Twintigste Les.
_Eenige nieuwe voor- en achtervoegsels._
Uit de "Internacia Scienca Revuo" van December 1910 blijkt, dat de
commissie voor het samenstellen van wetenschappelijke en technische
woorden, de navolgende nieuwe voor- en achtervoegsels heeft aangenomen,
n.l.:
Het _voorvoegsel_ _hiper-_.
Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: doen op
de uiterste, meest werkzame manier datgene, wat door het grondwoord
wordt uitgedrukt, bijv.:
saturi = verzadigen, hipersaturi = oververzadigen.
flui = vloeien, hiperflui = overvloeien.
Het _voorvoegsel_ _mis-_.
Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: slecht,
verkeerd of bij vergissing doen datgene, wat het grondwoord aanduidt,
bijv.:
kompreni = verstaan, miskompreni = misverstaan.
kunigi = verbinden, miskunigi = verkeerd verbinden.
Het _voorvoegsel_ _retro-_.
Het met _retro_ samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent het doen
eener handeling of beweging, tegengesteld aan die, welke door het
grondwoord wordt uitgedrukt, bijv.:
iri = gaan, retroiri = teruggaan.
doni = geven, retrodoni = teruggeven.
Dit voorvoegsel is gemaakt ter voorkoming van verwarring met het
voorvoegsel _re_, wat beteekent: opnieuw de handeling verrichten in
het grondwoord uitgedrukt.
Het _achtervoegsel_ _iv_.
Het met _iv_ samengestelde woord (_bijv. n.w._) beteekent dat datgene,
wat er nader door omschreven wordt, in staat is de handeling tot
stand te brengen, door het grondwoord (altijd bedrijvend werkwoord)
aangeduid, bijv.:
konduki = geleiden, kondukiva = geleidend.
izoli = isoleeren, izoliva = isoleerend.
Het _achtervoegsel_ _iz_.
Het hiermede samengestelde woord (_werkwoord_) beteekent: (in
werkelijkheid) insmeeren met, inwrijven met, voorzien van, bijv.:
gudro = teer, gudrizi = teeren.
oleo = olie, oleizi = olieën.
In de figuurlijke beteekenis dient men evenwel het achtervoegsel _um_
te gebruiken.
Het _achtervoegsel_ _oid_.
Het hiermede samengestelde woord (_bijv. n.w._) drukt uit dat datgene,
wat omschreven wordt, een overeenkomstige vorm of aanzien van het
grondwoord vertoont, bijv.:
sfero = bol, sferoida = bolvormig.
arbo = boom, arboida = op een boom gelijkend.
Het _achtervoegsel_ _oz_.
Het met _oz_ samengestelde woord (_bijv n.w._) beteekent dat datgene,
wat er door uitgedrukt wordt, een zoodanige hoeveelheid bevat der
stof, door het grondwoord aangeduid, dat daardoor de eigenschap of
het aanzien verandert, bijv.:
sxtono = steen, sxtonoza = steenhoudend.
kalko = kalk, kalkoza = kalkhoudend.
fero = ijzer, feroza = ijzerhoudend.
Leer van buiten:
raso ras
rizo rijst
pelvo bekken, schaal, kom
metio ambacht, beroep
fenomeno verschijnsel
betulo berk
fantomo spook
cinamo kaneel
kavo kuil, holte
kliento klant
roso dauw
gazo gaas
vesperto vleermuis
falko valk
ehxo echo
simio aap
kalkano hiel
pensio pensioen
tombo graf
temo onderwerp
rimeno riem (leer)
apetito eetlust
deserto dessert, nagerecht
farmo hoeve
krepusko schemering
brido toom, teugel
fripono schurk
bukedo ruiker, bouquet
koto slijk, vuil
sxlimo modder
kulo mug
pugno vuist
limo grens
vipo zweep
aviatoro vliegenier
vosto staart
pecxo pek
bruto vee
celo doel
pasero musch
fazeolo boon
trabo balk
akcepti ontvangen
streko streep
leuxtenanto luitenant
modesta bescheiden
scivolema nieuwsgierig
nuntempe thans
freneza krankzinnig, gek
nuda naakt, bloot
griza grijs
nei ontkennen
cxarpenti timmeren
inciti prikkelen, tergen
sufoki verstikken
turmenti kwellen, pijnigen, martelen
vagi zwerven
bucxi slachten
fandi smelten, gieten
forgxi smeden
apogi leunen
tedi vervelen
civilizi beschaven
sonori klinken
fajli vijlen
pumpi pompen
plugi ploegen
linii linieeren
nomi noemen
kribri ziften, zeven
filtri filtreeren
erpi eggen
superi overtreffen
sveni bezwijmen
halti stilhouden, ophouden
grimpi klimmen
visxi vegen, wisschen
fosi graven
miksi mengen
enhavi bevatten
arogi aanmatigen
Vertaling:
Parfumisto, aera, brilo, brili, fluidajxo, fulmotondro, duoninsulo,
cxielarko, sunkusxigxo, duonfrato, forgxisto, oroza, argxentoza,
hipervarmigi, brulebla, bruliva, salizi, misauxdi, simioida, inferoida,
retrodoni.
