17 Eerste trap de verblijfplaats van Virgilius. Zie zang IV.

23 Erichtho de Thersalische heks, welbekend uit het tweede deel

van Faust, en uit Lucanus, bij wien zij Sextus Pompeius de toekomst

voorspelt.

27 Wien, is geheel onbekend.

54 Theseus was in de onderwereld gekomen om Proserpine te schaken,

maar was onverrichter zake, maar ook ongestraft, wedergekeerd.

56 Gorgo hetzelfde als Medusa.

TIENDE ZANG.

23 Zoo pas, mo, een alleen in Florence gebruikelijk woord, lat: modo.

32 Farinata, hoofd der Ghibellijnen in Florence. Aan de rivier de

Arbia versloeg hij in een bloedigen slag (anno 1260) het Guelfenleger:

triomphantelijk in Florence binnengetrokken, verjoeg hij alle Guelfen,

waaronder ook de ouders van Dante uit de stad, (doch dezen verstonden

de kunst van het terugkeeren). Maar toen de Ghibellijnen voorstelden

om, gebruik makende van hunne overwinning, gansch Florence te

verdelgen, heeft hij alleen zich daartegen verzet.

63 Deze minachting van Guido voor Vergilius ziet misschien daarop dat

Guido niet met Dante overeenstemde in zijn geloof in den goddelijken

oorsprong van het Romeinsche rijk, als welks zegsman D. Virgilius

beschouwt.

80 Der vrouwe die hier heerscht, de Maan, als Proserpina, koningin

der onderwereld.

Ruim 4 jaar na deze helle-vaart, in 1304, keerden de Witten, Dante's

partij, in Florence terug, doch op zulk eene wijze, dat het hem niet

mocht gebeuren, met hen mede terug te keeren.

87 tempel, naar oud-romeinsch gebruik de plaats der vergadering.

119 Frederik II, keizer van Duitschland, een Hohenstaufen, overleden

in 1250 te Fiorentino.

120 De Kardinaal, Octaviaan Ubaldini, gewoon te zeggen: als de mensch

een ziel heeft, dan heb ik de mijne verloren voor de Ghibellijnen.

ELFDE ZANG.

9 Photinus, Diaken van Thessalië ontkende de goddelijkheid van

Christus.

16 Kleinere cirkels, kleiner wegens den trechtervorm.

50 Cahors, stad in Toulousaine, bekend om hare woekeraars.

65 Dis, hetzij de stad van dien naam in welke men zich bevindt van

Boek IX af, hetzij (hetgeen waarschijnlijker is) dat hier Lucifer

met dien naam wordt bedoeld.

106 deze beide, d. i. de kunst n.l. alle arbeid des menschen, èn de

natuur, Gods kunst-werk.

113 Dit is in de lente de stand der Hemel-teekenen bij het opgaan

der zon. De eerste nacht in de Hel is dus nu voorbij.

TWAALFDE ZANG.

12-21 De schande der Cretensers: de Minotaurus, ontvangen in de

nagemaakte koe; zijne moeder Pasiphaë, gedood door den hertog van

Athene: Theseus, die onderricht was door des Minotaurus' zuster:

Ariadne.

37 Weinig tijd voor Christus' helle-vaart, dus bij den dood van

Christus, was er eene aardbeving, welke ook in de Onderwereld gevoeld

werd en deze op verscheidene plaatsen scheurde.

42 Enkelen d. i. Empedocles, die geloofde dat het Heelal te zamen

wordt gehouden door Twist of Eris; zoude echter het gansche Heelal

Liefde gevoelen dan keert het tot den Chaos terug; en dit was reeds

herhaalde malen gebeurd.

112 "Nu zij deze enz." d.w.z. luister nu naar Nessus.

119 Guido van Montfort doorstak gedurende de Mis in de kerk te Viterbo

Prins Hendrik van Engeland, om zijnen vader te wreken door Koning

Hendrik III gedood.

DERTIENDE ZANG.

5 Slecht = glad: schiesto van het D. schlicht.

21 nl. indien ik ze alleen maar vertel.

31 De voorstelling van takken welke afgeknot zijnde bloed verliezen

en waaruit dooden spreken is in kiem te vinden bij Virgilius,

Aen. III. 24.

