73 Pieter van Medicina, gelegen in het land van Bologna. Hij zaaide

tweedracht tusschen Guido van Polenta en Malatestion van Rimini,

zie den vorigen zang.

74 de vlakte nl. van Lombardije.

76 de twee besten van Fano, twee edellieden, door Malatesta genood

tot een onderhandeling in Cattolica, aan de Adriatische Zee. Hij liet

hen met een schip afhalen en verder dooden zooals hier voorzegd wordt.

86 die verrader, Malatesta, heer van Rimini. één, die hier hij mij is,

d. i. Curio in de volgende regels.

89 Focara, gebergte in Cattolica, vanwaar de storm neerstrijkt op de

Adr. Zee.

96 Hij zelf, Curio, die tot Caesar bij den Rubicon, zeide (volgens

Lucanus) "Tolle moras, nocuit semper differre paratis" hetwelk

hierboven vertaald is.

106 Mosca, die met het hier aangehaalde gezegde de Florentijnsche

familie der Amidei ophitste om zich te wreken op Buondelmonte,

die een meisje uit de familie der Amadei, dat hem toegezegd was,

verlaten had. Dit was de oorsprong der Florentijnsche partij-twisten.

135 Bertram de Born, heer van Altaforta in Gascogne, zette den jongen

koning Hendrik II van Engeland tegen zijnen vader en broeder op.

141 oorsprong n.l. het hart.

NEGEN-EN-TWINTIGSTE ZANG.

11 de maan, het is dus nu op den middag van den stillen Zaterdag,

daar de reis immers den vorigen dag met volle maan begonnen is.

27 Geri del Bello, uit de familie der Alighieri, gewelddadig gedood. De

eer eischte dus dat zijn dood gewelddadig door de beleedigde familie

werd gewroken.

29 dengene, die eertijds Altaforte bezat, d. i. Bertram de Born,

heer van Altaforte, een kasteel in Gascogne, zie den vorigen Zang.

105 zonnen, gedurende vele jaren.

117 zoo éénen, den bisschop van Siena, bij wien Albero hem van

tooverij aanklaagde.

125 Zonder me--uit. Dat is natuurlijk alles ironie.

127 in den tuin, de stad Siena.

130 de bent, bestaande uit twaalf jonge lieden, die al hun bezittingen

te gelde maakten, zoo 260,000 lire te zamen brachten en die in tien

maanden opmaakten.

136 Capocchio te Siena als alchimist verbrand.

139 als ik u, als ik u goed herken. Hij was Dante's vroegere

medeleerling.

DERTIGSTE ZANG.

1 Dit is het verhaal van Cadmus; hoe diegene van zijne kinderen,

die Semele's en Zeus' zoon, Bacchus, niet als god wilden erkennen,

met waanzin werden geslagen, zoodat Athamas zijne vrouw Ino aldus

aanviel. Zij wierp zich met Melicertes in zee, en beiden werden

zeegoden.

31 de Aretijn Griffolino.

37 Myrrha, zie Ovid. Met. XIII.

43 Bovengenoemde Schicchi verwijderde het lijk van Buos. D. van diens

sterfbed en stelde er zich zelven voor in de plaats. Hij maakt zoo

een testement ten gunste van een neef des overledenen en kreeg zelf

een prachtig paard tot belooninig.

61 Adam van Brescia, die op verzoek van de graven van Romena, (een

kasteel op de heuvels van Casentino) valsche munt maakte en verbrand

werd in 1280.

76 Dit zijn de graven van Romena.

EEN-EN-DERTIGSTE ZANG.

4 De speer van Achilles, eertijds van zijn vader Peleus, had het

vermogen de geslagen wond weer te heelen.

59 Deze pijnappel vroeger op het graf van Hadrianus is nog in den

tuin van het Vaticaan te zien, (Giardino-della Pigna).

115 Volgens Lucanus IV 590 sq. woonde Antaeus in de vlakte van Zama

waar hij zich met leeuwen voedde.

136 de Carisenda, de laagste en schuinste der beide torens van Bologna.

TWEE-EN-DERTIGSTE ZANG.

28 Tabernich, men weet niet zeker welke berg hier bedoeld is. De

Pietrapana is een van de hoogste ruggen van den Appennijn in het land

van Gargafagna.

33 wanneer het huiswijf, dit geeft den tijd des voorzomers aan.

36 met de tanden klapperend, gelijk de ooievaar met zijn snavel

kleppert.

38-39 d.i. zij klappertandden en weenden.

