gelegenheden ter sprake. De voorwaarde van Wilmet was in de zitting
van het vorige jaar behandeld; maar deze kwam op het congres van het
loopende jaar weder herhaaldelijk ter sprake, toen er pogingen aangewend
werden om deze voorwaarde insgelijks toe te passen op het grondgebied,
dat men van Mexico verkregen had, en op Oregon. Zoo dikwijls die zaak in
het Huis besproken werd, vond zij een verdediger in Lincoln, die dan ook
bij gelegenheid van zijn geschil met Douglas verklaarde, dat hij zich
daarover herhaalde malen ten gunste daarvan uitgelaten had. Zoo toonde
hij zich in 1847 dezelfde voorvechter van de vrijheid der »Territoriën”,
die hij later tijdens den strijd over Kansas was.
[2] Behalve de zes en dertig staten, waaruit de Unie bestaat, behoort
tot de Vereenigde Staten nog eene groote strook lands, die zich tot
aan de Stille Zee uitstrekt. Deze strook lands wordt verdeeld in
negen districten, »Territoriën” genaamd. Ofschoon deze Territoriën
eene ontzaggelijke oppervlakte beslaan, bevatten zij in 1860 slechts
eene blanke bevolking van 220.149 zielen. Zij worden inzonderheid
bewoond door wilde Indiaansche volksstammen. Zij staan onder het
toezigt van het Congres, maar iedere Territorie kan eerst in de Unie
als Staat opgenomen worden op dezelfde voorwaarden als de overige
Staten, wanneer zij namelijk eene blanke bevolking verkregen heeft,
voldoende tot het zenden van één vertegenwoordiger op het Congres,
namelijk van 124.000 zielen. Sedert de aanneming van de Constitutie
door de dertien oudste staten, zijn er drie en twintig nieuwe uit
deze Territoriën ontstaan. Deze hebben ook de Constitutie aangenomen
en zijn integrerende bestanddeelen der Unie geworden, die dus in
het geheel uit zes en dertig staten zamengesteld is, terwijl er nog
negen Territoriën overblijven. Voor elk dezer Territoriën wordt een
gouverneur door den President benoemd, terwijl ook andere ambten door
dezen begeven worden. De Constitutie en de wetten der Vereenigde
Staten hebben dezelfde kracht binnen de grenzen der Territoriën als
overal elders in de Vereenigde Staten. Elke Territorie zendt een
afgevaardigde naar het Lagerhuis van het Generaal-Congres, die
geregtigd is om het woord te voeren over alle aangelegenheden,
waarin de Territoriën betrokken zijn, maar niet geregtigd is om
zijne stem in het Huis uit te brengen.
Eene andere gelegenheid, waarbij de slaven-kwestie door het Huis
behandeld werd, was in de vermaarde zaak van Pacheco. Het gevoelen,
door de meerderheid omhelsd was, dat slaven volgens de Constitutie
als »eigendom” moesten beschouwd worden, en dat zij, wanneer zij ten
dienste van den staat gebezigd werden, daarvoor moest betaald worden.
Het beginsel dat aan het wetsontwerp ten grondslag lag, was dan ook
hetzelfde als dat, hetwelk de slavenhouders op zoo verschillende wijzen
hebben trachten te handhaven. Gelijk zij dit later door eene beslissing
van het Hoogste Geregtshof hebben pogen door te drijven, zoo trachtten
zij dit nu door het Congres te doen erkennen. Lincoln verzette zich
daartegen op het Congres met even veel kracht als hij er zich later
tegen aankantte toen het den meer bedekten, maar niet minder
gevaarlijken vorm van eene regterlijke uitspraak aannam.
