Wij zijn op reis

Wij zijn op reis.—

Hoe lang de tocht zal duren,—

’t Zij lange jaren, of slechts uren;—

Is de eindpaal ver of in ’t verschiet?

Wij weten, weten ’t niet!

Wij zijn op reis;

Op reis, naar ’t onbekende;

Waar onze voet, zich keere of wende:

Wij reizen onze loopbaan af,

Toch regelrecht naar ’t graf.

Wij zijn op reis;

Alsof wij vreemden waren;

’t Zij we onderwegs, of bloemen garen,

Of doornen legge op ’t pad ons ’t lot:

’t Wijst regelrecht naar God!

Wij zijn op reis,

Wel naar het onbekende;

Maar God, Hij is en blijft het ende:

Want slechts bij Hem zijn wij eerst thuis,

In ’t heerlijk Vaderhuis.

Varens en mos · 第 33 / 50 题