ZEVENDE TOONEEL.

_BAZILIUS, alleen._

O hemel wat geluk, hy laat my hier alleen!

Nu zie ik haast een end van zorgen en verlangen;

’k Zal nu Quiteria, myn tweede ziel, ontfangen!

Kamachoos rykdom geeft myn hart nu geen meer pyn,

Hy zal geen hinderpaal van myne liefde zyn.

En gy vermaaklyk bosch en groente nooit volprezen,

Indien gy kennis droegt, gy zoudt getuigen weezen,

Van al de vreugde, daar myn hart mede is vervuld,

Gy zoudt getuigen, hoe de liefde door geduld

Kan zegepralen, en de fierste maagd verwinnen,

En doen, de dwing’landy ten spyt, de deugd beminnen.

En... maar, daar koomt myn lief, zo vol bekoorlykheid.

Drie blyspelen · 第 40 / 133 题