Bij andere zaken welke op het Congres ter sprake kwamen, sloot Lincoln
zich als Whig bij de overige voorstanders van zijne partij aan. Hij
meende, dat het Congres regt had om zich met de verbetering van rivieren
en havens te bemoeijen. Hij verklaarde er zich voor om de landen, aan
den staat behoorende, niet aan speculanten, maar aan landbouwers te
verhuren; en dat wel tegen zoo laag mogelijke prijzen; hij verklaarde
zich voor een beschermend tarief en voor het afschaffen van het
vrijheidsstelsel.
In 1848 was Lincoln afgevaardigde der Whig-partij en drong met kracht
en klem op de benoeming van generaal Zachary Taylor tot President aan.
Tijdens den strijd over de verkiezingen trachtte hij de staten Indiana
en Illinois ten gunste van den kandidaat, door hem aanbevolen, te
stemmen.
In 1849 werd hij door de Wetgevende Vergadering van Illinois als
kandidaat voor een lid van den Senaat der Vereenigde Staten gesteld,
doch moest toen het onderspit delven voor generaal Shields, daar de
democraten de meerderheid in dien staat uitmaakten. De hevigheid van
den vorigen strijd over de verkiezing van een President werd nog
vermeerderd door den wensch om insgelijks eene Wetgevende Vergadering te
verkiezen, die een democraat naar den Senaat der Vereenigde Staten zou
afvaardigen. Lincoln bezocht Massachusetts eens gedurende den oorlog,
en was tegenwoordig bij de conventie van den staat Massachusetts op
uitnoodiging van enkelen die er op aandrongen, dat hij de goede
verstandhouding tusschen de partij welke de slavernij met geweld wilde
onderdrukken, en tusschen de Whig of »behoudende” partij, zou trachten
te herstellen. Hij sprak in die vergadering echter niet, behalve te
New-Bedford, waar hij een der gelukkigste pogingen tot verzoening
aanwendde.
Gedurende de vijf jaren, die op den verkiezingsstrijd van 1848 volgden,
bemoeide Lincoln zich slechts weinig met staatszaken. Hij nam zijne
regtsgeleerde praktijk met ijver en voorspoed waar, en vermeerderde
zoowel zijn roem als zijne fortuin. Zijne belangstelling in staatszaken,
hoe levendig zij ook wezen mogt, hield hem niet van de balie terug. Maar
de intrekking van de minnelijke schikking omtrent Missouri wekte hem
weder uit zijne schijnbare werkeloosheid op. Illinois werd andermaal een
slagveld voor den strijd der vrijheid, en de stoutmoedige aanvoerder,
die de voorhoede van het leger reeds vroeger tegen de inbreukmaking op
de regten der slaven in slagorde had geschaard, bleef niet doof voor
de stem, die hem tot verdediging hunner regten riep. Het vroegere
kontrakt, dat door de onvermoeide pogingen van Henry Clay gesloten was
en vast stond als de zeeduinen van Holland om de woede van den alles
verzwelgenden vloed te beteugelen, liep gevaar om aan stukken gescheurd
te worden, en het schoone land, voor immer tot vrijen arbeid bestemd,
zou weder in duisternis en doodsschaduw worden gedompeld. Daartegen
druischte de geheele natuur van Lincoln aan. Wat beteekenden vrede en
roem en fortuin, wanneer het land door verraad en listige kunstgrepen
aangevallen werd? De krijger stelde al zijne eigene belangen ter
zijde, gordde zijne wapenrusting aan en trok voort, even als Peter de
Kluizenaar, om bij zijn volk het gevoel van schaamte op te wekken over
de krenking hunner regten en het aan te sporen tot den strijd, opdat het
Heilige graf hunner vrijheid niet door de Zuidelijke Moslemim en de
Noordelijke Tartaren zou overweldigd worden.
De hevige politieke strijd van dat jaar had zijn ontstaan inzonderheid
aan Lincoln te danken, en de overwinning, waarmede deze strijd bekroond
werd, die aan Illinois zijne eerste republikeinsche Wetgevende
Vergadering gaf, en Lyman Trumbull tot haren afgevaardigde bij
den Senaat der Vereenigde Staten maakte, was inzonderheid aan de
buitengewone inspanning zijner krachten te danken.