Vertaal in Esperanto:
Vergulden, teruggaan, terugzenden, opnieuw zenden, terugbetalen,
opnieuw betalen, zich belachelijk maken, een klein hongerig meisje,
beschaving, krankzinnigheid, vervelend, schurkenstreek, muggebeet,
bescheidenheid, ambachtsman.
Vertaling:
La patro dividis inter ili cxion, kion li posedis. Sxi metis glacion
en mian glason. Mi jxus ricevis leteron de mia familio, kiu petas,
ke mi tuj revenu hejmen. Sur la sxtuparon, kovritan per irtapisxo,
la servistino faligis la malpuran akvon. Kvazaux morta sxi falis
teren. En somero la salmoj nagxas en la riverojn; post kelkaj semajnoj
ili renagxas en la maron. Ili foriris dum la suno jxetis sian lastan
radiaron sur la kamparon. Laboradu, la laboro donas la plej certan
renton. Sxi gajnis suficxe por vivi per kudrado, lavado aux ia alia
laborado. Simio estas tre scivolema kaj gxi faras cxion, kion gxi
vidas. Ne turmento viajn instruistojn, sed klopodu, kontentigi ilin
per via laborado. En Hxindujo estas mangxata multe da rizo. Por jugxi
juste, oni devas scii gxuste, kio okazis. La trompisto logis multe
da klientoj, cxar li logxis en belega domo. Tiu malsagxa knabo metis
pecon da pecxo en sian posxon. La hundeto kuris tien kaj reen (af
en aan). Sxi rakontis la sekreton al unu el siaj fratinoj kaj tiam
mi baldaux sciigxis. Oni devas aerumi, cxar oni preskaux sufokigxas
tie cxi pro la fumo.
Vertaal in Esperanto:
Door kouvatten heeft zij haar stem verloren. Hij is een vervelende
vent. De man zeept zijn gezicht in en scheert zich daarna. Wilt gij mij
uw manchetknoopen laten zien? Ik verzocht eenigerlei opheldering. Zeep
zal een neger niet wit maken. Laat Johan komen om mijn koffer te
dragen. Men richtte in het park een standbeeld van den koning op. Om
de bloemen te plukken, bukte hij zich voorover. Een driedubbele draad
zal niet spoedig breken (vaneenscheuren). De arbeid maakt de menschen
moede en de menschen, die werken, worden moede. Het meisje maakte hare
wangen wit met krijt. Niet alle menschen hebben een edel karakter. Alle
personen, die willen, kunnen zonder betaling binnengaan. Zwitserland
zal altijd het mooiste land van Europa blijven. De vrouw zei, dat zij
voorheen drie kinderen had, en nu geen enkel meer. Hij keek achterom
en zag niemand. Als men tot hiertoe Esperanto geleerd heeft, moet
men ook verder studeeren. Denk er om dat de examens voor Esperanto
jaarlijks moeilijker worden.
Lees- en Vertaaloefening:
LA KULERETO.
(Dauxro kaj fino).
Tason da kafo kaj pastecxeton! La postulitajxo estas alportita. La
sinjoro mangxas.--Se vi volas, mi montros al vi jxonglon, li diras
al la servanto, alvokinte lin. La servanto ridetas.--Rigardu: cxu tio
cxi estas kulereto?--Jes, sinjoro.--Kie do gxi estas nun? demandis la
sinjoro, rapide kasxante la kulereton en la posxon.--En via posxo.--Ne,
ne en la mia, sed en la posxo de tiu cxi juna sinjoro. La servanto,
senvole returnas sin al la dando. Tiu cxi suprensaltas.--Volu,
sinjoro, elpreni la kulereton el via posxo, turnas sin al li la
nejuna homo. Vole-ne-vole la dando ensxovas la manon en la posxon
kaj eltiras la kulereton.--Nu, vi estas vera jxonglisto, li rimarkas
konfuzite.--Jes. Prenu por la kafo; la brando estas pagita, diras la
jxonglisto, jxetante moneron sur la tablon, kaj forigxas, akompanata
per salutoj de la mirigita servanto kaj forportante la kasxitan
kulereton.
