4 Juni.

Lieve Vadertje,

We hebben het vreeselijk druk. Over 10 dagen promotiedag! Morgen

beginnen de examens. We hebben nog een macht er voor te werken en

daarbij is het zoo heerlijk mooi buiten, dat het me aan mijn hart gaat,

er niet uit te mogen.

Maar kom, het is haast vacantie. Julia gaat dezen zomer naar Europa,

voor de vierde keer al. Zeg, het gaat hier op aarde toch niet eerlijk

toe. Sallie gaat als gewoonlijk weer naar Adirondacks en wat denk je

wel, dat _ik_ ga doen? Je mag drie keer raden. „Lock Willow”. Mis!

„Naar Adirondacks met Sallie?” Mis! (Dat probeer ik niet nog eens, de

teleurstelling van het vorig jaar zit er nog te versch in). Kun je nu

niets anders raden? Zeg, jij hebt toch ook niet veel verbeeldingskracht.

Ik zal het je dan maar zeggen, tenminste, als je me belooft nu niet weer

een macht bezwaren te maken. Ik waarschuw je secretaris van te voren,

dat ik vast besloten ben mijn plan door te zetten.

Ik ga dezen zomer naar zee met Mevrouw Charles Paterson en haar dochter.

De oudste moet komend najaar naar College, en nu ga ik haar een beetje

bijwerken. Ik ontmoette Mevrouw Paterson bij de McBrides. Ze is een erg

lieve dame. Haar jongste dochtertje geef ik les in Engelsch en Latijn,

maar ik zal toch ook nog een beetje tijd voor mezelf overhouden en elke

maand verdien ik daar nog $ 50.— mee. Vind je dat niet ontzaggelijk

veel geld? Ze bood het me zelf aan, ik had heusch niet meer dan $ 25.—

durven vragen.

Ik blijf in Magnolia (daar gaan ze heen) tot 1 September en dan zal ik

nog een week of drie naar Lock Willow kunnen. Ik vind het erg leuk om de

Semples en alle dieren daar eens weer te zien.

Wat zeg je nu van mijn programma? Je ziet, dat ik al heelemaal

onafhankelijk begin te worden. Jij hebt me leeren staan en nu kan ik

haast ook loopen.

De promotiedag in Princeton en onze examens vallen juist samen.

Vreeselijk jammer, hè? Sallie en ik waren er zoo dolgraag op den

promotiedag heengegaan, maar dat is nu natuurlijk onmogelijk.

Dag Vadertje, geniet maar van den zomer en kom in het najaar maar goed

uitgerust terug. (Dat zeg ik je nu maar voor, je moet dat natuurlijk

tegen mij zeggen). Ik heb er geen flauw benul van, wat jij wel in

den zomer doet en hoe je jezelf amuseert. Ik kan me je omgeving ook

heelemaal niet voorstellen. Speel je golf of ga je op de jacht of rijd

je paard of lig je languit in de zon te droomen?

In elk geval, hoe je den zomer doorbrengt, geniet ervan en vergeet Judy

niet.

Vadertje Langbeen · 第 81 / 103 题