57 Zoodat ik er wat langer in blijve, dan noodig is.

58 Die hier spreekt is Pieter delle Vigne, van geringe afkomst

opgeklommen tot kanselier van Keizer Frederik II. In een oorlog

van den keizer tegen den Paus maakten de Guelfen hem bij den keizer

verdacht. Deze nam hem gevangen, doch doodde hem niet maar liet hem

van het gezicht berooven en zóó vrij. Naar Pisa getrokken zijnde,

waar hij vele vrienden hoopte te vinden, heeft hij zich, daar hij zich

bij allen veracht zag, het hoofd tegen eene kerk te bersten geloopen,

zoodat hij dood nederviel.

62 volgens andere lezing: slaap en polsen (d.i. bloed). Ironisch over

de vergelding van zijn trouw.

63 De Nijd.

73 nieuwe, daar hij eerst onlangs gestorven was.

118 Die het voorst was. Lano van Sienna die met Jacobo dalla Capella

di Sant' Andrea en een gansche troep losbollen hun vermogens hadden

verkwist. De eerste had zich om aan zijn schuldeischers of zijne

begeerten (hier de jachthonden) te ontkomen in den slag bij Toppo in

de vijanden geworpen.

133 Wie hier spreekt is niet geheel zeker, waarschijnlijk degene die

Jacob della Cap. D. S. Andrea tot het losbandig leven had verleid.

145 de Stad enz.: De Schutspatroon van Florence was Mars, die wel

is waar, zich wreekt om haar ontrouw, maar zonder wiens hulp ook de

Florentijnen zich niet weder hadden kunnen verheffen. Zijn beeld was

bij een instorting van den vroegeren Ponte Vecchio in 1333 in den

Arno gevallen.

VEERTIENDE ZANG.

13 Hier is het zand bedoeld der Libyaansche woestijn aan wier

zoom Utica lag, waar Cato de jongere zichzelven van het leven

beroofde. Waarom deze zelfmoordenaar, die niet hier maar in het

Purgatorium is, juist hier genoemd wordt.

43 D. herinnert er nog eens aan, dat hij, de Rede, niet bij machte

was om de Duivelen te overwinnen.

58 Veldslag van Phlegra, den Titanen-strijd.

80 welken voorts de zondaressen d.w.z. welks water verder op door de

vrouwen als waschplaats wordt gebruikt.

103 Het beeld, uit Daniël overgenomen waar 't de droom is des

Assyrischen konings over zijn eigen rijk, is hier het Romeinsche Rijk,

voor Dante gelijkstaande met de gansche beschaafde wereld. Het kruis

stelt de verdeeling voor in Westersch en Oostersch. De tranen zijn

de zonden en dus de ellenden des volks.

VIJFTIENDE ZANG.

51 voordat mijn leeftijd vervuld was, zie Zang I: voor dat mijn

vijf-en-dertigste jaar vervuld was.

67 blind, bijnaam der Florentijnen, over welks oorsprong verschillende

verhalen zijn.

77 Romeinen, Dante's familie leidde haar oorsprong af van die oude

Romeinen, die Florence hebben gesticht.

89 met nog eene uitspraak, zie Boek X.

114 Slaaf der slaven, aldus noemt de Paus zich-zelven.

119 Thesaurus, In het Fransch geschreven werk van Brunetto, waarin

verzameld was, "al wat viel te weten" in zijn tijd. Dante had er veel

kennis uit geput. Er stond ook een Compendium (verkort overzicht) in

van de Ethica van Aristoteles. Of Brunetto L. ook inderdaad Dante's

onderwijzer is geweest, kan niet uitgemaakt worden; immers dit is

nergens vermeld, wel door de uitleggers afgeleid uit deze ontmoeting.

121 die te Verona: om het groene laken.

122 als prijs voor den wedloop.

ZESTIENDE ZANG.

21 Daar de in dezen kring gestraften altijd moeten loopen, rest hun,

nu zij zich met Dante willen onderhouden, niet anders dan zich in

een kring te bewegen, de voeten altijd draaiende en de gezichten op

Dante gericht. Alle drie zijn edele Florentijnen.