(_El Fundamenta Krestomatio._)
Verkortingen.
e. = ekzemple = bijvoorbeeld.
k. a. = kaj aliaj = en anderen.
k. c. = kaj ceteraj = en overige.
k. s. = kaj similaj = en dergelijke.
i. a. = inter alie = onder anderen.
k. sekv. = kaj sekvantaj = en volgende.
k. t. p. = kaj tiel plu = en zoo voort, enz.
t. e. = tio estas = dat wil zeggen.
Do. = doktoro = dokter.
Fino. = frauxlino = mejuffrouw.
Po. = profesoro = professor.
So. = sinjoro = mijnheer.
Sino. = sinjorino = mevrouw.
Herhalings-Oefeningen.
1.
Toen de politie kwam, gingen de menschen uiteen. Hij sprong op, hief
een lied aan en liep weg. Ik zal dadelijk terugkomen. Het kind is bezig
haar moeder te kussen. Hij doodde twee vijanden. Hij vulde het huis
met rook. Het huis werd vol rook. De zeelucht maakt mij gezond. Ik
moet hier weer genezen. Het stormde den geheelen nacht. Een vonk kan
gevaarlijk zijn. Goede vriendschap is zeer aangenaam. Noch ik, noch
hij heeft het gezien. De eetschaal was ledig. Dat boek is niet waard
om gelezen te worden. Zijne woorden waren niet te begrijpen. Wees
niet zoo vergeetachtig. Het zwaard moet in de schede zijn. Hebt
gij dat ooit gehoord? Neen, nog nooit. Ik spreek van het kind. Het
kind heeft zijn pen verloren. Haar vader is gestorven. Hebt gij een
grooten hond en heeft hij mooie ooren? Opdat gij de kinderen niet
zult wakker maken, is het noodig, dat gij niet zoo babbelt. Een
honderdtal kinderen zijn in den tuin. 3 × 3 = 9, 3/4 × 3/4 = 9/16,
1/3 × 1/3 = 1/9. Hoe laat is het? Half tien. Van die twee broeders
is hij de grootste. Hij is de beste van al mijn vrienden. Dit huis
is van steen gebouwd. De portier opende de deur voor mij. Gisteren
werd de bedrieger bedrogen. De cursus zal 5 maanden duren. Verleden
Zondag heeft hij mij bezocht. Het adresboek van Rotterdam is groot.
2.
Het boek, dat hier ligt, behoort aan mijn broeder, die nu ziek is. Ik
heb hem nog niet gezien, maar hij zal spoedig komen. Waar gaat gij
heen? De suikerpot is op de tafel, maar er is geen suiker in. Het
wordt reeds avond en het weer is koud; laten wij naar binnen gaan. De
zon begon reeds onder te gaan, maar het was nog zeer warm. Het werk
maakte mij moede, daarom ging ik spoedig naar bed. Het feest begon,
zoodra het bestuur aangekomen was. Hij woont tegenover de kerk in
een groot huis. Volgens mijne meening is het wonen hier gezond; een
ziek mensch kan hier spoedig gezond worden. Ongeveer de helft van de
vogels stierf van de koude; de overigen vlogen naar het Zuiden. De
gierigaard vreest steeds, dat men zijne bezittingen zal stelen. De
molenaar is een vriend van den wind, doch te veel wind is niet goed
voor den molen. De oogarts is uit de stad; indien gij geholpen wilt
worden, moet gij naar een anderen dokter gaan. Die man is 60 jaar
oud, maar hij ziet er uit als een persoon van 40 jaar. Gij doet zeer
verstandig, door zoo te handelen. Ik zal onderzoeken, wie van u allen
dit gedaan heeft. Hij is een vriend van mij, daarom mag hij elken
dag komen. Hij glimlachte, terwijl hij mij een hand gaf. Het aantal
menschen, dat kan zwemmen, is zeer groot.
3.
