Bijgeloovigen.
Maar ongetwijfeld behoort dat slag van menschen tot de onzen,
die zich vermeien in het hooren of vertellen van wonderen en
gedrochtelijke leugens en nooit genoeg hebben van zulke verhalen,
als er iets bovennatuurlijks in voorkomt over verschijningen, over
spoken, over geesten, over de hel en over tallooze andere mirakels
van dit soort. Hoe meer zulke verhalen in strijd zijn met de waarheid,
des te eerder vinden zij geloof en des te aangenamer kittelen zij de
ooren. En zij zijn niet alleen van verbazend veel nut om de verveling
te verdrijven, maar er valt ook bij te verdienen, vooral voor priesters
en predikers. Nauw verwant met dezen zijn verder diegenen, die tot
de wel dwaze maar toch behagelijke overtuiging zijn gekomen, dat,
als zij maar het een of andere beeld, van hout of geschilderd, van
den Polyphemus Christophorus [175] zien, zij op dien dag niet zullen
omkomen, of, dat wie een beeld van St. Barbara [176] met bepaalde
woorden groet, ongedeerd uit den strijd zal terugkeeren, of als iemand
zich op bepaalde dagen met bepaalde kaarsjes en bepaalde schietgebeden
tot St. Erasmus [177] wendt, hij binnenkort rijk zal worden. Zoo hebben
zij een Hercules in St. Joris [178] gevonden, zooals ze ook een tweeden
Hippolytus [179] hebben. Zijn [180] paard, dat zij vol diepen eerbied
met allerlei sieradiën tooien, bewijzen zij bijna goddelijke eer en
zij trachten het telkens weer door het een of ander nieuw geschenkje
voor zich te winnen; bij den metalen helm van den heilige te zweren,
wordt als een vorstelijke eed beschouwd. Wat te zeggen van hen,
die zichzelf paaien met onware aflaatbrieven [181] en de tijdruimten
van het vagevuur met wateruurwerken afmeten, waarbij ze nauwkeurig
de eeuwen, jaren, maanden, dagen en uren, als wiskundig vaststaande,
zonder dat een fout mogelijk is, weten op te geven. Of van hen, die
steunende op eenige tooverformulieren en gebeden, die de een of andere
vrome bedrieger hetzij voor zijn pleizier, hetzij om er iets aan te
verdienen heeft uitgedacht, zichzelf alles voorspiegelen, geld, eer,
genot, volop eten en drinken, eeuwigdurende gezondheid, een lang leven
en een krachtigen ouderdom, eindelijk een plaatsje dicht bij Christus
in den hemel, ofschoon zij het liefst willen, dat dit geluk hun zeer
laat te beurt valle, d.w.z. dat eerst, als de genoegens dezer wereld,
waaraan zij met hart en ziel hangen, hen trots hun tegenstribbelingen
in den steek laten, dan die hemelsche zaligheden hun deel worden. Zoo
heb je me bijv. den een of anderen koopman of soldaat of rechter,
die door het opofferen van een enkel penningsken uit zijn door
roof gewonnen schatten meent den geheelen zondenpoel zijns levens
op eenmaal gereinigd te hebben en zooveel meineed, zooveel wellust,
zooveel dronkenschap, zooveel twist, zooveel moord, zooveel bedrog,
zooveel trouweloosheid, zooveel verraad als bij contract afgekocht
beschouwt en wel zoo afgekocht, dat hij van voren af aan een nieuwe
reeks van misdaden mag beginnen. Maar wie zijn dwazer, neen laat ik
liever zeggen gelukkiger, dan zij, die door dagelijks die bekende
zeven versjes der heilige psalmen op te zeggen zichzelf nog meer dan
het hoogste geluk belooven? Deze tooverversjes zijn, naar men wil,
aan den heiligen Bernard medegedeeld door een zekeren duivel, die
wel geestig, maar toch meer een onnoozele hals dan een slimmerd was;
want hij werd leelijk door hem bij den neus genomen [182].
En dergelijke verhalen, zoo dwaas, dat ik mij zelf er schier voor
schaam, vinden desniettemin algemeenen bijval niet alleen bij het
domme volk, maar zelfs bij de openbare godsdienstleeraren. Is 't
voorts haast niet even dwaas, dat iedere streek aanspraak maakt op
haar eigen heilige, dat men de verschillende werkzaamheden onder hen
verdeelt, en aan ieder ook zijn eigen ceremoniën toewijst, zoodat de
een moet helpen bij tandpijn, gene zijn bijstand verleenen bij het
kraambed, een derde een gestolen voorwerp terugbezorgen, een vierde
als gunstig gesternte bij een schipbreuk moet stralen, een vijfde het
vee beschermen, enz. Want het zou hoogst vervelend worden alles op te
sommen. Er zijn er ook, die in meer zaken tegelijk invloed hebben,
vooral de moedermaagd, aan wie het gros der menschen haast grooter
macht toekent dan aan haar zoon.