HOOFDSTUK XVI.

Overal wordt de kruiderij der Zotheid gevonden.

Doch 't is nu tijd om op 't voorbeeld van Homerus de hemelingen te

verlaten en naar de aarde te verhuizen en na te gaan, hoe er zonder

mijn gave geen vreugde of geluk bestaat. In de eerste plaats ziet ge

wel, met hoeveel voorzorg moeder natuur maatregelen genomen heeft,

dat het door haar geschapen menschelijke geslacht nergens gebrek

zou hebben aan de kruiderij der dwaasheid. Immers ofschoon volgens

de gewone bepaling der Stoïcijnen wijsheid niets anders is dan zich

door de rede te laten leiden, daarentegen dwaasheid zich tot een

speelbal der hartstochten te maken: hoeveel meer hartstochten dan

rede heeft Jupiter niet in de menschen geplant en dat alleen om hun

leven niet geheel droevig en somber te maken? De verhouding is als

van een half ons tot een pond. Daarenboven bande hij de rede naar

een nauw hoekje van het hoofd en liet geheel het overige lijf aan de

beroeringen der driften over. Vervolgens stelde hij als het ware twee

allergewelddadigste tyrannen tegen één over, den toorn, die den burg

van het middenrif en zelfs den oorsprong van alle leven, het hart,

bezet houdt, en den lust, wiens oppermacht zich zelfs tot beneden het

onderlijf uitstrekt. Hoe weinig de rede tegen deze twee nauw verbonden

machten bestand is, blijkt voldoende uit het dagelijksche leven der

menschen, die hun vorstin, als zij, het eenige haar mogelijke middel

bezigende, zelfs tot heesch worden toe haar stem verheft en regels

van zedelijkheid voorschrijft, naar den duivel wenschen en op nog

veel onaangenamer toon tegen haar razen, totdat zij eindelijk ook

hierdoor vermoeid van haar kant toegeeft en zich overwonnen verklaart.

De Lof der Zotheid · 第 23 / 79 题