VIERDE BOEK.

I. ~Adimantus~ maakt hier de tegenwerping, dat de wachters op die wijs

niet gelukkig zijn zullen; maar ~Socrates~ antwoordt, dat de geheele

staat de hoofdzaak is, en dat al de burgers aan zijnen bloei moeten

dienstbaar zijn.

II. Verder moeten rijkdom en armoede zoo veel mogelijk buiten de

grenzen gehouden worden. Maar als die staat met een rijken staat

oorlog krijgt? zegt ~Adimantus~. ~Socrates~ antwoordt: goed geoefende

krijgslieden kunnen ligt tegen overmagt vechten, en in alle andere

staten is zeer ligt verdeeldheid te zaaijen.

III. Ook moet bij het bepalen der grenzen gezorgd worden, dat de

eenheid van den staat niet verloren ga, en ditzelfde behoort tot

rigtsnoer van alle inwendig bestuur te verstrekken. De hoofdzaak is de

opvoeding.

IV. En daarom moet vooral bij de muzenkunst de wacht gehouden worden.

Want als de opvoeding goed is, worden alle verdere bepalingen van zelfs

gevonden, en kunnen dus hier ligt worden overgeslagen.

V. En zonder dat is er, hoe men ook lappe en verandere, niets aan een

staat te doen.

In het godsdienstige moet het orakel van Apollo geraadpleegd worden.

De republiek van Plato · 第 22 / 65 题