De dieren, die van al wat kunst is, verschoond blijven,
zijn het gelukkigst.
Ziet ge dan niet, dat van al de overige soorten van schepselen, díé
het gelukkigst leven, welke den grootsten afkeer van de wetenschappen
hebben en zich enkel door de voorschriften der natuur laten leiden? Wat
is er gelukkiger of bewonderenswaardiger dan de bijen? Maar zij hebben
toch zelfs niet eens alle zintuigen. Wat kan de architectuur bij
het stichten van gebouwen uitvinden, dat op haar werk gelijkt? Welk
wijsgeer heeft ooit een staat uitgedacht, die den haren nabijkomt? Het
paard daarentegen, omdat zijn zinnen veel overeenkomst hebben met
die van den mensch en het met dezen is gaan samenwonen, deelt ook in
de menschelijke rampen. Immers het spant niet zelden zijn laatste
krachten in, daar het zich schaamt om in den wedren overwonnen te
worden, en terwijl het in den oorlog de zege tracht te behalen, wordt
het zoo gewond, dat het met zijn berijder in het stof bijt. Laat ik
maar niet spreken van het wolfsgebit, de puntige sporen, den stal,
die zijn kerker is, de zweep, den stok, het tuig, den berijder, kortom
die geheele akelige slavernij, waaraan het zich uit eigen beweging
onderworpen heeft, terwijl het, in navolging van dappere mannen,
zich te hartstochtelijk op den vijand tracht te wreken. Hoeveel
verkieslijker is het leven van vliegen en vogeltjes, die geheel
naar het oogenblik en alleen naar het hun ingeschapen gevoel leven,
mits de lagen der menschen het hun slechts vergunnen. Als zij soms in
kooien opgesloten langzamerhand menschelijke klanken leeren na spreken,
verliezen zij verbazend veel van hun natuurlijke schoonheid. Zoozeer
heeft het natuurlijke in alles den voorrang boven het gekunstelde.
Daarom heb ik ook nooit lof genoeg voor dien haan, eenmaal Pythagoras
[154], die na alleen alles geweest te zijn, wijsgeer, man, vrouw,
koning, ambteloos burger, visch, paard, kikvorsch, als ik mij niet
vergis, zelfs spons, toch geen schepsel rampzaliger achtte dan den
mensch, omdat alle overige schepselen zich houden binnen de grenzen
hun door de natuur aangewezen, maar de mensch alleen buiten zijn
natuurlijken kring tracht te gaan.