Het is noodig, dat gij vlugger loopt, anders zult gij veel te laat op
uw werk aankomen. Met de eene hand wees hij naar mij, terwijl hij de
andere hand in den zak stak (metis). Eén van u allen heeft het gezegd,
dat is zeker; nu zal ik moeten onderzoeken wie het gezegd heeft en
dus de zondaar is. Een kers is een lekkere vrucht; het is jammer,
dat men ze het geheele jaar niet kan koopen. Een pereboom is een
boom, waaraan peren groeien. Mijn inktkoker brak in drie stukken en
al de inkt viel op het boek. Zij verzorgt hare kinderen niet goed;
de andere vrouw zorgt beter voor hare kinderen. Ik ben reeds dikwijls
in Amsterdam geweest; het aantal malen is niet te raden. Hij verzekerde
ons, dat alles, wat hij zei, de zuivere waarheid was, maar het was niet
te bewijzen. Het is niet te wenschen, dat hij vóór 6 uur thuis komt,
want zijn middagmaal moet nog klaar gemaakt worden. Door het slechte
weer kon ik u niet vroeger bezoeken. Het geleende geld stelde mij in
staat, zulke groote inkoopen te doen. Ik ben u dankbaar voor de hulp,
welke gij mij gegeven hebt. De president van Frankrijk heeft verleden
jaar ons land bezocht. Ik schreef aan den WelEd. Heer J. P. te Z.,
alwaar ook mijn broeder woont. Ik weet niet of gij dat moet doen
of ik. Of het morgen mooi weer is, of dat het regent, ik ga toch
uit. Hij viel dood op den grond; wij droegen hem weg en waarschuwden
zijne ouders. Zonder om te kijken, liep hij mij voorbij. Nieuwsgierige
menschen kijken dikwijls om.
4.
Ik heb onder die menschen alles verdeeld, wat ik bezat. Oude menschen
zijn zeer veranderlijk; zij willen nu eens dit, dan weer dat. De zieke
was gedurende den geheelen dag omgeven door de geheele familie. Hoe
minder geld hij heeft, hoe minder hij drinkt. Deze menschen wonen
reeds drie jaar in een huis van steen. Heeft hij geen gelijk? Neen? In
hoeverre heeft hij ongelijk? Van wien is deze beurs? Van niemand of
van ieder? Voor den misdadiger staan overal netten, maar de hoofdzaak
(cxefafero) is, hem er in te vangen. Het glas brak in vier stukken. Dat
paard zal niet vlugger loopen, hoeveel gij het ook slaat. Evenals
ik, heeft ook hij zijne gebreken, maar zij zijn niet te zien;
evenwel zij zijn niet te wenschen. Wat 'n reus! Zóó groot ben ik
niet. Dat is niet wenschelijk. Ik vrees, dat een of ander ongeluk
hem overkomen is. Eenige uren geleden zag ik iemand op de straat; nu
zie ik niemand meer. Bij slecht weêr zou men thuis moeten blijven,
doch een politieagent kan dat niet doen. Dat is ongelukkig genoeg,
want daardoor vatten zij dikwijls kou. Het hoofd van onze school is
een zeer streng mensch, doch hij heeft goede eigenschappen en dat is
te prijzen. Deze scheepskapitein drinkt veel brandewijn; hij houdt
niet van koffie. Leer deze heele les van buiten. Ik eisch, dat gij
vroeger naar uw werk gaat. Geef mij s.v.p. een geldstuk, opdat ik
brood kan koopen en geen honger behoef te lijden. Ik gaf hem een korf
vol mooie peren. Ik zal het hem zeggen, zoodra ik hem zie. Er valt
een zandkorrel in mijn oog; met een beetje water kan hij er uit.
5.
De koningin kwam het eerst aan. Haar geheele gevolg zou den volgenden
dag komen. Hare Majesteit de koningin groette een ieder beleefd en
ook zij werd door een ieder beleefd gegroet. De nieuwgekozene gaf een
feestmaal. De hond leschte (trankviligi) zijn dorst, maar hij bleef nog
zeer warm en moede. Leer deze les van buiten, opdat gij geene fouten
zult maken. De kerk staat in het midden van het dorp. Zij is lid van
de Roomsch-Katholieke kerk (eklezio). Behalve vijf gulden betalen,
moest hij ook nog vijf dagen in de gevangenis doorbrengen. Toen ik
het boek gelezen had, bracht ik het weg. Deze man is arm; zijn zoon
is nog armer en zijn neef is de armste van alle familieleden. Toen ik
naar buiten ging, zag ik, dat het weêr mooi was. Verstandige menschen
zeggen steeds de waarheid, maar moeten ook kunnen zwijgen. Zij moeten
alleen dán spreken wanneer het noodig is, want het is dikwijls noodig,
dat men zwijgt. Zenuwachtige menschen zeggen nu eens veel te veel,
dan weer kunnen ze geen enkel woord uitspreken. Indien het noodig
mocht zijn, zoo ben ik steeds bereid u te helpen. Toen ik hem een
gulden gegeven had, ging hij naar huis, dus, toen hij van mij een
gulden ontvangen had, zag ik hem niet weer. Er zijn menschen in
deze wereld, die nooit tevreden zijn; hoeveel men hun ook geeft,
zij klagen steeds. Allerlei menschen gingen naar het feest, zoowel
arme als rijke. Ik keek naar boven en zag drie vogels, welke boven
op het dak zaten, terwijl vier vogels over het dak vlogen.
