HOOFDSTUK XLIII.

Ieder mensch, volk of stad is de eigenliefde ingeplant.

Verder ben ik overtuigd, dat de natuur, zooals zij in ieder mensch

zijn bijzondere, zoo ook in ieder volk en haast iedere stad een

eigenliefde heeft geplant, die ik een gemeenschappelijke zou kunnen

noemen. Dit is de reden, waarom de Britten voor zich aanspraak maken

op schoonheid, muzikaal talent en een rijkelijk voorzienen disch;

de Schotten trotsch zijn op hun adel en verwantschap met vorsten en

daarenboven op hun spitsvondige redeneeringen; de Franschen meenen,

dat zij beschaafde manieren op alle andere volken voor hebben; de

Parijzenaars den roem van kennis der godgeleerdheid, met uitsluiting

van bijna alle andere stervelingen, zich in 't bijzonder aanmatigen;

[193] de Italianen zich begaafdheid voor de fraaie letteren en

welsprekendheid toeschrijven, en allen zich op dezen grond vermeien

in de verbeelding, dat zij alleen ter wereld geen barbaren zijn. In

dit orkest van gelukkigen spelen de Romeinen de eerste viool en zij

droomen nog altijd allergenoegelijkst van dat beroemde oude Rome. De

Venetianen zijn gelukkig door den dunk, dien zij koesteren omtrent hun

adel; de Grieken beschouwen zich als de vaders der wetenschappen en

pochen op de oude eeretitels hunner hooggeprezen helden; de Turken en

dat geheele samenraapsel van werkelijk barbaarsche volken matigen zich

zelf den lof van godsdienstigheid aan en spotten met het bijgeloof der

Christenen. Maar het is nog veel mooier, dat de Joden ook thans nog

steeds op hun Messias blijven wachten en tot op den huidigen dag met

hand en tand aan hun Mozes [194] vasthouden. De Spanjaarden behouden

zich alleen allen krijgsroem voor en de Duitschers verheffen zich op

de lengte hunner lichamen en hun kennis van de tooverkunst.

De Lof der Zotheid · 第 50 / 79 题