41 Wiens raad. Hij ried den Florentijnschen Guelfen den slag bij de

Arbia af. Zie boek X, vs. 86.

102 voor duizenden een woonplaats. Een der edelen van die streek was

van plan geweest, maar daarin door den dood verhinderd om dat dal te

ontginnen en voor duizenden bewoonbaar te maken.

ZEVENTIENDE ZANG.

40 Dante kan hier gerust alleen gaan, want voor de aanstekelijkheid

der hier gestrafte zonden (die der woekeraars) stond hij van nature

ook zonder dat de Rede hem hoefde te waarschuwen, te hoog.

74 en hij stak de tong naar buiten, dat is het gebaar van iemand die

aanduidt dat hij sarkastisch bedoelde dat wat hij heeft gesproken:

met den oppersten ridder van de drie bokken is een befaamd, nog levend

woekeraar bedoeld.

ACHTTIENDE ZANG.

1 De achtste ommegang. Hier wordt gestraft gewelddadigheid met

bedrog (zie zang XI. 52) gepleegd tegen den naaste, maar met wien de

boosdoener door geen bijzonderen band van liefde is verbonden geweest;

terwijl men in den Negenden O. degenen zal zien die misdeden tegen

zulken, die hen vertrouwden, dus Verraad pleegden.

5 put, de eigentlijke Helle-trechter. De tien valleien zijn dus tien

Co-centrieke cirkels.

17 rots-wegen, eigentlijk Scogli, lat. Scopuli, voorgebergten, maar

zij zijn toch ook hol van onder gelijk een brug of boog zie v. 73.

28 Dit was het Jubel-jaar 1300. De brug was over den Tiber en voerde

de bezoekers naar het Vaticaan en de kerk van Sint-Pieter. De ééne

helft stroomde er heen met het gezicht naar het kasteel van San

Angelo; de andere helft stroomde terug met het gezicht naar den daar

tegenoverliggenden Monte Giordano.

61 Sipa, dialectisch in het gebied van Bologna voor "Zoowaar."

133 Thaïs, uit den Eunuchus van Terentius, als vertegenwoordigster van

allen, die door vleierijen hun zin doordrijven. Het hier aangehaalde

antwoord wordt eigenlijk door den parasiet Gnabho gegeven.

NEGENTIENDE ZANG.

1 Simon T. Zie Handelingen VIII. 9-24. Hij bood Petrus geld voor de

gave van den Heiligen Geest.

16 Dit waren vakken met openingen rondom het doopvond, waarin de

priesters gingen staan om bij het doopen vrij te zijn van het gedrang

der menigte. In de Sint Jans Kerk te Florence zijn die constructies

anno 1576 gesloopt maar in het Doophuis te Pisa bestaat nog heden

een dergelijke constructie.

21 elk mensch enz. n.l. die een verkeerde meening over deze daad van

Dante heeft.

46 Uit deze concrete voorstelling, vergeleken, met de meer abstracte

van vs. 1 en 3, begrijpt men de geheele symboliek der marteling.

49 Deze strafwijze bestond hierin dat de moordenaar met het hoofd

naar beneden aan een paal gebonden werd. De paal werd dan in een kuil

gestoken, en de kuil met aarde gevuld. Riep de veroordeelde nog wat

tot den biechtvader dan wachtte men met het vullen van den kuil.

56 de Schoone Vrouw is de kerk.

57-60 onthorend: letterlijk scornati, als een beest wien de horenen

zijn geknot.

79 Hij die hier spreekt is Paus Nicolaas III, van Orsini (van het

berengeslacht); hij wacht zijnen opvolger Bonifacius VIII, die nu

(1300) nog leeft maar in 1303 gestorven is, die Florence aan Karel

van Valois heeft verraden.

82 één zal komen: Clemens V, paus van 1305-1314, door den invloed

van Philips den Schoonen tot zijne waardigheid gekomen. Hij is het

die zijnen zetel naar Avignon verlegde.

86 Maccabeërs.

94 Om de plaats van Judas te vervullen werd tusschen twee

geschikte achtbare mannen geloot en Matthias alzoo door het lot

aangewezen. Handelingen Kap. I, vs. 21-26.

