Vervolg.
Maar wat vragen de menschen dan toch wel van deze heiligen,
dat niet met de zotheid samenhangt? Kom, zeg eens, hebt gij onder
zooveel wijgeschenken, waarmee ge de wanden en zelfs de gewelven van
sommige kerken bedekt ziet, ooit een van iemand gevonden, die van de
zotheid bevrijd was of ook maar een zier wijzer was geworden? De een
heeft door zwemmen het lijf gered. Een tweede bracht er het leven
af, niettegenstaande hij een gevaarlijke wond van den vijand had
ontvangen. Een derde ging op het slagveld, waar zijn makkers streden,
dapper op den loop en had het geluk te ontkomen. Een vierde, die aan
de galg hing, kwam er af door den een of anderen den dieven gunstigen
heilige, om zoo eenige door hun schatten al te bezwaarde lieden
nog verder te kunnen ontlasten. Een vijfde wist de deuren van zijn
gevangenis open te breken en zich uit de voeten te maken. Een zesde
herstelde van de koorts tot grooten spijt van zijn arts. Een zevende
nam vergif in, maar dit bezorgde hem een ruime ontlasting, zoodat
het hem in plaats van den dood genezing bracht, alles behalve tot
genoegen van zijn vrouw [183], daar ze nu moeite en kosten voor niets
had besteed. Een achtste, wiens wagen omviel, bracht toch zijn paarden
ongedeerd naar huis. Een negende werd levend onder de puinhoopen van
een ingestort huis weggehaald. Een tiende slaagde er in den echtgenoot
te ontkomen, die hem bij zijn vrouw betrapte. Maar nergens vindt men
een dankbetuiging voor het verdrijven van zotheid. Zoo zoet is het
volslagen gemis van wijsheid, dat de menschen bidden van alles eerder
bevrijd te worden dan van de zotheid. Maar wat waag ik mij in dezen
Oceaan van bijgeloovigheden?
Neen, bezat ik honderd tongen, honderd monden,
Stem van ijzer, 't was m' onmooglijk vormen, namen
Op te noemen van de botte zotternije [184].
In die mate krioelt het geheele leven aller Christenen van dergelijke
dolheden, die echter de priesters zonder eenig bezwaar niet alleen
toelaten, maar zelfs bevorderen, omdat zij zeer goed weten, welke
voordeeltjes daaruit bij voortduring voor hen te winnen zijn. Indien
nu te midden van dit alles de een of andere hatelijke wijze opstaat
en deze waarheden verkondigt: Als ge goed geleefd hebt, zult ge geen
slechten dood hebben; ge koopt u vrij van uw zonden, als ge bij uw
penningsken voegt den afkeer van misdaden, voorts tranen, nachtwaken,
gebeden, vasten en tevens een geheelen ommekeer in uw levenswijze;
dán zal deze heilige u gunstig zijn, als gij zijn levenswijze tracht
na te volgen--als, zeg ik, die wijze deze en dergelijke woorden hun
toeroept, dan kunt ge begrijpen, welk een stoornis hij eensklaps
weer brengt in de gemoederen van menschen, die nog pas zoo gelukkig
waren. Tot deze bent behooren zij, die bij hun leven zulke nauwkeurige
bepalingen maken omtrent hun lijkstaatsie, dat zij zelfs in alle
bijzonderheden voorschrijven, hoeveel fakkels, hoeveel lijkbidders,
hoeveel zangers, hoeveel rouwkomedianten zij daarbij willen hebben,
alsof zij zelf iets van die voorstelling zouden merken of de dooden
zich schamen als het lijk niet met praal onder den grond werd gestopt,
en dat alles met een toewijding, als waren zij pas gekozen aedilen
[185] en beijverden zij zich om spelen of een gastmaal te geven.