====================+=======================+=========================================
GEOL. | |
TIJDPERK | NAAM | BESCHRIJVING
====================+=======================+=========================================
{ Tertiair | 1. Thenay | Eerste gebruik van vuursteenen als
{ ,, | 2. Cantalin | werk-tuigen, nog geen op een bepaalde
{ | (Aurillac, Cantal, | wijze gefatsoeneerde werktuigen, doch
Eolithen { | Puy-Courny) | reeds verschillende vormen (volgens
{ ,, | 3. Kentum (plateau | Rutot "percuteurs, couteaux, racloirs,
{ | van Kent) | grattoirs, perçoirs").
{ Oudste { 4. Reutélien | Uitgezochte en reeds eenigermate
{ Quartair { 5. Mafflien | doch zonder bepaalde methode
{ 6. Mesvinien | gefatsoeneerde werktuigen van
{ 7. Strepyin | verschillenden vorm. Voor het eerst
{ | met een bepaald doel gefatsoeneerde
{ | werktuigen van bepaalden vorm.
{ 8. Chelléen | Grof geslagen, aan beide zijden met
{ | grove blussen uitgeslagen werktuigen.
{ 9. Acheuléen | Fijner geslagen werktuigen, aan beide
{ | zijden met kleine blussen uitgeslagen,
{ | verschillend van vorm.
{10. Moustiérien | Steenen werktuigen van bepaalden
{ (grotte du | vorm, doorgaans slechts aan ééne
Palaeolithen { Moustier) | zijde toegeslagen, of puntvormig,
{ | zoodat zij aan een lans konden
{ | worden bevestigd, of meer rond, met
{ | scherpe randen (zoogen. schrappers,
{ | racloirs, volgens de Mortillet om
{ | de huiden van gevangen dieren te
{ | bewerken). Nog geen beenen of
{ | ivoren werktuigen.
{11. Aurignacien of | Naast fijn toegeslagen regelmatige
{ praesolutréen | steenen werktuigen vindt men de
{ | eerste sporen van bewerking van been
{ | en ivoor, en de eerste kunstuitingen.
{ | Begin van het rendiertijdperk.
{12. Solutréen | Zuiver toegeslagen pijlpunten,
{ | laurierbladvormig of gesteeld, steenen
{ | messen en boren. Paard en rendier
{ | in talrijke overblijfselen gevonden.
{13. Magdalénien | Prachtig bewerkte steenen wapenen
{ | en werktuigen, nog niet gepolijst.
{ | Pijlpunten en harpoenen uit rendierhoorn
{ | met weerhaken, ivoren naalden, stijlvol
{ | geboetseerde voorwerpen uit rendierhoorn
{ | of ivoor, steenen messen
{ | en zagen, teekeningen op rendierhoorn
{ | of op rotswanden (grotten).
{14. Azilien | Vermoedelijke doch slechts zeer locaal
{ | bekende overgangsperiode naar het
{ | nieuw-steenen tijdperk, het neolithicum,
{ | naar het tijdperk van de gepolijste
{ | steenen werktuigen, van het
{ | aarden huisraad, de paalwoningen,
{ | de dolmen en menhirs.
====================+=======================+=========================================