55 dit zijn Alexander en Napoleon, zoons van Alberto van Falterona

(het dal waaruit de Bisenzio den Arno toevloeit), die na huns vaders

dood, in den strijd om zijne erfenis, elkander doodden.

61 Mordrec, zoon van Koning Arthur van Britannië. Hij stond op

tegen zijn vader, die hem voorkwam door hem zoodanig met de lans te

doorboren, dat de zon door de wond scheen.

63 Focaccia, van de zwarten (Ghibellijnschen) tak der Cancellieri te

Florence, die zijn neef Detto van de witten (Guelfen) verraderlijk

vermoordde.

65 Sassol, Mascherone, doodde zijn pupil om zich van zijn erfenis

meester te maken.

68 Camicione dei Pazzi, sluipmoordenaar van zijn bloedverwant

Ubertino. Hij verwacht zijnen bloedverwant Carlino dei Pazzi, die

voor geld één sterkte overgaf aan de zwarten van Florence, waardoor

hij oorzaak werd van den dood van velen der besten van Florence.

73 dat middenpunt, der aarde, het laagste punt der hel.

79 Dit is Bocca degli Abbatti, een Guelf die bij de Arbia in het begin

van den slag (zie zang X. 32) den vaandrig van zijn eigen partij de

handen afhieuw en zoo het verliezen van den slag veroorzaakte. Hij

was dus voor zijn verraad van de zelfde partij als Dante.

107 als gij niet blaft, d.w.z. moet gij daarom ook nog blaffen?

108 dat gij ook nog, eig: als gij niet blaft.

114 van hem, die: de Ghibellijn Buoso da Duero, een Cremonees die,

omgekocht door den franschen generaal Guido van Monfort, dezen den

overtocht over den Aglio toestond, waardoor hij zich met de Guelfen

kon vereenigen.

118 Becheria van Paria, abt van Valombrosa, bij wien eene

onderhandeling werd ontdekt volgens welke Florence den Ghibellijnen

zou worden overgegeven. Hij werd daarom onthoofd.

121 Soldanier, Ghibellijn, die zijn partij verried.

123 die Faënza opende, voor de Franschen.

130 Tydeus, een van de zeven tegen Thebe, vrat, zelf doodelijk gewond,

de hersens uit het hoofd van den Thebaan Melanippus: zie de Thebaïs

van Statius.

DRIE-EN-DERTIGSTE ZANG.

13 Ugolino een landsverrader is nog in de Antenora, de aartsbisschop,

die zijn vijand doodde, door zich als zijn vriend voor te doen,

in de Ptolemea.

28 Ugolin was Guelf, dus hier als wolf, de tegenpartij als honden

gedacht. Zie I 101.

47 met de sleutel, die werd in den Arno geworpen.

103 Over wind en warmte, zie IX, 67.

118 Broeder Alberigo, Een van de Broederen der Blijdschap (zie XXIII,

103), noodde eenen gehaten verwant en diens zoontje ter maaltijd. Aan

het einde riep hij: "Brengt de vruchten," op welk signaal moordenaars

binnen kwamen, die vader en zoon vermoordden.

136 Branca d'Oria doodde, geholpen door een bloedverwant, zie vers 146,

zijnen Schoonvader, Michel Zanche, zie XII.

VIER-EN-DERTIGSTE ZANG.

1 Het vaandel nadert van den Helle-koning, beginwoorden van een

kerk-gezang.

38 In de drie aangezichten, schijnt men de drie toen bekende

menschenrassen te moeten herkennen.

96 anderhalf: De reis heeft dus anderhalf uur geduurd: de nacht van den

Stillen Zaterdag kwam op in het andere halfrond. Daarna zijn zij het

midden punt der aarde gepasseerd en nu zijn zij op het andere halfrond,

waar de zon opkomt op hetzelfde oogenblik als ginds de nacht opkomt.

114 hoogste punt, d. i. Jeruzalem.

116 Cirkel, de rots van vs. 85, waarop Lucifer staat.

127 Daar beneden, in het zuidelijk halfrond.

128 Het Graf, de Hel.

AANTEEKENINGEN

[1] Liefde, Amore is in het Italiaansch mannelijk. Ik heb dit in het

hollandsch ook aldus behouden.

[2] Bedoeld is de zweet-doek, aan welke Christus op den kruisgang

zich het gelaat afveegde en waarin de gelijkenis daarvan achterbleef.

[3] zijn nl. Tiresias.

Dante's Hel In proza overgebracht en met een inleiding voorzien · 第 12 / 12 段