HOOFDSTUK XVIII.

Het drinken wordt door de Zotheid het best gekruid.

Maar er zijn eenigen, vooral onder de grijsaards, die meer van drinken

dan van vrouwen houden en daarom hun hoogste genot in drinkgelagen

stellen. Of er wel ooit een festijn zonder vrouwen kan bestaan,

mogen anderen uitmaken, maar dit is in allen gevalle zeker, dat

zonder de kruiderij der zotheid in geen geval een maal ooit aangenaam

kan zijn. Dit is zoo waar, dat als er zich onder de gasten niemand

bevindt, die hen doet lachen, óf omdat hij inderdaad een zot is,

óf omdat hij zich zoo houdt, men den een of anderen grappenmaker

huurt of een koddigen klaplooper aan tafel noodigt, om door eenige

lachwekkende of, wat hetzelfde is, dwaze geestigheden de stilte en

de droefgeestigheid van de tafel te verdrijven. Want wat nut had

het wel, met zooveel taarten, pasteien en andere lekkernijen de

maag te overladen, als ook niet de oogen evenzeer als de ooren,

ja de geheele geest zich te goed kon doen aan gelach, scherts en

aardigheden? Doch ik ben de eenige, die zulk een dessert weet gereed

te maken. Juist die thans bij de gastmalen in zwang zijnde gebruiken:

een koning door het lot te kiezen, te dobbelen, toosten in te stellen,

uit een rondgaanden beker om 't hardst te drinken, bij een mirtentak

[82] te zingen, te dansen, te gesticuleeren, zij zijn toch zeker niet

door de zeven wijzen van Griekenland, maar door ons tot heil van het

menschelijk geslacht uitgevonden. En het ligt toch in den aard van al

dergelijke dingen, dat zij, hoe meer dwaasheid zij bevatten, des te

nuttiger zijn voor het menschelijk leven, dat, als het treurig is,

mijns inziens zelfs geen leven mag heeten. En het moet wel droevig

worden, zoo men niet de onafscheidelijke levenszatheid met dergelijke

vermaken weet te verdrijven.

De Lof der Zotheid · 第 25 / 79 题