GAËTA.

Aan de schilderachtig schoone kust van zuidelijk Italië ligt, op

een der fraaiste punten, de stad Gaëta, in de historie en de legende

schier evenzeer beroemd. Zij behoort tot de oudste steden van Italië,

en voert haar stichting hooger op dan die van Rome. Volgens de door

Virgilius in zijn heldendicht overgenomen legende, ontleent zij haar

naam van Cajeta, de voedster van Aeneas, den trojaanschen held, den

mythischen stamvader des romeinschen volks. Maar nog meer dan aan dezen

legendarischen oorsprong, dankt de sterke vesting haar roem aan de

belangrijke rol, die zij eeuwen en eeuwen achtereen in de geschiedenis

der italiaansche oorlogen en omwentelingen heeft gespeeld. Wat al

vijanden heeft zij voor hare geduchte wallen gezien; wat al stormen

heeft zij afgeslagen; hoe menigmalen heeft het vuur des vijands hare

muren geteisterd! Het ligt natuurlijk niet in onze bedoeling, de lange

krijgsgeschiedenis van Gaëta te verhalen: slechts met een enkel woord

wenschen wij te herinneren aan twee gebeurtenissen uit onzen tijd, die

aan de aloude rotsvesting eene nieuwe beroemdheid hebben geschonken.

Toen in November 1848, na den moord van graaf Rossi, de omwenteling

met onbedwingbare woede in Rome uitbrak en de paus zelf in zijn

paleis niet meer veilig was, werd het noodig, een middel te bedenken

om den heiligen vader aan de moordzucht van het opgeruide gemeen te

onttrekken. De beiersche gezant, graaf Spauer, bood daartoe zijne

medewerking aan. In vrouwenkleederen vermomd, verliet paus Pius, den

25sten November, in het rijtuig van den gezant, en in gezelschap van

diens echtgenoote, de tot een moordenaarshol geworden stad. De kleine

stoet sloeg den weg in naar het zuiden, naar Gaëta; waar de paus, in

de staten van den koning van Napels, een veilig toevluchtsoord vond,

terwijl de treurige romeinsche republiek, waar Mazzini en Garribaldi

de dictatuur uitoefenden, reeds den 3den Juli 1849 voor de fransche

wapenen bezweek. Wel werd nu de wettige regeering hersteld, maar toch

duurde het nog tot den 4den April 1850 eer de paus, onder het geleide

van fransche soldaten, uit Gaëta naar zijne hoofdstad terugkeerde,

waar hem, in later jaren, nog zoo menige bittere ondervinding wachtte.

Ruim tien jaren nadat Pius IX de sterke vesting verlaten had, ontving

zij binnen hare muren een ander slachtoffer der zegevierende revolutie:

haar eigen heer, koning Frans II van Napels. Op de nadering van

Garribaldi met zijne vrijbuitersscharen, had de jonge monarch, door

lafhartige, onbekwame dienaars en gewetenlooze verraders omringd,

zich gedwongen gezien, zijne hoofdstad te verlaten, en, den 6den

September 1860, te scheep naar Gaëta te wijk te nemen. De aloude

rotsvesting zou getuige zijn van de laatste, heldhaftige worsteling

der napolitaansche monarchie tegen den overmachtigen vijand, die,

zonder een schijn van recht, zonder eene oorlogsverklaring zelfs, de

staten van den nabuur en bloedverwant had overweldigd, en met behulp

der komedie van eene volksstemming, zich zelf de geroofde kroon op het

hoofd zette. Maanden achtereen duurde het beleg der met onbezweken moed

verdedigde vesting; en niet dan nadat allen den ongelukkigen koning

hadden verlaten, geen uitkomst meer was te hopen en langer tegenstand

onmogelijk geworden, gaf de fel geteisterde vesting zich den 13den

Februari 1861 aan den sardinischen generaal Cialdini over. De koning,

die, met zijne jeugdige gemalinne aan allen het voorbeeld van moed

en toewijding gegeven had, trok naar Rome, waar hij in het paleis

zijner familie, het _palazzo Farnèse_, zijn intrek nam.

Tocht naar de dalen van den kinaboom (Peru) De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 6 / 9 题