106 Zie hoofdstuk 17 van de Openbaring van Johannes.

107 Zij is de Kerk.

109 De Zeven hoofden zijn waarschijnlijk de zeven sacramenten, de

tien hoornen de tien geboden. Haar echtgenoot is de Paus.

TWINTIGSTE ZANG.

26 Aruns, een waarzegger uit Lucanus.

58 haar vader, Tiresias. Bacchus' Stad, Thebe.

93 loting, die anders door de wichelaars gehouden om een naam voor

een stad te kiezen.

94 Pinamonte heeft graaf Albrecht Casalodi heer van Mantua overreed

om de beste van zijne aanhangers uit zijne stad te verbannen; toen

zijn raad was opgevolgd heeft Pinamonte zelf zich van Mantua meester

gemaakt.

112 Zie Aeneïs II 114.

118 Asdente, een mystieke schoenmaker.

124 Kaïn's gezicht zag men oudtijds in de maan en over Sevilla trok

men de Meridiaan, die de twee halfronden scheidt.

127 Hier wordt wederom evenals aan het einde van den achtsten zang

de tijd aangegeven naar den voor de dichters onzichtbaren stand

der hemelteekenen n.l. één uur na zonsopgang van den tweeden dag,

den stillen Zaterdag.

EEN-EN-TWINTIGSTE ZANG.

38 Santa Zita schutsheilige van Lucca.

41 Bonturo d.i. ironie, want juist Bonturo was de ergste.

48 De heilige buiging, dit slaat op de gebogen houding waarin volgens

vers 46 de zondaar weêr bovenkwam.

49 Serchio de rivier waaraan Lucca ligt.

78 Ik volg hier de lezing "Che gli approda."

95 Caprona, eene sterkte der Pisanen, hun door die van Lucca, die

met de andere Guelfen verbonden waren, ontnomen. In 1290 echter

noopten de Pisanen onder den Graaf van Montefeltro de bezetting van

Caprona tot de overgave der sterkte, onder beding dat ze in vrijheid

mochten weggaan. Bij het uittrekken, verhieven zich onder de Pisanen

de kreten van: "Pakt hen, pakt hen" hetgeen de grootste vrees onder

die van Lucca deed ontstaan en Dante zelf woonde dit voorval bij.

111 Zooals uit zang XXIII zal blijken, is dit een leugen.

112 Het is nu 10 uur in den voormiddag van den stillen Zaterdag

des jaren 1300. Op het oogenblik van Jezus' sterven, gebeurde de

aardbeving, reeds in Zang XII vermeld, en die zich het meest hier

bij de huichelaars deed gevoelen, daar zij voornamelijk Jezus'

veroordeeling bewerkten. Jezus stierf 3 uur namiddag.

116 een luchtje schept, d.i. uit het pek maar buiten kijkt.

TWEE-EN-TWINTIGSTE ZANG.

5 De inwoners van Arezzo, altijd door vijanden geplaagd, waren

bijzonder krijgshaftig.

7 Klokken, hadden b.v. de Florentijnen op hun strijdkar.

82 Gomita, gunsteling van Nino Visconti van Pisa, bestuurder van

Gallura, provincie van Sardinië, dat toen van Pisa hoorde.

88 Logore is een andere provincie van Sardinië van welke Michael

Zanche zich door bedrog had meester gemaakt.

100 Dit geheele Spel is een treffend beeld van bedrog, dat zich door

bedrog wil dekken en zijnen vervolgers (het geweten) wil ontkomen,

terwijl ten slotte toch alles in het kleverig pek der ongerechtigheid

blijft steken.

Giampoli de Navarrees, wil zijnen pijnigers door list ontkomen. Zij

loopen erin door het voorstel van Pluim-Strijker (112), die meent,

dat hij hem toch te snel af zal zijn, daar hij zelf vliegt, en de

ander niet, en die voorstelt, dat de duivels de oever ontruimen,

zoodat de hooge dam (112) den Navarrees tot een schild zij.

120 hij het eerst, n.l. Hondsnoet z. vs. 106.

123 hun voornemen, n.l. om hem te villen.

DRIE-EN-TWINTIGSTE ZANG.