In 1854 bood de zoogenaamde anti-Nebraska (later republikeinsche)
partij, aan Lincoln de benoeming tot gouverneur aan. Hij wees deze af,
zeggende: »Neen, ik ben daar de man niet voor; Bissell zal een beter
gouverneur zijn dan ik, en gij kunt hem met gerustheid verkiezen daar
hij zich vroeger altijd als een echt democraat heeft doen kennen.”
Zoo woog zijne ingenomenheid met zijne partij en met de beginselen door
haar voorgestaan, weder zwaarder bij hem, dan de begeerte om hun
vaandrager en aanvoerder te worden.
In de eerste vergadering van de republikeinsche partij, op den 17{den}
Junij 1856 te Philadelphia gehouden, werd de naam van Abraham Lincoln op
de lijst der candidaten voor het ambt van Vice-President geplaatst: hij
stond vlak onder William L. Dayton en kreeg honderd stemmen. Door die
vergadering werden John C. Fremont en William L. Dayton tot kandidaten
verkozen, en nu nam Lincoln een werkzaam aandeel in de daarop volgende
verkiezingen. Aan het hoofd van de kandidatenlijst der republikeinsche
partij van Illinois stond de naam van Lincoln, ofschoon de democraten
door meerderheid van stemmen de overhand behielden.
De hevige geschillen in den Senaat van Illinois, tusschen Mr. Douglas
aan den eenen kant en Mr. Lincoln aan den anderen, welke aanleiding
gaven tot die debatten, welke eene belangrijke plaats in de geschiedenis
der politiek van Amerika innemen, werden in den zomer van 1858 gevoerd.
Douglas had zich de vijandschap van de regering op den hals gehaald;
doch zijn invloed, zoowel in als buiten Illinois, bleef nog ontzettend
groot. Ten gevolge van zijn afval van de politiek zijner partij, die
zich toen openlijk voor de instandhouding der slavernij verklaarde, en
van den lof, dien hij bij verscheidene republikeinen ingeoogst had, was
hij waarschijnlijk nog krachtiger dan te voren. Natuurlijk werd er onder
deze omstandigheden een man van niet alledaagsche bekwaamheid en niet
alledaagschen invloed op de publieke meening vereischt om tegen den
»kleinen reus” (Douglas) in het strijdperk te treden. Als kandidaat der
republikeinsche partij voor lid van den Senaat der Vereenigde Staten, en
als iemand, die zich bij de behandeling van de zaak der Territoriën zoo
gunstig had doen kennen, werd Lincoln beschouwd als een man, aan wien
de voorstanders der vrijheid de verdediging hunner zaak gerust konden
toevertrouwen. Diensvolgens werd hij door de republikeinsche Wetgevende
Vergadering, welke op den 2{den} Junij 1858, te Springfield, bijeenkwam,
verkozen.
In het ontworpen spiegelgevecht tusschen de beide kandidaten was Lincoln
de eerste, die den handschoen toewierp, en wel in een kort briefje,
gedateerd van den 24{sten} Julij, waarin hij de bepaling verzocht van
den tijd, waarop zij met elkander in het strijdperk zouden treden. De
uitdaging werd aangenomen, en de voorwaarden waarop, de plaatsen waar en
de dagen, wanneer de strijd zou plaats hebben, vastgesteld.
Het is niet mogelijk om iets meer dan een vlugtig overzigt van deze
beroemde debatten te geven. Het was de uitspraak van de pers en van het
geheele land, dat Lincoln bij iederen strijd de overhand behield op
zijn talentvollen tegenstander, en het is zeer waarschijnlijk, dat de
meerderheid aan den eerstgenoemde den palm der overwinning toekende.
