11 Januari.

Ik wou je eigenlijk uit New-York schrijven, maar ach heden, ik kwam er

werkelijk niet toe.

Het was een interessante, een schitterende tijd, maar ik ben toch

blij, dat ik niet zoo'n familie bezit. Ik zie heusch nog liever

het John Grier Home op den achtergrond. Ik weet nu, wat de menschen

bedoelen wanneer ze zeggen, dat ze door vormen en plichtplegingen naar

beneden worden getrokken. De atmosfeer in dat huis was al zoo drukkend.

Ik heb diep adem gehaald toen ik weer in den express naar Fergussen Hall

terugreisde. Alle stoelen waren gebeeldhouwd en overal lagen kostbare

kleeden, alles was even schitterend en verpletterend rijk. De menschen,

die ik daar ontmoette, waren prachtig gekleed en spraken op zachten,

beschaafden toon, maar werkelijk, ik heb geen enkel verstandig idee

gehoord, zoo lang ik daar in huis was. Ik geloof dat bij hen nog nooit

een denkbeeld hun hersenkast is binnengeslopen.

Mevrouw Pendleton denkt aan niets anders dan aan juweelen en kleermakers

en costumières en plichtplegingen. Ze is een heel andere moeder dan

Mevrouw McBride, maar als ik trouw en een eigen familie krijg, dan zal

ik er zooveel mogelijk McBrides van maken. Voor geen geld van de wereld

zou ik uit mijn kinderen Pendletonnetjes willen zien groeien. Het is

misschien niet beleefd, de menschen bij wie je een tijd gelogeerd hebt,

te critiseeren. Neem het me maar niet kwalijk, ik moet mijn hart even

luchten en jij spreekt er toch niet verder over.

Ik zag Jongeheer Jervie maar één keer, toen hij kwam tea-en en toen

had ik niet eens gelegenheid om hem te spreken. Erg jammer; na dien

gezelligen zomer, dien we samen gehad hebben, zou ik hem zoo graag van

alles verteld hebben. Ik geloof niet dat hij veel om zijn familie geeft

en ik weet zeker, dat zij ook niet veel van hem houden. Julia's moeder

zegt dat hij zijn evenwicht niet kan bewaren. Hij is een socialist, maar

gelukkig draagt hij geen lange haren en roode dassen. Ze begrijpen maar

niet, waar hij toch die vreemde ideeën vandaan heeft. De familie is

sedert eeuwen conservatief geweest. Hij schenkt groote sommen geld aan

allerlei vooruitstrevende vereenigingen inplaats van het voor zulke

aardige dingen als yachten, auto's en paarden uit te geven. Maar hij

koopt met dat al toch ook bonbons—hij stuurde Julia en mij ieder een

mooie bonbonnière met Kerstmis.

Weet je, ik geloof, dat ik ook een socialiste ben. Dat hindert je zeker

niet, hè? Je moet ze vooral niet verwarren met anarchisten. Het is hun

bedoeling heelemaal niet om menschen te dooden. Ik hoor bij het volk. Ik

ben nog niet besloten bij welke richting ik me zal aansluiten. Ik zal

daar Zondag nog eens ernstig over nadenken en dan schrijf ik het je in

mijn volgenden brief.

Ik heb een macht theaters en hotels en prachtige huizen gezien. In

mijn hersenen is een vreeselijk warbeeld van onyxen en verguldsels en

mozaïekvloeren en palmen. Ik ben nog altijd een beetje buiten adem

en ik geloof heusch, dat ik een echte studente ben. Deze academische

kalmte lijkt me veel gezonder dan de atmosfeer te New-York. Het

universiteitsleven geeft heel veel voldoening. De boeken en de studie en

de geregelde colleges houden je geestelijk leven bezig en wanneer je wat

overwerkt en afgemat bent, zijn er nog altijd het gymnastiek gebouw en

de openluchtspelen. En er zijn altijd een heeleboel aardige vriendinnen,

met wie je veel bespreken kunt. Wij hebben laatst een heelen avond

niet anders gedaan dan praten—praten en nog eens praten en ik ben

toen heelemaal opgelucht naar bed gegaan alsof we een massa moeilijke

problemen hadden opgelost. En dan kunnen we zoo'n heerlijken onzin

uithalen, allemaal kleine onschuldige dingen, maar toch erg leuk, en

we stellen onze moppen altijd zelf erg op prijs.

Het is niet het groote plezier, dat je leven aangenaam maakt, juist die

kleine dingen dragen er zooveel toe bij. Ik heb het ware geheim van het

geluk ontdekt, Vadertje, en dat is: In het Heden te leven. Je moet niet

altijd het Verleden betreuren of bang zijn voor de Toekomst, maar je

moet van het oogenblik zooveel maken als je maar kunt. Het is net als

buiten op de boerderij. En nu ik dit weet, leef ik dubbel, want ik

geniet van elke seconde en ik weet, dat ik ze geniet terwijl ik ze

geniet. De meeste menschen leven niet. Ze rennen altijd maar rusteloos

door, ze trachten altijd een doel ergens ver weg aan den horizont te

bereiken en door de inspanning van dat jagen raken ze buiten adem en

beginnen ze te hijgen, zoodat ze heelemaal niet naar het mooie, kalme

landschap kijken, waar ze doordraven. En het eerste, wat ze dan weten,

is, dat ze oud en afgeleefd zijn en dan is het voor hen hetzelfde, of

ze hun doel wel of niet hebben bereikt. Ik wil aan den rand van den weg

blijven zitten en een heeleboel kleine gelukjes verzamelen, ook al word

ik nooit een Beroemde Schrijfster. Wist je, dat ik zooveel aanleg had om

een philosophe te worden?

Als altijd

Je je liefhebbende Judy.

P.S. Het schijnt, dat het van nacht katten en honden heeft geregend. Ik

vond van morgen twee kleine hondjes en een katje op mijn vensterkozijn.

Vadertje Langbeen · 第 77 / 103 题