6.
Overal zocht ik een rijtuig, doch nergens zag ik er een. Wat voor
belooning moet ik hem geven? Wiens mes dit is, diens vriend ben ik. Het
kind wilde niet gehoorzamen, daarom werd het gestraft. Men kan dat
doen zonder iemands toestemming. De burgemeester van onze stad heeft
ons gisteren bezocht. Die man is zeer medelijdend, hij geeft altijd
aan arme menschen. Dat bevel is niet uitvoerbaar (te doen). Alles,
wat gij zegt, is belachelijk. Halverwege bemerkte ik, dat ik geen
geld bij mij had. Beveel haar, dat zij stil is. Dien hond te slaan
is een kinderachtigheid en bedenk, dat ik niet van schurkenstreken
(schurk = fripono) houd. Het kind werd rood van schaamte. Een mensen,
dien men veel laat werken, wordt moede. Het fleschje brak, maar het
water bleef er in. Laat Jan komen om mijn koffer te dragen. Gij handelt
in strijd met uw plicht. Ik zal wachten tot zij gezongen hebben. Het
kind wierp eenige steentjes in het water. Gij zult berouw hebben
over die zaak. De bliksem trof het kasteel, welks toren direct in
brand vloog. In het jaar 2000 zal de wereld vergaan (perei). Morgen om
2.45 n.m. ga ik weg. Tien gedeeld door vijf is twee. Het is mooi weêr;
zouden wij gaan wandelen? Neen laten wij rijden. Ik heb teveel broeders
en zusters. Vandaag is het Vrijdag en morgen is het Zaterdag. Deze
hond is niet te vertrouwen, hij bijt spoedig.
7.
Hoe minder hij arbeidt, zooveel te luier wordt hij. Waarom weet ik
niet, maar toch lacht gij ergens om. Ik heb liever een glas wijn dan
een wijnglas. Hij stond boven op den berg en keek naar beneden op het
veld. Men hinderde mij zóó, dat ik mijn werk slecht maakte. De vader
en zijn zoon gingen samen naar de kerk. Ik scheurde den brief aan
stukken en strooide de stukken in alle hoeken van de kamer rond. Hij
zeide dat hij mij niet gezien had, maar men kan hem slecht gelooven;
men zegt dat hij een echte leugenaar is. Eerst ging ik naar Parijs,
daarna naar Berlijn en eindelijk naar Antwerpen, doch nergens vond
ik het verlorene terug. Als ik u morgen terug zie, zal ik zeer blij
zijn, want het meest houd ik van oude goede vrienden. Door het lage
water konden de schepen niet varen, de stuurlieden werden ontslagen
en het overige scheepsvolk ontving pensioen. Gij allen zult getuigen
zijn van de gebeurtenis, die plaats zal vinden (1 woord). Dat gezegde
deed mij blozen, maar ik word niet gauw bang en liep niet weg. In
hoeverre hij die belooning verdient, weet ik niet, maar ik verzeker u
dat hij veel werkt, verbazend veel. Hij, die niet werkt, zal ook niet
eten. Ik weet niet welke van die twee jongens de oudste is, maar ik
geloof dat de grootste de jongste is. Het is mij onmogelijk, op zoo'n
papier goed te schrijven, maar ik zal mijn best doen, opdat ik mij
niet over mijn schrift behoef te schamen, en de menschen niet zullen
zeggen: wat een slecht schrift (1 woord). Dat, wat mij niet raakt,
zal mij niet ongerust maken. De man met wiens automobiel de dieven
vluchtten, is nu gestorven; de misdadigers hadden hem bijna vermoord.
8.