Die politieke strijd, welke Lincoln in 1848 met den Senator Douglas
voerde, was misschien de zwaarste proef, waarop iemands gematigdheid kon
gesteld worden. Lincoln echter deed zich niet alleen als een uitstekend
redenaar en een bekwaam staatsman kennen, maar bewees ook, dat het
mogelijk is om den hevigsten politieken strijd te voeren, zonder
tot hatelijke personaliteiten en scherpe aanvallen af te dalen. Het
getuigenis van iemand, die Lincoln en dien geheelen strijd gevolgd
heeft, staat ons borg, dat er, niettegenstaande de verzoeking, waaraan
hij gedurig blootgesteld was, geene enkele personaliteit tegen zijn
tegenstander, geen enkel hard woord over zijne lippen gekomen is. Zijn
gematigde aard maakte, dat hij het beneden zich achtte om zijne toevlugt
tot zulke wapenen, die maar al te vaak in een politieken strijd gebezigd
worden, te nemen, en menschen van een heftiger aard konden hun spijt
niet verkroppen, dat hij zijn tegenstander te zacht en te beleefd
behandelde. Lage personaliteiten en vuile lasteringen zijn zeker wel
het laatste wat men aan Abraham Lincoln kan ten laste leggen. Zijn hart
was te edel en zijne zelfbeheersching te groot om aan iets dergelijks
toe te geven. De adel van zijn hart heeft zich gedurende zijn ganschen
levensloop evenzeer geopenbaard als zijne gematigdheid, zijn
zelfvertrouwen en zijn geestkracht.
In het dagelijksch leven was Lincoln kinderlijk eenvoudig. Hij hield van
een goed diner, en at met den meesten eetlust, maar zijne tafel was
altijd eenvoudig. Hij dronk nooit eenige bedwelmende dranken, en zelfs
geen glas wijn. Hij was ook geen liefhebber van rooken.
Judah Benjamin, van Louisiana, een van de bekwaamste senatoren der
Zuidelijke staten, later staatssecretaris in het kabinet van Jefferson
Davis, zwaaide in den loop van eene redevoering, waarin hij gelegenheid
vond om de beroemde debatten tusschen Douglas en Lincoln te bespreken,
hoogen lof aan den laatstgenoemde toe. Sprekende over de vragen, die
door Douglas aan zijn tegenstander voorgesteld werden, en over de
antwoorden, die zij uitlokten, merkte Benjamin aan:
»Het is onmogelijk, mijnheer de president! om, al verschilt men ook
met dien man in meening, die openhartigheid en vrijmoedigheid niet te
bewonderen, waarmede deze antwoorden gegeven werden: er was daarin niets
dubbelzinnigs, niets ontwijkends.”
Gedurende den strijd met Douglas bragt Lincoln de volgende hulde aan de
Acte van Onafhankelijkheidsverklaring:
»Welaan, landgenooten! wanneer gij stellingen geleerd hebt,
die in strijd zijn met den grootschen inhoud der Acte van
Onafhankelijkheidsverklaring; wanneer gij het oor geleend hebt aan
inblazingen, die ten doel hebben om hare grootheid te verkleinen of
hare schoone evenredigheid te erkennen; wanneer gij geneigd zijt om te
gelooven, dat alle menschen niet met elkander gelijk staan in het genot
van die onvervreemdbare regten, welke door dat bewijsstuk onzer vrijheid
opgesomd zijn, laat mij u dan smeeken om terug te keeren—terug te
keeren tot die fontein, wier wateren bij het bloed der omwenteling
ontspringen.
»Gij moogt met mij doen al wat gij verkiest, als gij slechts die heilige
beginselen voorstaat. Gij moogt mij niet alleen de nederlaag doen lijden
voor den Senaat, maar gij moogt mij zelfs ter dood brengen. Want,
terwijl ik geene onverschilligheid voor wereldsche eer wil veinzen,
moet ik toch verzekeren, dat ik tot dezen strijd aangespoord ben door
iets hoogers dan door de zucht tot het verkrijgen van een eervol ambt.