4 De Fabel van Esopus: de muis vroeg den kikvorsch haar over de

sloot te helpen; de kikvorsch willigde het verzoek in, maar met de

bedoeling om haar te verdrinken, bond haar aan zijn poot en ging zóó te

water. Toen kwam de wouw en zag de muis aan 't oppervlak van 't water;

dies haalde hij met de muis ook den kikvorsch weg en vrat ze beiden op.

Bredero S. B. III. 2. Als de Kickvors en de Muys dus 't samen

hassebassen. So mocht de kuyckendief wel schielijck haar verrassen.

30 van beiden, n.l. van uwe en mijne gedachten.

53 zij, de duivels.

66 Keizer Frederik II gaf dergelijke mantels aan de

majesteit-schenders, alvorens ze, naar de sage, te laten verbranden.

Het lood van binnen, door goud van buiten verheimelijkt, toont wederom

aan hoe de straf overeenstemt met de misdaad, hier die van schijn,

misleiding en huichelarij. Men denkt hierbij aan de witgepleisterde

graven, waarmee Jezus weleer de Farizieën vergeleek.

99 als licht, van wege het goud, evenals zoo straks de oranje kappen,

gelijk de kleur is van gloeiende kolen.

101 de weegschalen zijn de huichelaars zelf, maar aldus genoemd omdat

ze bevracht zijn met gewichten.

103 Broeders der Blijdschap, spotnaam door het volk gegeven aan

de ridders der orde van de Heilige Maria door Urbaan IV gesticht,

welker leden de ongeloovigen moesten bestrijden, maar in plaats

daarvan tehuis een vroolijk leven vierden. De twee hiergemoemden

werden om hunne gehuichelde onpartijdigheid te zamen tot Podesta

verkozen; ze maakten van hun macht echter gebruik om de Ghibellijnen

te verdrijven en o.a. de bezittingen der Uberti in het Gardingo (een

wijk van Florence, nu nog zetel van het gouvernement) te verbranden.

115 Kajaphas maakt in den Bijbel den indruk een zeer ernstig man te

zijn. 't Is dan opmerkelijk dat D. hem hier voorstelt als huichelaar.

121 Zijn schoonvader, d. i. de priester Annas, de schoonvader van

Kajaphas. (zie Evang. van Johannes cap XVIII.)

124 Virgilius verwondert zich omdat bij zijn eerste nederdaling (die

immers voor Christus' geboorte plaats had) in de Hel deze beide nog

niet gekruisigd waren.

VIER-EN-TWINTIGSTE ZANG.

12 Weer in de korf: letterlijk vertaald, voor: vat weer hoop.

93 heliotropium, een onzichtbaar makende steen.

111 windselen, hiervan maakt zij het nest, waarin zij sterft of zooals

Ovidius zegt (Metam. XV 392) finitque in odoribus aevum, zij eindigt

in geuren haar leven.

125 muildier, noemt hij zich daar hij een bastaard was.

135 Dante had niet verwacht dezen geweldigen partij-ganger der Zwarten

hier te vinden, maar hij had zich ook schuldig gemaakt aan diefstal

in de kerk van St. Jacob, om welken diefstal ook anderen het hoofd

verloren.

142 In 1300 kwam in Pistoia de verdeeling tusschen Witten en Zwarten

(zie ook Zang VI 54) De Zwarten werden in 1301 verdreven, vluchtten

naar Florence en vereenigden zich met de Zwarten van Florence,

zoodat deze partij bovendreef (vs. 144). De Zwarten van Florence

en die van Lucca trekken nu onder Malespina (hier Mars genoemd en

de dampen zijn de troepen door hem verzameld) tegen de Witten op,

die hij overwint, welke overwinning ook Dante's ballingschap zal

ten gevolge hebben. Zeer schoon wordt orakelsgewijze deze geweldige

worsteling in de Dante zoo goed bekende landouwen om Florence, als

een gevecht der elementen uitgebeeld.

VIJF-EN-TWINTIGSTE ZANG.

2 schendgebaren, het Ital. le fiche, duidt het gebaar aan van iemand

die den duim tusschen wijs- en middelvinger steekt. Op de rots van

Carmignan in het gebied van Pistoia staan nog twee marmeren armen

met de handen in dit gebaar tegen Florence gericht.