Deze portier is een zeer sterke man; zijn voorganger was zeer zwak;
ik zag hem eens vechten; hij viel op den grond en brak zijn been. De
mijnwerkers moeten veel werken; schaapherders en politieagenten bijna
nooit. Eene koe loopt vlug, een paard loopt vlugger, doch een hond
loopt het vlugst. Nadat zij de appels gestolen hadden, gingen zij naar
huis; zonder iets aan hunne ouders te zeggen, gingen zij naar bed,
sliepen spoedig in en bleven rustig slapen tot 7 uur den volgenden
morgen. Nadat het den halven dag had geregend, helderde de lucht
op, de zon kwam te voorschijn en het weêr werd prachtig. Heden las
ik een mooie vertaling van den brand te Scheveningen. De schrijver
was verrukt over het prachtige gezicht, dat hij 's morgens aan het
strand (vert. zeeoever) genoot en over het nog veel mooiere gezicht,
dat hij 's avonds gedurende den brand waarnam. Weet gij wel, hoe
laat het reeds is? Het is al kwart voor acht en de muziek begint
om kwart over acht. Laten wij ons dus haasten, want ik verlang,
dat gij het hoort. Toen ik het boek gelezen had, gaf ik het aan
mijn zwager. Vroeger waren de menschen veel sterker dan in den
tegenwoordigen tijd. Ik wensch, dat gij vroeger naar uw werk gaat; gij
zijt altijd laat. Onze vroegere hoofdonderwijzer is nu hoofd der school
in mijn geboorteplaats. In mijn tuin groeit een groote verscheidenheid
van bloemen, maar de mooiste van allen is de roos. Vriendschap is zeer
aangenaam, maar door een zoogenaamden vriend met een stok geslagen te
worden, is geen bewijs van vriendschap. Hij is een groote schreeuwer;
het schijnt, dat hij denkt, dat alle menschen doof zijn. Deze man heeft
mooie appelboomen, maar indien gij iets moois wilt zien, ga naar mijn
buurman, die heeft veel moois in den tuin. Om met een weegschaal te
kunnen wegen, moet men gewichten hebben, opdat men het gewicht van
een voorwerp kan bepalen.
9.
Ik zag eens een armen man. Al zijn kleeren waren versleten (verslijten
= eluzi). Wat hij sprak kon niemand verstaan. Van overal kwamen
kinderen aangeloopen om zoo'n vreemden man te zien. Ieder kind wilde
hem het beste zien en gebruikte allerlei middelen, de anderen weg te
drukken. Hij begon weer iets te spreken, maar daar hij te zacht sprak,
kon men niets hooren. Iemand van de politie liep naar hem toe en vroeg
hem, wie hij was, van waar hij kwam, hoe hij heette, wiens onderdaan
hij was, waarom hij niet beter gekleed was, hoeveel kinderen hij had,
wat zijn beroep was en wanneer hij hierheen gekomen was. De man keek
den politieagent flink in de oogen en zei toen in het Esperanto: Ik
spreek slechts de Spaansche taal en een weinig Esperanto. Gelukkig,
zei de politieman, dat laatste spreek ik ook. Toen begon hij Esperanto
te spreken en vroeg alles nog eens. Wat een geluk is dat voor mij,
zeide de arme man; ergens ver van mijn vaderland met iemand te kunnen
spreken. Daar, zeide hij, steeds wijzende naar het Zuiden, ligt mijn
vaderland, mijn Spanje. Overal ben ik al geweest, doch nergens en
nog nooit in zulke droevige omstandigheden als hier. Ik heb veel
geld bij mij; ik zal u alles geven, zoodat ik niets overhoud. Zoo
arm als gij misschien denkt, ben ik niet, doch ik heb een voorgevoel
(antauxsento) dat men mij om de een of andere reden het geld zal
ontrooven (forrabi). Op de een of andere manier zal men misschien
trachten dit te doen. Ik ben echter niemands vijand, ik heb totaal
geen vijand, daarom kan het gebeuren, dat men mij heelemaal geen
kwaad doet. Maar ik zal uwe vragen beantwoorden.
Ik ben een spaansch hoveling. Gij kent koning Alfonso? Nu, diens
onderdaan ben ik. Om geen enkele reden zal ik voor u de waarheid
verzwijgen. Ik had een of andere boodschap voor den koning van
Denemarken. Wegens de spoorwegstaking kon ik Madrid op geen enkele
manier verlaten en op last van den koning moest ik op elke manier
trachten, Madrid te verlaten. Ik deed mijn best, want de koning wordt
overal direct boos om, en ik moest een geldzending overbrengen. Ik
verliet Madrid door middel van een luchtballon (aerostato), hopende
te kunnen landen (surterigxi) daar, waar geen staking heerschte. Ik
nam geen voedsel mee en droeg mijn beste kleeren. De ballon daalde
niet, voordat ik deze stad bereikte. Ginds nabij dat kleine huis
ben ik geland. De menschen beroofden mij van al mijn kleeren en
gaven mij deze vodden terug en ook het geld. Daarom heb ik zooveel
geld bij mij. Ik verzeker u, ik ben een ieders vriend en wil niets
kwaads doen. Mag ik om iemands hulp verzoeken? Natuurlijk, zeide de
politieman en leidde den man, die beefde van koude, honger en dorst,
naar het politiebureau, waar men voor alles zorgde.
