Negentiende Les.
Nog iets over het gebruik van voor- en achtervoegsels.
Vóór- en achtervoegsels kunnen ook op zichzelf gebezigd worden, bijv.:
ilo = werktuig; aro = verzameling; ano = lid; inda = waardig.
Vóór- en achtervoegsels kunnen samen verbonden worden en dan nieuwe
woorden vormen, bijv.:
ilaro = gereedschap; ebligi = mogelijk maken; disigi = scheiden;
fiigxi = zich verachtelijk maken; inaro = vrouwenschaar.
Bij gebruik van _meerdere voorvoegsels tegelijk_ neme men in acht,
dat het voorvoegsel, op welks beteekenis de nadruk moet gelegd
worden, _vooraan_ moet staan, bijv.: bogepatroj = schoonouders, in
tegenstelling met natuurlijke ouders, terwijl gebopatroj beteekent:
schoonvader en schoonmoeder samen.
Bij gebruik van _meerdere achtervoegsels tegelijk_ neme men in acht,
dat het achtervoegsel, op welks beteekenis de nadruk valt, aan het
_eind_ van het samengestelde woord komt, bijv.:
arbareto = klein bosch.
arbetaro = een bosch van kleine boomen.
Bijvoeglijk naamwoord.
Het bijv. n.w. kan in 't Esperanto zoowel vóór als achter het
zelfst. n.w. geplaatst worden. Men kan dus evengoed zeggen:
La viro batas la knabon malfelicxan, als
La viro batas la malfelicxan knabon.
Het bijvoeglijk n.w. volgt het zelfst. n.w. in getal en naamval en
noemt men zoo'n bijv. n.w. _attributief_ gebruikt.
Het bijv. n.w. kan ook _praedicatief_ gebruikt worden en dan krijgt
het _wel_ den meervouds-, doch _niet_ den 4en naamvalsuitgang. Het
wordt dan _altijd_ achter het zelfst. n.w. geplaatst, bijv.:
La viro batas la knabon malfelicxa = De man slaat den jongen ongelukkig
(d.w.z. dat hij ongelukkig wordt).
Men krijgt dus de twee volgende vormen:
Mi trovas la vinon bon_an_ = ik vind den goeden wijn.
Mi trovas la vinon bon_a_ = ik vind den wijn goed (dat de wijn
goed is).
Wanneer een praedicatief gebruikt bijv. n.w. geen betrekking heeft
op een zelfst. n.w. of een pers. v.n.w., doch op een werkwoord in
de onbepaalde wijs of op een geheelen volzin, dan wordt het in 't
Esperanto vertaald door een bijwoord, bijv.:
Hier te staan is zeer gevaarlijk.
Stari tie cxi estas tre dangxere.
Het is goed dat gij komt.
Estas bone, ke vi venas.
Leer van buiten:
herbo gras
radiko wortel
brancxo tak
burgxono bot, knop
kverko eik
abio spar
nesto nest
arko boog
fero ijzer
vagono wagon
seka droog
klara klaar, helder
brila schitterend
ebena glad, effen, plat
profunda diep
fluida vloeibaar
krei scheppen
tondri donderen
flui vloeien
blovi blazen
amelo stijfsel
nacio natie, volksstam
gazeto krant
regularo reglement
kreto krijt
akno puist, pukkel
digo dijk, dam, wal
placo plein
monumento gedenkteeken
sentauxga ondeugend
valori waard zijn, geldig zijn
barakti trappelen, spartelen
ponardo dolk
tabulo schoolbord
ardeztabulo lei
vanta ijdel
taksi schatten, waardeeren
disciplo leerling, volgeling
fundo bodem
sekreto geheim
insulti beleedigen
apopleksio beroerte
signifi beteekenen
reciproke wederkeerig
hoko haak, angel
peni trachten
frost-sentema kouwelijk
komforto gerief, gemak
medalo medalje
kinino kinine
difekta defect
pilolo pil
frazo volzin
cxarlatano kwakzalver
sxmiri smeeren
dorloti vertroetelen
krocxi aanhaken, ophangen
supozi veronderstellen
raboti schaven
gvidi leiden
logi lokken
trafi treffen
Vertaling:
Malklareco, profundeco, profundegajxo, monteto, herbejo, aglonesto,
vagonaro, universestro, maristo, maristaro, fervojo, blovilo, arego,
geanaroj, malebligi, malsanetulo, malsanuleto, lauxdindulino, paletigi,
videbleco, pruvebleco, bedauxrindege.
