empirie moet behandeld worden. Al deze studievakken moeten met
elkaar in verband gebragt en het algemeene daaruit ontwikkeld worden.
Nu volgt eindelijk de wijsgeerige redeneerkunde.
XIII. Het is hier de plaats niet, die uitvoerig te behandelen, maar
zeker is het, dat alleen langs den voorgeschrevenen weg waarachtig
wijsgeerige kennis tot stand komt.
XIV. Dus is de wijsbegeerte de kroon der wetenschappen, en dus moeten
de bestuurders van den staat tot haar worden opgeleid.
XV. Nu kieze men de personen, die deze opleiding ontvangen, zeer
zorgvuldig, en zie behalve op het reeds gezegde ook vooral toe, of zij
wel arbeidzaam en waarheidlievend zijn.
XVI. Dan moet men van jongs af beginnen ze op te leiden, en bij iederen
overgang in een nieuw tijdperk de besten uitkiezen. Vooral zorge
men bij het onderwijs in de wijsgeerige redeneerkunde hen niet tot
twijfelaars in ’t zedelijke te maken.
XVII. Daartoe is het goed hen niet te jong daarmeê bekend te maken,
en dit vak niet aan een iegelijk te leeren. Vervolgens moeten zij in
praktische betrekkingen ondervinding opdoen, en dan het bestuur bij
beurten opnemen, en zich het overige van den tijd met de wijsbegeerte
bezig houden.