Wat gij met mij doet is onverschillig, maar vernietigt toch niet
dat onsterfelijk zinnebeeld der humaniteit—de Acte van Amerika's
Onafhankelijkheidsverklaring.”
De dag der verkiezingen was eindelijk daar. De uitslag der
volksstemming was als volgt: voor den republikeinschen kandidaat
126,084; voor de democraten van Douglas 121,940; voor de kandidaten
van Lecompton 5,091 stemmen. Doch bij de stemming voor senator,
die in de wetgevende Vergadering plaats had, werd Douglas verkozen.
Niettegenstaande dezen uitslag, hadden de pogingen van Lincoln gedurende
de debatten veel bijgedragen om een groot getal stemmen op hem te
vereenigen; en zijne partij behoefde het niet te betreuren, dat hare
keus op hem gevallen was.
Lincoln bragt na het einde der geschillen over de keuze van een senator
en vóór het begin van den verkiezingsstrijd in 1860 verscheidene
bezoeken aan andere staten. Hij hield in het volgende jaar verscheidene
redevoeringen in Ohio, en bezocht ook Kansas, waar hij met de meeste
geestdrift ontvangen werd. In Februarij 1860 was hij te New-York en
hield eene redevoering in eene republikeinsche club, waardoor hij zich
verscheidene vrienden verwierf in eene streek, waar zij reeds bij
duizenden geteld werden. Het was de schoonste redevoering, die tot
dusverre door den uitstekenden redenaar uitgesproken was en de aandacht
van mannen van allerlei stand trok.
Waarschijnlijk gedurende dit bezoek had er een treffend voorval plaats,
hetwelk door een onderwijzer der zondagsschool, waar het gebeurde, op
deze wijze verhaald wordt:
»Onze zondagsschool was op zekeren sabbatmorgen reeds begonnen, toen
ik een man van een slanken ligchaamsbouw en een gunstig voorkomen het
vertrek zag binnentreden en onder ons plaats nemen. Hij luisterde met
gespannen aandacht naar onze oefeningen, en zijn gelaat verried zulk
een waarachtige belangstelling, dat ik naar hem toeging en hem verzocht
om eens een hartig woordje tot de kinderen te willen rigten. Hij
voldeed aan dit verzoek met blijkbaar genoegen, ging voor de banken der
kinderen staan en hield eene eenvoudige toespraak, welke alle jeugdige
hoorders aanstonds zoozeer boeide, dat de diepste stilte in het vertrek
heerschte. Zijne taal was uitnemend schoon, en de toon waarop hij sprak,
verried het diepste gevoel. Op de gezigtjes der kleinen, die hij rondom
zich zag, stond somberheid te lezen, toen hij woorden van waarschuwing
tot hen rigtte, maar zij werden spoedig opgeklaard, toen hij hun op de
schoone toekomst wees, die hun wachtte. Een paar malen wilde hij met
spreken ophouden, maar het dringend verzoek: »ga voort! och, ga voort!”
dwong hem om den draad zijner rede weder op te vatten. Toen ik naar de
gespierde ligchaamgestalte van den vreemdeling keek, en mijne aandacht
vestigde op zijn gelaat, waarop vastberadenheid te lezen stond, gepaard
aan gevoel ten gevolge van den indruk des oogenbliks, gevoelde ik eene
onweerstaanbare nieuwsgierigheid om iets naders van hem te vernemen, en
toen hij het vertrek verliet, verzocht ik hem, zijn naam te mogen weten.
Hij antwoordde daarop vriendelijk: »Ik ben Abraham Lincoln, van
Illinois.””
Abraham Lincoln werd nu algemeen erkend als een van de bekwaamste,
eerlijkste en meest besliste voorstanders van de republikeinsche partij.
