Vervolg.
Om nu tot het geluk der dwazen terug te keeren: als zij hun leven met
veel genoegen ten einde hebben gebracht, verhuizen zij zonder eenige
vrees of gevoel voor den dood rechtstreeks naar de Elyseesche velden
om ook daar de vrome zielen met hun zotternijen genoegelijk den tijd
te korten. Vergelijk nu eens het lot zelfs van den wijsten man met dat
van zulk een zot. Stel nu eens tegenover hem een model van wijsheid,
iemand, die zijn geheele kindsheid en jongelingstijd in het grondig
beoefenen der wetenschappen heeft gesleten, het zoetste gedeelte zijns
levens door aanhoudend waken, zorgen en zweeten bedorven heeft en
zelfs in geheel zijn overig leven geen ziertje genot heeft gesmaakt,
altijd zuinig, arm, met een zwart en barsch gezicht, jegens zichzelf
onrechtvaardig en hard, bij anderen onaangenaam en gehaat, doodsbleek,
uitgeteerd, ziekelijk, kortzichtig, oud en grijs vóór zijn tijd, vóór
zijn tijd reeds het leven zat. Maar wat doet het er eigenlijk toe,
wanneer een dergelijk man sterft, die toch nooit geleefd heeft? Daar
hebt ge nu dat prachtige beeld van den wijze.