I. ~Adimantus~ maakt hier de tegenwerping, dat de wachters op die wijs
niet gelukkig zijn zullen; maar ~Socrates~ antwoordt, dat de geheele
staat de hoofdzaak is, en dat al de burgers aan zijnen bloei moeten
dienstbaar zijn.
II. Verder moeten rijkdom en armoede zoo veel mogelijk buiten de
grenzen gehouden worden. Maar als die staat met een rijken staat
oorlog krijgt? zegt ~Adimantus~. ~Socrates~ antwoordt: goed geoefende
krijgslieden kunnen ligt tegen overmagt vechten, en in alle andere
staten is zeer ligt verdeeldheid te zaaijen.
III. Ook moet bij het bepalen der grenzen gezorgd worden, dat de
eenheid van den staat niet verloren ga, en ditzelfde behoort tot
rigtsnoer van alle inwendig bestuur te verstrekken. De hoofdzaak is de
opvoeding.
IV. En daarom moet vooral bij de muzenkunst de wacht gehouden worden.
Want als de opvoeding goed is, worden alle verdere bepalingen van zelfs
gevonden, en kunnen dus hier ligt worden overgeslagen.
V. En zonder dat is er, hoe men ook lappe en verandere, niets aan een
staat te doen.
In het godsdienstige moet het orakel van Apollo geraadpleegd worden.