ZESDE BOEK.

I. Wijsgeeren kunnen dus beter dan anderen het ideaal, dat in den staat

moet verwerkelijkt worden, aanschouwen, en zijn goed voor wachters, als

zij tevens praktische geschiktheid hebben.

II. En die hebben zij, want een echt wijsgeer is ingetogen,

onbekrompen, regtvaardig, liefderijk, bevattelijk en niet bevreesd voor

den dood.

III. Men ziet echter gewoonlijk, zegt ~Adimantus~, dat wijsgeeren

slechte of althans onbruikbare menschen zijn.

IV. Dit is, zegt ~Socrates~, aan den onwijsgeerigen aard der meeste

regeerders te wijten.

De republiek van Plato · 第 28 / 65 题