HOOFDSTUK XLVI.

De Zotheid schenkt aan alle menschen haar zegeningen.

Ook is het bezit van geen goed aangenaam zonder iemand, die het met

ons deelt. Immers wie weet niet, hoe klein het aantal wijzen is,

zoo er al één in de wereld gevonden wordt? Toch weten de Grieken er

uit zooveel eeuwen in 't geheel zeven [202] op te tellen, maar ik mag

sterven, als iemand bij een nauwkeuriger onderzoek onder hen wel een

half--of laat ik liever zeggen--een kwartwijze kan vinden.

Zeker staat onder de vele lofwaardige eigenschappen van Bacchus

deze terecht het hoogst, dat hij de muizenissen wegspoelt, maar

dit geschiedt slechts voor een korte poos, want zoodra iemand zijn

roes heeft uitgeslapen, komen de beslommeringen, aanstonds met een

wit vierspan [203], zooals men zegt, aanrennen. Hoeveel rijker

en krachtiger is niet mijn gave, waardoor ik den geest in een

voortdurenden roes doe verkeeren en hem volop vreugde en genot en

opgewondenheid schenk en wel, zonder dat het eenige moeite kost. Want

ik onthoud niemand ter wereld mijn weldaden, terwijl de overige goden

aan verschillende menschen verschillende voorrechten schenken. Niet

overal wast edele en zachte wijn [204] om de zorgen te verdrijven en

rijke hoop in de aderen te storten. Hoe weinigen viel een bevallige

gestalte, de gave van Venus, ten deel. Nog zeldzamer is Mercurius'

geschenk, de welsprekendheid. Niet bijzonder talrijk zijn zij, die

schatten aan Hercules' [205] gunst te danken hebben. De Homerische

Jupiter geeft niet den eersten den besten de heerschappij. Vaak

is Mars geen van beide legers gunstig. Niet weinigen gaan bedroefd

weg van Apollo's drievoet [206]. Dikwijls bliksemt Saturnus' zoon

[207]. Phoebus [208] zendt nu en dan door zijn schichten dood en

verderf. Neptunus vernietigt meer levens dan hij redt. Om nu niet

uit te weiden over wezens als die Veiovis [209], Pluto [210], Ate

[211], Poena [212], Febris [213] en andere van dit slag, geen goden

maar beulen,--ik, Zotheid, ben de eenige, wier zegeningen ten allen

tijde allen zonder onderscheid omvatten.

De Lof der Zotheid · 第 53 / 79 题