24 April.

Lieve Lieveling.

[Illustratie]

Eindelijk is het lente. Je moest eens zien, hoe mooi het er nu bij

ons uitziet! Hè ja, je moest toch zelf eens komen om je daarvan te

overtuigen. Jongeheer Jervie kwam verleden Vrijdag ook even aanwaaien

maar ongelukkigerwijs op een erg ongelegen oogenblik, want Sallie en

Julia en ik moesten juist weg om den trein te pakken. En waarheen denk

je wel, dat we reisden? Naar Princeton om aan het bal en de feesten deel

te nemen! Ik vroeg je niet van te voren of ik wel mocht, want ik had

een voorgevoel, dat je secretaris dan weer zijn onverbiddelijk veto zou

uitspreken. Maar het ging alles heel ordelijk toe. We hadden verlof

aangevraagd en Mevrouw McBride chaperonneerde ons. Wij hadden het 'er

dol, maar ik zal maar niet op bijzonderheden ingaan, dan ben ik heusch

bang, dat mijn brief veel te lang wordt.

Zaterdag.

We zijn vanmorgen voor dag en dauw opgestaan! De nachtwaker heeft ons

gewekt. We waren met ons zessen meisjes en we hebben op een komfoor

koffie gezet. (Je hebt nog nooit koffie met zooveel zaksel geproefd!) En

toen hebben we twee mijlen geloopen om op den top van One Tree Hill den

zonsopgang te bewonderen.

Je hadt ons dat laatste stuk naar boven moeten zien krabbelen! De zon

brandde ons in het gezicht! Je kunt je voorstellen hoe uitgehongerd we

bij het ontbijt waren!

Lieve deugd, ik schijn vandaag wel een erg uitroeperigen stijl te

hebben! Kijk eens naar al die uitroepteekens op die eene bladzij.

[Illustratie: Dit is Prexy's katje. Je kunt aan mijn teekening wel zien

wat een echte Angora het is.]

Ik wou je eigenlijk eens heel veel vertellen over de uitbottende

boomen en het nieuwe sintelpad dat nu naar het sportveld leidt en over

de afschuwelijke les, die wij voor morgen voor ontleedkunde moeten

leeren en over de nieuwe bootjes op het meer en over Catharina Prentiss,

die longontsteking heeft en over Prexy's Angora-katje, dat van huis is

weggeloopen en twee weken hier op Fergussen Hall heeft gelogeerd, totdat

een van de kamermeisjes het weer heeft teruggebracht. En dan over mijn

drie japonnen, wit en roze en blauw mousseline met een daarbij passenden

hoed—maar, Vadertje, ik ben heusch moe, een meisjes-universiteit is een

heel drukke plaats en wij zijn dikwijls erg moe tegen den avond, vooral

als onze dag al voor zonsopgang begint.

Je je liefhebbende kleine Judy.

Vadertje Langbeen · 第 79 / 103 题