10.
Toen wij het huis bereikt hadden gingen wij naar binnen. Aan den boom
had hij een touw gebonden. Hij was door het leven wakker geworden. De
verwelkte bloemen liggen in den tuin (verwelken = velki). Zijn
gezicht was rood geworden van schaamte. Hij had den drank vervloekt
door te zeggen: "Vervloekte drank" (vervloeken = malbeni). Het blad
(tabulo) van de tafel was geheel gebarsten. Ik had hem om 5 uur
gewekt. Eindelijk was het huis bereikt. De geel geworden bladeren
lagen op den grond. Hij was door het leven wakker gemaakt. Ik zou
de vloer aangeveegd hebben, indien hij niet zoo bedekt geweest was
met zand. Ik zou niet zoo dik geworden zijn, indien ik niet zoo veel
geld verdiende. Gisteren zag ik mijn ouden buurman nog; die was zeer
oud geworden. Dit huis is gebouwd in het jaar 1910; mijn broer zou
het gebouwd hebben, maar werd ziek en het duurde te lang eer hij weer
gezond werd. Zonder aan zijn kinderen te denken, ging hij in de herberg
en dronk zooveel, tot hij dronken was. Daar ik hem niet gezien had,
wist ik daar niets van. Ofschoon het weinig geregend had, waren de
rivieren goed bevaarbaar. Men zegt dat in het buitenland hongersnood
(malsatego) heerscht, maar ik heb daarvan niets gelezen. Evenwel,
ik zou het ook niet gelezen kunnen hebben, want ik moet de courant
nog ontvangen. De meeren in Holland zijn bijna allen drooggemaakt
(senakvigi); maar toen de menschen ze drooggemaakt hadden, kon het
land nog niet dadelijk bewerkt worden.
ESPERANTO-EXAMENS 11 OCTOBER 1916.
Opgave Examen A.
_Ter vertaling_:
1. Als de kat ziek was, zou ze niet eten.
2. Uw huis is zeer oud, verkoop het.
3. Een viertal musschen zat op het dak.
4. Zij zeide het haar tweemaal.
5. In den herfst is het niet meer zoo warm als in den zomer.
6. Gij moet dat zoo goed mogelijk doen.
7. De soldaten marcheerden zingende door het dorp.
8. Vele gewonden sterven, verlaten op het veld.
9. Een mes snijdt goed als het scherp is.
10. Maria is de oudste van zijne zusters.
11. Des morgens verschijnt de zon opnieuw.
12. Ik herinner mij den naam van die bloem niet.
13. De kat sprong van den stoel op de tafel.
14. Wij reden (te paard) door een bosch waar de takken
voortdurend onze schouders raakten en de vogeltjes
voortdurend zongen tusschen de groene bladeren.
15. Mijn dochtertje had een gulden gespaard.
16. Te veel zout bederft het eten.
17. Het geheugen verzwakt als men oud wordt.
18. Die daad is zeer te betreuren.
19. Zijn slecht schrift is niet te lezen.
20. Hare voorouders leefden in Engeland.
OVERZICHT KORELATIVOJ.