12 uwe afkomst. Men dacht te dien tijde dat een groot gedeelte der

inwoners van Pistoia afstamde van daarheen gevluchte aanhangers

van Catilina.

15 die te Thebe, n.l. Capaneus zie XIV 46-71.

19 Maremma, moerassige streek in Toscane.

28 met zijne broederen, de andere Centauren waren geweldenaren zonder

bedrog, daarom in den zevenden Ommegang geplaatst, zie Zang XII.

29 de groote kudde. Toen Hercules uit Spanje terugkeerde met de stieren

van Geryon, haalde Cacus die in een grot van den Aventijn woonde vier

ervan weg, ze bij de staart meetrekkende, zoodat Herc. hun spoor niet

kon terugvinden. Toen Hercules nu met de overige kudde verder wilde

trekken, werd het geloei van zijne stieren beantwoord door éénen uit

de grot en zoo Cacus' list ontdekt en hij zelf door Hercules met den

dood gestraft. Zie Aeneis VIII vs 193.

33 omdat hij bij de tiende reeds dood was.

35 onder ons, d.w.z. onder de brug, waar wij op stonden.

40 Om zich dit geheele tafereel goed voor te stellen houde men in het

oog dat het wordt afgespeeld door vijf personen. Eerst ziet D drie

schimmen, die zich verwonderen over het wegblijven van hun makker

Cianfa; deze is slang geworden, valt één der eerste drie, Agnel,

aan, verandert met hem in een gedrocht, en beiden verwijderen zich

samen. Nu komt weer een slang, die later blijkt Cavalcanti te zijn,

valt weer één van de eerste drie (Buoso) aan en ruilt met hem van

gedaante. Onveranderd blijft dus slechts en van de drie Puccio

Sciancato.

74 vier uitsteeksels, twee voorpooten van den één, twee armen van

den ander.

85 en dat deel, nl. in het moederlijf, dus de navel.

86 den één, Buoso (zie vs 140).

94 Zie de Pharsalia IX, waar verhaald wordt dat de beide soldaten

van Cassius, door Lybie heentrekkende, tengevolge van slangenbeten,

Sabillus, geheel tot asch verteerde en Nassidius zoo opzwol dat

hij borst.

142 kiel-lading, nl. de schimmen van den Zevenden Buidel.

151 Gaville, streek van het Arno-dal, waar Francesco Guercio Cavalcanti

een Florentijn, verslagen was. Die landstreek beweent hem zoozeer,

omdat zijn dood zoo bloedig gewroken is. Dit is degene die van slang

mensch geworden is.

ZES-EN-TWINTIGSTE ZANG.

7 Korten tijd na 1300 overkwamen Florence vele rampen, o.a. een groote

brand door de Zwarten aangestoken, waarbij 1700 huizen vernield werden,

en dan de groote krakeelen tusschen de partijen.

9 Prato, een naburige versterkte plaats.

14 die de duisternis ons had doen afklimmen, immers zij waren XXIV. 70

naar beneden gegaan omdat zij boven niet konden zien.

24 misgunne, n.l. doe verliezen. Deze overpeinzing wordt verklaard

door hetgeen in den volgenden Buidel gezien wordt: Zondaren die

misbruik hadden gemaakt van hun groote geestesgaven.

34 degene, die zich wreekte, Eliza, die toen hij na Elia's hemelvaart

gezien te hebben, op weg naar Bethel door kinderen bespot werd. Hij

vervloekte ze en ze werden door beren verslonden. Zie Koningen

II. 2. 23, 24.

62 Deidamia, Achilles' verloofde, van wie Ulisses hem scheidde,

door hem naar Troje te doen vertrekken.

63 Palladium, het Pallas-beeld, waaraan Troja's behoud hing door

Ulisses listig geroofd. Reeds bij Euripides begint de kloeke en

vindingrijke Odysseus van Homerus een onedel en bedriegelijk karakter

aan te nemen.

92 Caieta, Voorgebergte van Campanië, aldus door Aeneas genoemd naar

zijne voedster: Aeneid. VII, 1. Zie Odyssee XIV.

108 zijne grenssteenen, de straat van Gibraltar.

131 onderkant, de naar ons toegekeerde.

133 een berg, waarschijnlijk de Louteringsberg.

