5 Maart.

Lieve Vadertje Langbeen.

President Cuyler hield vanavond een rede over de moderne jeugd, die

hij oppervlakkig en zwak vindt. Hij zegt, dat wij de oude idealen

van ernstig streven en ware studie uit het oog verliezen en deze

achteruitgang in ons geslacht is vooral merkbaar in een minder

eerbiedige houding tegenover onze professoren. We schijnen den

afstand tusschen ons en onze meerderen niet meer te kennen.

Zeer deemoedig verliet ik de kapel.

Ik ben tegen jou misschien ook te familiaar, Vadertje. Behoorde ik je

eigenlijk niet eerbiediger en meer op een afstand te behandelen? Ja, ik

ben er nu van doordrongen, dat ik dat eigenlijk doen moest. Ik wil van

voren af aan beginnen.

Zeer geachte Heer Smith.

Het zal u genoegen doen te vernemen, dat ik voor mijn halfjaarlijksch

examen geslaagd ben en in een nieuw semester begin te werken. Ik zet

mijn studie in de scheikunde niet langer voort doch neem de studie in

de biologie op, weliswaar eenigszins aarzelend, want ik verneem, dat we

regenwormen en kikkers zullen moeten ontleden.

Ik heb laatst een zeer interessante lezing over „Overblijfselen uit den

Romeinschen tijd in Z. Frankrijk” aangehoord en nog nooit beter over dit

onderwerp hooren spreken.

Ik lees op het oogenblik Wordsworth's „Tintern Abbey” in verband met

onze colleges over de Engelsche letterkunde. Wat is dit een buitengewoon

mooi werk en hoe mooi spreekt Wordsworth hier zijn gedachten over het

pantheïsme uit! De romantische beweging in het begin van de vorige eeuw,

uitgedrukt in de gedichten van Shelly, Byron, Keats en Wordsworth maakt

op mij meer indruk dan de klassieke periode, die daaraan voorafgaat. Van

gedichten gesproken, hebt U ooit dat fijne, kleine gedicht van Tennyson

gelezen, de „Locksley Hall”?

Ik ga in den laatsten tijd heel geregeld naar het gymnastieklokaal.

Dit is nu voorgeschreven en het zou mij zeer veel onaangenaamheden

berokkenen, indien ik deze verplichting niet zou nakomen. Wij hebben nu

in het gymnastieklokaal een prachtig zwembassin van cement en marmer,

een geschenk van een vroegere studente. Mijn kamergenoot, Juffrouw

McBride, heeft me haar zwempak geschonken (dat was zoo gekrompen, dat

zij zelve het niet langer kon dragen), en nu ga ik zwemles nemen.

Wij hadden gisteravond heerlijk rose ijs voor dessert. Er worden bij

ons alleen maar plantaardige bestanddeelen gebruikt om het eten te

kleuren. Tegen het gebruik van andere kleurstoffen verzetten wij ons

met alle macht, zoowel uit aesthetisch als uit hygiënisch oogpunt.

Het weer was in den laatsten tijd prachtig, heldere zonneschijn

afgewisseld door enkele welkome sneeuwstormen. Mijn vriendinnen en ik

hebben veel genoten op onze wandelingen voor en na de colleges—vooral

van die er na.

Terwijl ik de hoop uitspreek, dat gij, geachte Heer Smith, zooals

gewoonlijk een goede gezondheid geniet, teeken ik

met verschuldigde hoogachting,

Jerusha Abbott.

Vadertje Langbeen · 第 78 / 103 题