XIII. Hieruit blijkt, dat de wijsbegeerte ten onregte veroordeeld wordt.

XIV. En daar het niet onmogelijk is, dat er eens een wijsgeer aan het

hoofd van een staat komt, is onze staatsregeling niet geheel en al

onbestaanbaar.

XV. De overheden nu moeten met zorg gekozen worden, en zijn weinig in

getal, want zelden gaan vlugheid en bestendigheid zamen; en er hoort

veel toe, om geschikt te zijn voor de hoogste wetenschap.

XVI. Daartoe wordt tevens eene langdurige opleiding gevorderd. Die

hoogste wetenschap is de idee van het goede.

De republiek van Plato · 第 30 / 65 题