Liefste Vadertje Langbeen.
Ik heb maar een oogenblik om je te schrijven. Ik moest nog twee colleges
bijwonen, een koffer pakken en een hoedendoos, en met dat al moet ik nog
den trein van vier uur halen. Maar ik kon toch niet weg zonder je nog
even te schrijven hoe gelukkig je me met je Kerstcadeaux hebt gemaakt.
Ik hou van dat prachtige bont en de kant en de Liberty shawl en de
handschoenen en de zakdoekjes en de boeken en het zilveren taschje—maar
boven alles hou ik van jou, Vadertje. Maar lieveling, toch moest je me
eigenlijk niet zoo verwennen. Ik ben maar een mensch en daarbij een jong
meisje. Hoe kan ik een ernstige studente blijven als je me met zooveel
mooie, wereldsche dingen overstroomt.
Ik heb nu een sterk vermoeden, wie van de John Grier Home regenten
altijd voor den Kerstboom zorgde en voor het Zondagsche roomijs. Hij
deed alles anoniem maar door zijn daden herken ik hem. Lieveling, jij
verdient zeker gelukkig te zijn na al het goede, dat je stil voor
anderen deedt.
Dag! Gelukkig Kerstfeest!
Je je liefhebbende
Judy.
P.S. Hier heb je het portret van kleine Judy. Geloof je, dat je van haar
zou gaan houden als je haar kende?