§ 99.
Wanneer de plaatsen van het verste en naaste punt, of der knoopen,
ééns omtrent de hoofdplaneten bepaald zijn, is hare verandering,
vooral die der knoopen, zeer langzaam (§ 25, 26): zij is niet dan na
eene eeuw of langer eenigzins aanmerkelijk. De hoofdplaneten hebben
dus alleenlijk hare lengte en breedte aan te wijzen; maar hier is
de zaak geheel anders. Het verste, en dus ook het naaste punt der
Maan van de Aarde, verandert gedurig van plaats, en wel ongeveer drie
graden in iedere Maans-omwenteling, en doorloopt de geheele loopbaan
der Maan om de Aarde in 8 gemeene jaren 311 d. 8 u. 34 m. 57 1/2
s. [85]. Het is dus niet genoeg, aan te wijzen, dat de Maan in haar
verste of naaste punt is, of hoe veel zij er van af is, maar men dient
ook te weten, waar het verste of naaste punt zelf is. Te dien einde
zijn hier twee wijzers vervaardigd; de eene, aan de zoldering (§ 5),
draagt den naam van Maans verste punt; de andere, op de pilaster (§
8), dien van afstand der Maan van het verste punt.
§ 100.
De eerstgemelde wijzer, die, namelijk, welke den stand van het verste
punt der Maan aanwijst, is om den rand alleen in teekenen verdeeld,
en ieder teeken daarenboven in graden, dat gemakkelijk heeft kunnen
geschieden, omdat die wijzer wel 15 duim in middellijn beslaat. De
wijzer gaat ééns rond in 8 j. 311 d. 8 u. enz. en wel volgens de
orde der teekenen Aries, Taurus enz., omdat het verste punt in den
hemel inderdaad die orde volgt. Het spitse einde des wijzers duidt
de plaats van het verste, het andere die van het naaste punt aan.
§ 101.
De laatstgemelde wijzer (§ 99), die, welke aantoont, hoe ver de Maan
van haar verste punt af is, wijst, even als hier boven gezegd is (§
91), de teekenen met een kleinen, en de graden met een grooteren wijzer
aan, zoo als de uren en minuten op eene horologieplaat. Wanneer dan de
kleine wijzer op VI teekenen staat, is de Maan zes teekenen van het
verste punt af, dat is, zij is in het naaste punt; wanneer de wijzer
op III of IX teekenen staat, is de Maan drie of negen teekenen van
het verste punt af, en dus ongeveer in hare gemiddelde afstanden enz.
§ 102.
Deze wijzer doorloopt de twaalf teekenen, of gaat ééns rond in 27 d. 13
u. 18 m. 34 s.: want, daar de wezenlijke omloopstijd der Maan 27 d. 7
u. 43 m. 4 s. bedraagt (§ 89), en het verste punt, volgens de orde der
teekenen, in 8 j. 311 d. enz. (§ 100) den geheelen cirkel beschrijft,
blijkt het, dat dit punt in die 27 d. 7 u. 43 m. reeds 3 gr. 2 m. 38
s. afgelegd heeft, welke de Maan derhalve nog moet doorloopen, eer zij
tot het verste punt komt, en daartoe heeft zij 5 u. 35 m. 30 s. noodig;
weshalve de tijd, dien de Maan noodig heeft, om van het verste punt
weder tot het verste punt te komen, 5 u. 35 m. 30 s. langer is dan
de omloopstijd der Maan; er worden dus daartoe 27 d. 13 u. 18 m. 34
s. besteed, en dit is ongeveer de omloopstijd van dezen wijzer.
§ 103.
Wij hebben reeds iets gezegd van de ongelijkvormige beweging der
Maan (§ 94, 98). De sterrekundigen weten, hoe deze afhangt èn van de
uitmiddelpuntigheid van de loopbaan der Maan, èn van de standplaats der
Zon ten opzigte van het verste en naaste punt der Maan, of liever van
de groote as harer loopbaan, èn van de afstanden der Maan van de Zon,
èn van de jaargetijden. De wijzer, die de afstanden der Maan van haar
verste punt aanwijst, heeft dan ook eene ongelijkvormige snelheid,
kleiner omtrent het verste, grooter omtrent het naaste punt.