Lieve Vadertje Langbeen.
Hoort het tot de goede manieren, om recht voor je uit te staren, wanneer
je in de tram zit, en dus niet rond te kijken?
Een heel mooie dame in een prachtigen fluweelen mantel stapte vandaag in
de tram en zat wel 15 minuten lang met een wezenloos gezicht naar een
reclameplaat van bretels te staren. Ik vind het niet erg beleefd als
je iedereen negeert, het lijkt wel of je jezelf de eenige gewichtige
persoon in den tramwagen vindt. In elk geval gaat er dan een heeleboel
voor je verloren als je aldoor naar zoo'n vervelende plaat moet kijken.
Ik heb ondertusschen een heele tram vol interessante menschentypes
bestudeerd.
[Illustratie]
Deze brief is alweer geïllustreerd, zooals je ziet.
Het heeft wel veel van een spin die aan een touw spartelt, maar in
werkelijkheid is het een afbeelding van Judy, die in het bassin in het
gymnastieklokaal zwemmen leert.
De zwemjuffrouw haakt een touw aan een ring aan mijn zwemgordel vast
en laat dat touw over een katrol aan de zoldering loopen. Het zou een
prachtig systeem zijn als je vertrouwen in de juffrouw hadt, maar ik ben
altijd bang dat ze het touw zal laten glippen, dus houd ik één angstig
oog op haar gericht, terwijl ik met het andere mijn zwembewegingen volg
en door dit verdeelen van mijn opmerkzaamheid tusschen haar en het water
maak ik geen reusachtige vorderingen.
Het weer is erg veranderlijk in den laatsten tijd. Het regende
toen ik begon te schrijven en nu schijnt de zon weer. Sallie en ik
gaan tennissen en ik heb daardoor meteen een excuus om voor de
gymnastiekoefeningen te spijbelen.
Een week later.
Ik had dezen brief eigenlijk al lang moeten afschrijven, maar ik kwam
er niet toe. Je vindt het niet zoo heel erg, hè Vadertje, al schrijf
ik je ook erg ongeregeld. Ik vind het heusch heerlijk om aan je te
schrijven, het geeft me zoo'n heerlijk gevoel, net alsof ik ook familie
heb. Wil ik je eens iets vertellen? Je bent niet meer de eenige man,
aan wien ik schrijf. Er zijn er nog twee andere. Ik heb dezen winter
heerlijk uitvoerige brieven gekregen van Jongeheer Jervie (met getikte
enveloppes, dus weet Julia er gelukkig niets van). Heb je ooit zoo iets
shockings gehoord? En haast elke week komt er een erg verward epistel,
meestal op geel blocnote-papier, uit Princeton. En dat alles beantwoord
ik met de promptheid van een zakenman. Dus zie je, dat er niet meer
zoo'n groot verschil tusschen mij en andere meisjes bestaat. Ik krijg
ook brieven.
Heb ik je verteld dat ik gekozen ben tot lid van de dramatische club van
de Seniors? De organisatie is erg deftig: maar 75 leden worden uit de
1000 meisjes gekozen. Vind je, dat ik als consequent socialiste daarvan
deel kan uitmaken?
Waarmee denk je wel dat ik op het oogenblik voor sociologie bezig
ben? Figurez-vous, ik schrijf een proefschrift over „De zorg voor
minvermogende kinderen”! De Prof. heeft de papiertjes met de onderwerpen
eerst alle door elkaar geschud en heeft er ons toen elk eentje laten
trekken. En ik trok dit. C'est drôle ça, n'est-ce pas?
Daar gaat de gong voor het eten. Als ik nu langs de bus ga, kan ik je
brief posten.
Veel liefs van
J.