+--------------+-----------------------------------------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+
| | KUNNEN VERANDEREN: | | | | | | Bezitter of |
| |-----------------------------------------------| Plaats. | Reden | | Manier | | eigenaar. |
| | Soort. | Onbenoemd | Bepaalde | | of | Tijd. | of | Hoeveelheid. | (Persoon of |
| | Hoedanigheid. | ding. | persoon | | oorzaak. | | wijze. | | zaak). |
| | | | of zaak. | | | | | | |
+--------------+---------------+---------------+---------------+---------------|---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+
| | Ia | Io | Iu | Ie | Ial | Iam | Iel | Iom | Ies |
|Grondwoorden. | de (het) een | iets, | iemand, | ergens, | ergens om, | eens, ooit, | op de een of | wat, | iemands, |
| | of andere, | het een of | eenig, | op de een of | om de een of | op zekeren | andere wijze | 'n beetje, | van den een |
| | een zekere, | het ander. | de een of | andere plaats.| andere reden. | tijd, op de | | een weinig, | of ander, |
| | eenigerlei. | | andere persoon| | | een of andere | | iets. | van iets. |
| | | | of zaak. | | | tijd. | | | |
| | | | | | | | | | |
| | Kia | Kio | Kiu | Kie | Kial | Kiam | Kiel | Kiom | Kies |
|Vragend. | welke, | wat. | wie, die, | waar, | waarom, | wanneer, | hoe, op welke | hoeveel, | wiens, |
|Betrekkelijk. | wat voor een, | | welke, dat, | op welke | om welke | op welke tijd,| manier, | welke | wier, |
|Uitroepend. | welke soort | | dewelke. | plaats. | reden. | toen, als, | hoedanig, | hoeveelheid | van wie, |
| | van. | | | | | zoodra. | als, zooals. | als. | welks. |
| | | | | | | | | | |
| | Tia | Tio | Tiu | Tie | Tial | Tiam | Tiel | Tiom | Ties |
| | zoodanig, | dat. | die, dat, | daar, ginds, | daarom, | dan, toen, | zoo, | zooveel, | diens, |
|Aanwijzend. | dusdanig, | | diegene. | op die plaats.| om die reden. | op dien tijd, | op die manier,| zulk een | dier, |
| | dergelijk, | | | | | destijds. | derwijze. | hoeveelheid. | van die, |
| | zulk een, | Tio cxi | Tiu cxi | Tie cxi | | | | | deszelfs. |
| |zulk een soort.| dit. | dit. | hier. | | | | | |
| | | | | | | | | | |
| | Cxia | Cxio | Cxiu | Cxie | Cxial | Cxiam | Cxiel | Cxiom | Cxies |
|Verdeelend. |elke soort van,| alles, | ieder, | overal, | overal om, | altijd, | op elke manier| alles, | ieders, |
|Alles | iedere soort, | alle, | iedereen, | op alle | om elke reden.| ten allen | of wijze. | de gansche | elks, |
|omvattend. | elk, | elk ding. | elk een. | plaatsen. | | tijde, steeds.| | hoeveelheid. | van ieder. |
| | ieder. | | | | | | | | |
| | | | | | Nenial | Neniam | Neniel | Neniom | Nenies |
| | Nenia | Nenio | Neniu | Nenie | nergens om, | nooit, | geenszins, | niets, | niemands, |
| | geen enkele | niets, | niemand, | nergens, | om geen | nimmer, | op geen enkele| niemendal. | van niemand. |
|Ontkennend. | soort van, | niet een enkel| geen, |op geen enkele | enkele reden. | op geen enkel | manier, | | |
| | geen enkel, | ding. | geen enkele. | plaats. | | oogenblik. | in 't geheel | | |
| | geenerlei. | | | | | | niet. | | |
+--------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+---------------+
AANTEEKENINGEN
[1] Evenals in 't Nederlandsch in _hij kan vliegen_, _hij wil
schrijven_ de tijdvorm in slechts één werkwoord wordt uitgedrukt,
gebeurt dit ook in 't Esperanto, dus _li povas flugi_, _li volas
skribi_.
[2] De uitgang _os_ wordt later verklaard.
UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM.
ESPERANTO-UITGAVEN.
_A. BLOK._ HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, bewerkt voor
Zelfonderricht. Cursus en Schoolgebruik, _zevende druk_ ing. f
1.10. gecart. f 1.65.
_A. BLOK._ SLEUTEL OP HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, ten behoeve
van Zelfstudeerenden en Onderwijzers in Esperanto, _derde druk_
f 0.50.
_A. BLOK._ ESPERANTO-ZAKWOORDENBOEKJE.
Esperanto-Nederl. en Nederl.-Esperanto f 0.55.
Een populaire uitgave, waarin men de meest gebruikt wordende woorden
en uitdrukkingen kan vinden. Het leent zich uitnemend om steeds bij
zich te dragen.
_MERKURIO_ (Rotterd. Esp.-Vereen.) HANDELSBRIEVENBOEK
ESPERANTO-NEDERLANDSCH f 1.20.
Voor _Vereenigingen_ gelden tevens de getalsprijzen: bij 5 ex. f 1.-,
10 ex. f 0.90, 25 ex. f 0.85, 50 ex. f 0.80 per ex.
Leden van Vereenigingen kunnen dus dit uitnemende boekwerk, waar
alle soorten brieven, ook voor _particulier gebruik_, in voorkomen,
bij gezamenlijke bestelling voor een beduldend lageren prijs bekomen.
WAAR FAALT HET PLAN DER PACIFISTEN?
Esperanto, fundament voor wereldvrede? 10 ct.
UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM.
End of Project Gutenberg's Het Esperanto in Twintig Lessen, by A. Blok