XII. En verder moet in alle kunstvoortbrengselen de waarachtige
schoonheid tot regel dienen.
XIII. Ook de gymnastiek moet vooral daarnaar streven, dat de wachters
geschikt voor den oorlog worden, weshalve eene matige levenwijs is aan
te bevelen.
XIV. Een gevolg hiervan is groote eenvoudigheid in regtspleging en
geneeskunst.
XV. In een goeden staat moet dan ook die langdradige geneeswijze
verworpen worden.
XVI. Daarom moet er goed toegezien worden bij de keus van
geneesmeesters en regters.
XVII. Verder houde men bij de opleiding door muzenkunst en gymnastiek
vooral de ziel op het oog, en zoeke daarin de juiste harmonie van
kracht en zachtmoedigheid aan te kweeken.
XVIII. Want de gymnastiek ontwikkelt de geestkracht en de muzenkunst de
geschiktheid voor de wijsbegeerte.
XIX. Nu moeten de besten der wachters tot overheden worden aangesteld.
De besten zijn zij, die het bestendigst de meening vasthouden: dat zij
alles moeten doen, wat voordeelig voor den staat is.
XX. Daartoe is het noodig hen aanhoudend op de proef te stellen, en aan
hen, die volharden, het bestuur in handen te geven.
XXI. Verder moeten wij het denkbeeld: dat onze burgers kinderen van hun
land zijn, en dat er onder de menschen eene aangeborene ongelijkheid
bestaat, onder hen zoeken te verspreiden.
XXII. Nu moeten de wachters eene legerplaats in de stad betrekken, en
daarin door andere burgers zóó onderhouden worden, dat zij juist genoeg
hebben. Afgesloten woningen en privaat eigendom mogen zij niet bezitten.