Zijne bekende populariteit alsmede zijne vroegere verdiensten wezen hem
dan ook aan als den meest geschikten kandidaat van zijne partij voor de
ophanden zijnde verkiezing van een President. Hij werd het eerst voor
den hoogen post van President genoemd in de republikeinsche vergadering
van den staat Illinois, waar een democraat uit het graafschap Macon twee
keurig versierde palen aan de vergadering voorstelde, waarop de volgende
woorden geschreven stonden:
»Abraham Lincoln, de houthakker, kandidaat voor het presidentschap in
1860. Dit zijn twee palen, welke in 1830 vervaardigd zijn door Thomas
Hanks en Bram Lincoln, wiens vader de eerste pionnier in het graafschap
Macon geweest is.”
Deze eigenaardige en geschikte zinnebeelden ter afbeelding van de
eereposten, welke de Amerikaansche democratische instellingen aan de
nederigste burgers aanboden, gaven aanleiding tot eene algemeene
toejuiching. Lincoln, die bij dit tooneel toeschouwer was, werd dringend
uitgenoodigd om eene redevoering te houden. Hij stond van zijne
zitplaats op, erkende, dat hij dertig jaren geleden een houthakker
geweest was, en zeide, dat men hem verzekerd had, dat die beide palen,
welke men in de vergadering gebragt had, met zijne eigene bijl gehouwen
waren.
In den herfst van 1859 hield Lincoln, tengevolge van uitnoodigingen,
die hij uit verschillende staten gekregen had, verscheidene krachtige
redevoeringen ten gunste der republikeinsche beginselen. Van
een daarvan, welke hij op den 27{sten} Februarij 1860 in het
Cooper-Instituut te New-York hield, hebben wij reeds gesproken. Deze
redevoeringen droegen slechts bij om de overtuiging te versterken, die
zich sedert 1854 al meer en meer onder het volk verbreid had, dat Mr.
Lincoln—»de brave Bram,” zoo als hij algemeen genoemd werd—de man was
voor President, als het volk zijn kandidaat kon benoemen Toch waren er
slechts weinigen, die dachten, dat hij werkelijk zou verkozen worden.
De republikeinsche nationale vergadering kwam op den 16{den} Mei 1860
in de »Wigwam” in Chicago bijeen. Niet minder dan tienduizend personen
waren in dit gebouw tegenwoordig, terwijl eene digte volksmenigte den
toegang daartoe versperde en zich in den omtrek ophield, daar zij niet
meer in de zaal kon komen.
Op Donderdag morgen kwam de vergadering ten tien ure weder bijeen en bij
de vaststelling der bepalingen werd goedgevonden, dat eene meerderheid
van stemmen voldoende zou zijn ter benoeming van kandidaten.
De commissie tot het nemen van besluiten gaf daarvan kennis, en deze
mededeeling werd met geestdrift begroet, terwijl de ontzaggelijke
menigte toeschouwers van hare zitplaatsen opstond en hare goedkeuring
herhaalde malen door luide toejuichingen deed blijken.
Het was spoedig duidelijk geworden, dat de twee personen, die bij de
verkiezing in aanmerking zouden komen, de heeren Seward en Lincoln
waren. Er werd voorgesteld, dat de vergadering terstond tot de benoeming
van kandidaten zou overgaan, doch het gevoelen, dat men dit tot den
volgenden dag zou uitstellen, behield de overhand. Ware het voorstel om
terstond tot de benoeming over te gaan goedgekeurd, dan is het meer dan
waarschijnlijk, dat Seward zou benoemd zijn, daar zijn persoon door de
vergadering toen nog boven dien van Lincoln scheen gesteld te worden;
doch gedurende den avond droegen verscheidene omstandigheden het hare
bij om de verkiezing van Lincoln meer en meer waarschijnlijk te maken.
Er heerschte bij de volgende zitting der vergadering eene groote
opgewondenheid, en de belangstelling van alle aanwezigen was
buitengewoon.
