Overal wordt de kruiderij der Zotheid gevonden.
Doch 't is nu tijd om op 't voorbeeld van Homerus de hemelingen te
verlaten en naar de aarde te verhuizen en na te gaan, hoe er zonder
mijn gave geen vreugde of geluk bestaat. In de eerste plaats ziet ge
wel, met hoeveel voorzorg moeder natuur maatregelen genomen heeft,
dat het door haar geschapen menschelijke geslacht nergens gebrek
zou hebben aan de kruiderij der dwaasheid. Immers ofschoon volgens
de gewone bepaling der Stoïcijnen wijsheid niets anders is dan zich
door de rede te laten leiden, daarentegen dwaasheid zich tot een
speelbal der hartstochten te maken: hoeveel meer hartstochten dan
rede heeft Jupiter niet in de menschen geplant en dat alleen om hun
leven niet geheel droevig en somber te maken? De verhouding is als
van een half ons tot een pond. Daarenboven bande hij de rede naar
een nauw hoekje van het hoofd en liet geheel het overige lijf aan de
beroeringen der driften over. Vervolgens stelde hij als het ware twee
allergewelddadigste tyrannen tegen één over, den toorn, die den burg
van het middenrif en zelfs den oorsprong van alle leven, het hart,
bezet houdt, en den lust, wiens oppermacht zich zelfs tot beneden het
onderlijf uitstrekt. Hoe weinig de rede tegen deze twee nauw verbonden
machten bestand is, blijkt voldoende uit het dagelijksche leven der
menschen, die hun vorstin, als zij, het eenige haar mogelijke middel
bezigende, zelfs tot heesch worden toe haar stem verheft en regels
van zedelijkheid voorschrijft, naar den duivel wenschen en op nog
veel onaangenamer toon tegen haar razen, totdat zij eindelijk ook
hierdoor vermoeid van haar kant toegeeft en zich overwonnen verklaart.