ZESDE TOONEEL.

_BAZILIUS, KAMACHO._

BAZ. Kamacho zyt gy daar?

KAM. ’t Is goed dat wy in ’t end eens raeken by malkaêr,

Heb jy myn bruid hier flus niet in het bosch gesproken?

BAZ. Hoe zo, Kamacho? KAM. Zeg waer heb jy ze gestoken?

BAZ. Ik heb uw bruid van daag op deeze plaats gezien,

En de eer gehad van haar geluk en heil te biên,

Verblyd om dat zy zich met een van myne vrinden,

Daar ik u onder tel, door ’t huwlyk zal verbinden.

KAM. ô Jonker ’k vrees jy bent maer op een ergjen uit.

Ik heb gien zin in al dat wand’len van de bruid.

’t Is gien fatsoen. BAZ. Dat moet gy aan haar zelf verklaaren.

En vinden middel om haar beter te bewaaren.

Gy hebt geen reden om van my jaloers te zyn;

Gy trouwt van daag met haar: dies heeft die zaak geen schyn.

KAM. Wat zei ze teugen jou? ei wil het me vertellen.

BAZ. Ik zal ’t daarna wel doen, wil my niet langer quellen.

KAM. Gy komt te bruiloft? BAZ. Wis.

KAM. Hadie, ’k ben dan te vreên.

Drie blyspelen · 第 39 / 133 题