Vertaal in Esperanto:
Vloeibaar maken, vloeibaar worden, duidelijk maken, verklaarbaar,
vloeibaar te maken, schepper, beginnen te waaien, beginnen te donderen,
weerschijn, schietboog, wegblazen, opvroolijken (vroolijk maken),
de Esperantistenschaar, ziekenhuis, opnieuw vijand worden, opnieuw
ziek worden.
Vertaling:
Promenante sur la strato, mi falis. La falinta viro ne povis sin
levi. La pasinta tempo neniam revenos. La policanoj kondukis la
malliberulojn tra la stratoj. Vidante ke pluvegis ni kunprenis niajn
pluvombrelojn. Salutinte la gesinjorojn, ni foriris. Ridetante li
salutis min. Dirinte tion, li foriris el la cxambro. Kiam lernanto
finis la studadon de Esperanto, venas al li la demando: Kian utilon
havas por mi Esperanto? Pro la nebulo ni ne povis iri antauxen, sen
timo fali en profundegajxon. Elirinte la domon, ni vidis ke la vetero
estis tre malbela, blovegis kaj negxis, kaj la stratoj estis tre
malpuraj kaj glataj. Hieraux estis jam mallume je la kvara, la negxo
ekfalis kaj ekblovegis. Akvo estas klara fluidajxo. Vidinte la leonon
kaj la tigron, la infano ekploris. Fermu la fenestron, cxar estas tre
malvarme kaj mi estas tre frost-sentema. La sentauxga knabo prenis
pecon da kreto kaj skribis sur la dorso de la maljunulo. La monumento
staris sur la placo, kontraux la digo. En la lernejo vi povas trovi
tabulon kaj ardeztabulojn. Li havas grandan aknon en la mezo de sia
vizagxo. La cxarlatano diris ke la sxmirajxo, kiun li vendis, estis
bona cxial. Li batis la cxevalon kripla. Li kolorigos la pordon verda.
Vertaal in Esperanto:
De aanhoudende vorst en de strenge koude dwingen ons thuis te
blijven. Laten wij naar huis gaan, het wordt reeds donker. In den
zomer, bij groote hitte en droogte, zien wij dikwijls, dat sommige
riviertjes geheel droog zijn. Voor het raam van den boekhandelaar zagen
wij verscheidene Esperantowerken en wij haastten ons den winkel binnen
te gaan en er eenige te koopen. Gij adresseert dien brief niet goed. De
persoon, aan wien gij schrijft, woont niet meer in die straat, daar
hij verhuisd is. Hij zal de groene deur verven. Doe uw werk goed. Hij
vond den weg goed. Het is noodig, dat de bediende de messen slijpt,
want ze zijn zeer bot. Gij hebt gelijk, hij zou het gisteren reeds
gedaan hebben, maar de slijpsteen was defect. Het is jammer, dat het
slechte weer en de vuile weg het ons onmogelijk maken, om naar u toe te
komen, want wij zouden gaarne het feest bijgewoond hebben. In de diepte
van de zee liggen prachtige schelpen. De verschrikkelijke afgrond
was zoo diep, dat wij den bodem niet konden zien. Ik veronderstel,
dat gij weet wat het waard is. Een beroerte had hem getroffen. De
timmerman schaaft het hout, totdat het glad is als een spiegel.
Lees- en Vertaaloefening:
LA KULERETO.
En bona restoracio estas granda amaso da homoj, kiuj mangxas kaj
trinkas. Apud du tabletoj, proksime de la enirejo, sidas du sinjoroj,
unu jam nejuna kun friponeta vizagxo; antaux li sur la tablo staras
malplena glaseto kaj telero kun duono da pantrancxo kun sxinko; la
dua--juna homo, dande vestita, videble jxus sidigxinta apud la tableto;
li detiris siajn sxamajn gantojn kaj disbutonumas la superveston. La
nejuna sinjoro legas gazeton kaj de post gxi li de tempo al tempo
cxirkauxrigardas la publikon.--Servanto! vokas la juna dando: tason
da kafo kaj pastecxeton! Post kelkaj minutoj la servanto alportis. La
juna homo komencas trinki la kafon, rigardas cxirkauxen sur cxiuj
flankoj kaj subite kasxas la kulereton de sia kafo en la posxon. Tion
cxi rimarkis la maljuna sinjoro. Li vokas la servanton. Tiu cxi aperas.
_Dauxrigota._