Bij de eerste stemming verkreeg Seward 173½ stemmen tegen 102, welke op
Lincoln uitgebragt werden, terwijl de overige tusschen andere personen
verdeeld waren. Bij de tweede stemming deelde de President der
afgevaardigden van Vermont, wier stemmen eerst verdeeld geweest waren,
mede: »De staat Vermont brengt zijne tien stemmen uit op den jongen reus
van het Westen, Abraham Lincoln.” Men begon in de vergadering reeds te
bemerken, wie de man der keuze zou zijn. Bij deze stemming kreeg Seward
184½ en Lincoln 181 stemmen; en bij de derde stemming vereenigden zich
op Lincoln 230 stemmen, en dus bijna de meerderheid. Hierop deelde Mr.
Carter van Ohio mede, dat er door Ohio vier stemmen meer op Mr. Lincoln
zouden uitgebragt worden, hetgeen de opgewondenheid der vergadering ten
top voerde. Daar nu de keus zeker was, beijverde de eene staat na den
anderen zich om de eerste te zijn in het uitbrengen van zijne stemmen op
Lincoln. Het geheele getal stemmen, dat moest uitgebragt worden, bedroeg
466, waarvan er dus 234 noodig waren tot eene keuze. _Drie honderd vier
en vijftig_ vereenigden zich op Abraham Lincoln, die dus wettig verkozen
was.
Toen de luide toejuichingen, waarmede deze benoeming begroet werd,
eenigzins bedaard waren, trad Mr. William Evarts van de stad New-York
te voorschijn en deed het voorstel, dat men Lincoln nu met eenparige
stemmen zou verkiezen. Dit voorstel werd ondersteund door Mr. Andrews
van Massachusetts, en werd aangenomen, zonder dat er zich eene enkele
stem tegen verhief.
De opgewondenheid, welke er op de benoeming volgde, deelde zich van de
leden der vergadering aan de toehoorders, die zich binnen het gebouw
verzameld hadden, mede en verspreidde zich van daar als een loopend
vuurtje naar de volksmenigte, die buiten stond. Bij het einde der
opmerkingen van Mr. Evarts werd er een levensgroot portret van Lincoln
in de zaal gebragt en met een oorverdoovend gejuich begroet. Het gebouw
dreunde van de juichkreten van de verheugde duizenden, die daarin
verzameld waren, en die juichkreten werden door de menigte, die zich in
de straten bevond, herhaald. Te midden van het gebulder van het kanon,
het wapperen der vlaggen en de vrolijke toonen der militaire muziek,
werd het berigt omtrent de volkskeuze langs de metalen draden met
bliksemsnelheid van Maine tot Kansas, overgebragt.
Men verhaalt het volgende omtrent de wijze, waarop Mr. Lincoln zijne
benoeming ontving:
Gedurende de zitting der vergadering bevond hij zich te Springfield.
Hij had het telegraafkantoor nog pas verlaten, nadat hij de uitslag der
beide eerste stemmingen vernomen had, en was met eenige vrienden op het
bureau van het »State Journal” in gesprek gewikkeld, toen de derde
stemming aan den gang was. Binnen korten tijd werd de uitslag daarvan op
het telegraafkantoor ontvangen. De generale opzigter, die aldaar juist
tegenwoordig was, schreef op een strookje papier: »Mr. Lincoln! gij zijt
bij de derde stemming benoemd,” en liet dit terstond door een jongen
naar Lincoln brengen. Deze tijding werd in het bureau van het »Journal”
met uitbundige toejuichingen begroet, maar Lincoln sprak geen enkel
woord. Hij stak het papier in zijn zak, stond op, en zeide, voor dat hij
het vertrek verliet: »Er is beneden in dit huis eene vrouw, die dit wel
graag zal willen weten. Ik zal dus naar beneden gaan om het haar te
vertellen.”