HOOFDSTUK XLI.

Vervolg.

Maar wat vragen de menschen dan toch wel van deze heiligen,

dat niet met de zotheid samenhangt? Kom, zeg eens, hebt gij onder

zooveel wijgeschenken, waarmee ge de wanden en zelfs de gewelven van

sommige kerken bedekt ziet, ooit een van iemand gevonden, die van de

zotheid bevrijd was of ook maar een zier wijzer was geworden? De een

heeft door zwemmen het lijf gered. Een tweede bracht er het leven

af, niettegenstaande hij een gevaarlijke wond van den vijand had

ontvangen. Een derde ging op het slagveld, waar zijn makkers streden,

dapper op den loop en had het geluk te ontkomen. Een vierde, die aan

de galg hing, kwam er af door den een of anderen den dieven gunstigen

heilige, om zoo eenige door hun schatten al te bezwaarde lieden

nog verder te kunnen ontlasten. Een vijfde wist de deuren van zijn

gevangenis open te breken en zich uit de voeten te maken. Een zesde

herstelde van de koorts tot grooten spijt van zijn arts. Een zevende

nam vergif in, maar dit bezorgde hem een ruime ontlasting, zoodat

het hem in plaats van den dood genezing bracht, alles behalve tot

genoegen van zijn vrouw [183], daar ze nu moeite en kosten voor niets

had besteed. Een achtste, wiens wagen omviel, bracht toch zijn paarden

ongedeerd naar huis. Een negende werd levend onder de puinhoopen van

een ingestort huis weggehaald. Een tiende slaagde er in den echtgenoot

te ontkomen, die hem bij zijn vrouw betrapte. Maar nergens vindt men

een dankbetuiging voor het verdrijven van zotheid. Zoo zoet is het

volslagen gemis van wijsheid, dat de menschen bidden van alles eerder

bevrijd te worden dan van de zotheid. Maar wat waag ik mij in dezen

Oceaan van bijgeloovigheden?

Neen, bezat ik honderd tongen, honderd monden,

Stem van ijzer, 't was m' onmooglijk vormen, namen

Op te noemen van de botte zotternije [184].

In die mate krioelt het geheele leven aller Christenen van dergelijke

dolheden, die echter de priesters zonder eenig bezwaar niet alleen

toelaten, maar zelfs bevorderen, omdat zij zeer goed weten, welke

voordeeltjes daaruit bij voortduring voor hen te winnen zijn. Indien

nu te midden van dit alles de een of andere hatelijke wijze opstaat

en deze waarheden verkondigt: Als ge goed geleefd hebt, zult ge geen

slechten dood hebben; ge koopt u vrij van uw zonden, als ge bij uw

penningsken voegt den afkeer van misdaden, voorts tranen, nachtwaken,

gebeden, vasten en tevens een geheelen ommekeer in uw levenswijze;

dán zal deze heilige u gunstig zijn, als gij zijn levenswijze tracht

na te volgen--als, zeg ik, die wijze deze en dergelijke woorden hun

toeroept, dan kunt ge begrijpen, welk een stoornis hij eensklaps

weer brengt in de gemoederen van menschen, die nog pas zoo gelukkig

waren. Tot deze bent behooren zij, die bij hun leven zulke nauwkeurige

bepalingen maken omtrent hun lijkstaatsie, dat zij zelfs in alle

bijzonderheden voorschrijven, hoeveel fakkels, hoeveel lijkbidders,

hoeveel zangers, hoeveel rouwkomedianten zij daarbij willen hebben,

alsof zij zelf iets van die voorstelling zouden merken of de dooden

zich schamen als het lijk niet met praal onder den grond werd gestopt,

en dat alles met een toewijding, als waren zij pas gekozen aedilen

[185] en beijverden zij zich om spelen of een gastmaal te geven.

De Lof der Zotheid · 第 48 / 79 题