7 December.

Mijn lief, oud Vadertje Langbeen.

Dank je wel voor je verlof om bij Julia's familie te gaan logeeren. Ik

neem tenminste aan, dat je stilzwijgen je toestemming beduidt.

We hebben toch weer zoo'n pret gehad! De vorige week was het feest van

de Stichting van de Universiteit. Het was voor het eerst, dat een van

ons er aan kon deelnemen, want alleen de Juniors en Seniors worden

toegelaten.

Ik noodigde Jimmie McBride uit, en Sallie zijn vriend, die met hem

in Princeton samen slaapt en die den vorigen zomer ook in het kamp

logeerde. Het is een erg aardige jongen met rood haar. En Julia noodigde

iemand uit New-York uit—géén erg aardige heer maar _onberispelijk en

van zeer goeden huize_. Hij is verwant aan De la Mater Cichester's.

Misschien ken jij die lui, mij zegt dat natuurlijk niets.

In elk geval, onze gasten kwamen Vrijdag aan, en we dronken thee in

de ontvangkamers van de Seniors en toen moesten ze weer weg naar het

hotel om te dineeren. Het hotel was zoo stamp en stampvol, dat ze zelfs

beweerden, dat ze op matrassen op de billardtafels sliepen, maar dat zal

wel niet heelemaal zoo geweest zijn. Jimmie zegt, dat, als hij weer voor

het een of andere feest wordt uitgenoodigd, hij een van de Adirondack

tentjes zal meebrengen en die dan op een sportveld zal opslaan.

Om half acht kwamen ze alweer terug voor de ontvangst bij den President

en voor het bal. We moesten dus gauw voortmaken. We hadden alle

dansboekjes voor de heeren van te voren klaar gemaakt en na elken

dans lieten we ze onder de voorletter van hun achternaam in groepjes

bijeenstaan, zoodat ze gemakkelijk door hun dames voor den volgenden

dans gevonden konden worden. Zoo moest Jimmie McBride geduldig onder de

„M” blijven staan totdat hij werd opgeëischt. (Tenminste dat behoorde

hij te doen, maar hij liep telkens weg en mengde zich tusschen de R's en

S's en andere letters). Ik vond hem een erg lastigen gast. Hij was een

beetje brommig omdat hij maar drie dansen met me had en hij beweerde,

dat hij te bleu was om met meisjes te dansen, die hij niet kende.

Den volgenden dag hadden wij een groot concert met zang. En raad eens

wie het welkomslied voor die gelegenheid heeft gedicht? Het is heusch

waar, _zij_ is het. O ja, Vadertje, je zult nog eens zien wat voor een

beroemd persoontje je kleine vondeling wordt!

Onze twee Princetons vonden het verbazend gezellig, tenminste, ze waren

zoo beleefd dat bij het afscheid te zeggen, en ze hebben ons meteen voor

hun feest van het volgend voorjaar uitgenoodigd. We hebben het alle drie

aangenomen; stribbel dus maar niet tegen, lieve engel!

Julia en Sallie en ik hadden alle drie nieuwe japonnen. Wil ik ze

eens beschrijven? Die van Julia was van ivoorkleurig satijn met

goud geborduurd en ze droeg daarbij purperen orchideën. Het was

sprookjesachtig mooi en het kwam regelrecht uit Parijs. Het heeft een

schat gekost.

Sallie's japon was van teer blauw satijn met Perzisch handborduursel

afgezet. Het kleurde prachtig bij haar rood haar, het kostte niet

zooveel als Julia's gewaad, maar ze zag er minstens net zoo mooi uit.

Mijn japon was van zacht roze crêpe de chine met écru kant en roze

satijn afgewerkt en ik had er roze anjelieren bij (Van Jimmie McBride,

Sallie had hem gezegd welke kleur ik zou dragen). En we droegen alle

drie satijnen schoentjes en zijden kousen en shawls in de tint van onze

japonnen.

Je zult nu wel diep onder den indruk van al die kleine

toiletbijzonderheden zijn.

't Is misschien gek, maar heusch, ik vind dat een man toch een erg

eentonig leven heeft als je alleen maar bedenkt, dat b.v. crêpe de chine

en Venetiaansche kant en handborduursel en Iersche kant enkel maar

woorden voor hem zijn, terwijl een vrouw—al stelt ze nog zooveel belang

in babies en microscopen of in haar man of een gedicht of dienstboden of

parallelogrammen of bloemen of Plato of bridge of weet ik wat—toch

altijd opleeft, als ze over kleeren hoort spreken.

Eén trek in de natuur maakt, dat de menschen zich verwant voelen. (Dit

is geen oorspronkelijke gedachte, ik las het in een van Shakespeare's

tooneelstukken).

Maar laten we nu weer op ons verhaal terugkomen. Wil ik je een geheim

toevertrouwen, dat ik laatst ontdekt heb? En beloof je me, dat je me dan

niet ijdel zult vinden?

Luister dan.

Ik zie er aardig uit.

Werkelijk waar, ik zou wel heel erg dom zijn als ik dat niet zag met

twee spiegels in mijn kamer.

Een Vriendin.

P.S. Dit is een van die ondeugende, anonieme brieven, waarover je in

novellen leest.

Vadertje Langbeen · 第 75 / 103 题