ZEVEN-EN-TWINTIGSTEN ZANG.

1 Ook het in dezen zang verhaalde geschiedt in den achtsten Buidel.

14 zijn spraak, het geluid van het vuur.

27 al mijne schuld, nl. niets er van door boete heb kunnen delgen.

28 Romagna, het Noordelijkst gedeelte van den Kerkelijken Staat,

het land van Bologne, Ferrara enz.

41 de adelaar het wapen der familie der Polentani van welken Guido,

vriend des dichters, was en bij wien Dante lang vertoefd heeft en

gestorven is.

43 Forli, jaren lang belegerd door de Franschen. Deze werden echter

overwonnen en in de pan gehakt door den zelfden Guido.

45 onder de groene klauwen, d. i. onder de familie der Ordelaffi,

wier wapen een groene leeuw was.

46 Hofhond, de beide Malatesta's, heeren van Rimini, Verrucchio

geheeten naar een kasteel dicht bij de stad. Zij waren vader en

broeder van Paola uit den Vijfden Zang.

47 Montagna, een Rimineesch Ridder, wreedelijk door hen gedood als

hoofd der Ghibellijnsche partij.

49 De steden Faënza en Imola, gelegen aan deze beide rivieren,

beheerscht door Mainardo Pagano, wiens wapen was een azuren

leeuwen-jong op wit veld.

52 Dit is Cesena.

67 den koorden gordel, de dracht der Franciscaner monniken.

70 Hooge Priester, Paus Bonifacius.

70 Vorm, hier in de philosophische beteekenis, volgens welke de ziel,

de vorm of idee des lichaams is.

82 Guido van Montefeltro, Heer van Urbino werd Franciscaner monnik

in 1296 nadat hij den slag had verloren tegen den Guelf Malatesta.

85 De Vorst, Paus Bonifacius, in oorlog tegen de Romeinsche familie

der Colonna's.

94 Constantijn werd door Sint Sylvester; die zich in een grot van den

berg Siratti schuil hield tegen de Christen-vervolgingen, gedoopt en

zoo genezen.

102 Praeneste of Palestrina, het land waarom hij met de Collonna's

streed.

105 mijn voorganger, zie III 59.

123 redekunstige = logicus. Men lette op dezen karaktertrek van den

duivel dat hij logisch is.

127 dievig wordt dit vuur genoemd omdat het den veroordeelde aan het

gezicht ontsteelt.

ACHT-EN-TWINTIGSTE ZANG.

5 onze spraak, d. w .z. de menschelijke.

6 macht, aldus voor het Ital. seno, dat twijfelachtig is of gebruikt

voor lat. sinus of voor duitsch sinn.

8 fortuinig, waar de fortuin vaak haar spel heeft gespeeld.

11 de ringen, den bij Cannae gesneuvelden Romeinschen ridders

onttogen en door Hannibal naar Carthago medegenomen tot een gewicht

van vierd-half schepel. Livius XXII c. 12.

14 Robert Guiscardo, hertog van Normandië, verjoeg in 1071 de Saracenen

uit Apulië en Sicilië.

16 Ceperano, de slag tusschen Manfred, Koning van Apulië en Carel van

Anjou, waarbij een aantal Apuliërs tot Carel overliep, had eigenlijk

plaats bij Benevent.

17 Bij Tagliacozzo streed Carel van Anjou, koning van Apulië en Sicilië

geworden, tegen Conraad, naneef van Manfred. Allard van Valery ried

Carel, die met twee derden van zijn troepen verloren had, met het

overgeschoten derde den vijand in den rug te vallen en gaf hem zoo

de overwinning.

21 wijze nl. van zijn, toestand.

32 Waarom juist de Mahomed? Omdat, als M. er niet ware, de geheele

wereld Christen zou zijn.

39 riem, ital. risma, hetzelfde woord als wij gebruiken als papiermaat,

hier voor eene afdeeling van zondaars.

55 Dulcino, ketter, die gemeenschap van goederen en van vrouwen

predikte, zich in de bergen met zijn aanhangers terugtrok en alleen

door de sneeuw en gebrek aan proviand genoopt werd zich over te geven.

Dante's Hel In proza overgebracht en met een inleiding voorzien · 第 11 / 12 段