10 Augustus.

Den Heer Vadertje Langbeen.

Mijnheer.

Ik schrijf aan je, gezeten op den tweeden tak van den wilgenboom bij

de poel in de wei. Onder mijn voeten kwaken de kikkers, een sprinkhaan

maakt muziek boven mijn hoofd en twee kleine roodvinkjes springen in

mijn boom van tak tot tak. Ik zit hier al een heel uur. Het is een

heerlijk plaatsje, vooral nu ik eerst twee kussens op mijn tak heb

gelegd. Ik kwam hier met een vulpenhouder en een blocnote, in de hoop

een onsterfelijk verhaal op papier te doen ontstaan, maar ik heb een

zwaren strijd met mijn heldin gestreden. Ik kan haar maar niet laten

spreken en handelen zooals ik het graag zou willen en daarom laat ik

dat verhaal maar een oogenblik rusten en schrijf aan jou. (Voor mij

eigenlijk geen verlichting, want ook jij handelt niet zooals ik het

graag zou willen, en spreken doe je heelemaal niet). Wanneer je nu in

dat drukke New-York bent, zou ik je wel wat van onze heerlijke, frissche

lucht hier en het mooie uitzicht willen sturen. Het is hier hemelsch na

een week regen!

O ja, van den Hemel gesproken! Herinner je je Ds. Kellog, den predikant

van de kleine, witte kerk in Corner, waarover ik je verleden jaar

al schreef? Nu, die arme ziel is gestorven. Verleden winter aan

longontsteking. Ik ben nog wel een keer of zes naar zijn preeken gaan

luisteren en ik raakte zoo tenslotte geheel vertrouwd met zijn ideeën.

Tot aan zijn dood toe geloofde hij precies hetzelfde als wat hij

als kind al had geloofd. Ik vind, dat een mensch, die 74 jaar lang

precies dezelfde gedachten kan behouden zonder ook maar in een enkele

kleinigheid te veranderen, als een merkwaardigheid tentoongesteld moest

worden. Ik hoop, dat hij nu gelukkig is met zijn harp en zijn gouden

kroon. Hij was er zoo vast van overtuigd dat hij ze zou krijgen. Er

is nu een andere, jonge predikant. Een erg verwaand heerschap. De

broederschap is vrij oproerig, vooral de aanhangers van den diaken

Cunnings. Het lijkt wel of we hier gauw een groote verdeeldheid in

de kerk zullen krijgen. Wij op Lock Willow bemoeien ons niet met die

twisten.

Gedurende de regenweken heb ik aanhoudend op zolder gelezen.

Hoofdzakelijk Stevenson. Hij zelf is boeiender dan een van de personen

in zijn boeken. Ik zou haast zeggen, dat hij van zich zelf den held

maakt, waarvan je graag zou willen lezen. Vindt je het niet eenig van

hem, dat hij de erfenis van $ 10.000 van zijn vader heelemaal voor een

jacht besteedde en daarmede naar de Zuidzee zeilde? Hij voldeed aan zijn

avontuurlijke neigingen. Als mijn vader me $ 10.000 had achtergelaten,

deed ik het ook. De gedachte aan Vailima maakt me wild. Ik wil ook de

tropen zien, ik wil de heele wereld zien. En ik zal ook op een goeden

dag een wereldreis gaan maken. Ja heusch, lieveling, wacht maar tot

ik een groote schrijfster ben of een beroemde artiste of wat voor een

beroemdheid ik ook worden moge. Ik heb een vreeselijke zwerversnatuur.

Ik zou dolgraag willen reizen. Als ik een landkaart zie, heb ik grooten

lust om mijn hoed op te zetten en mijn parasol mee te nemen en op stap

te gaan. „Voordat ik sterf, zal ik de palmen en tempels van het Zuiden

zien”.

Donderdagavond in den schemer.

(Gezeten op den drempel).

Het is erg moeilijk, je in dezen brief een paar nieuwtjes te vertellen.

Judy is in den laatsten tijd zoo philosophisch aangelegd, dat ze

alleen maar over het leven in het algemeen wil spreken en niet tot de

onbeduidende alledaagsche kleine gebeurtenissen wil afdalen. Maar als

je met alle geweld nieuwtjes wil hooren welnu, luister dan:

[Illustratie]

Onze negen biggetjes zijn verleden Dinsdag door het moeras gewaad en

weggeloopen. Acht kwamen er maar van de reis terug. Wij willen niemand

ten onrechte beschuldigen maar wij vermoeden, dat vrouw Dowd nu een

biggetje rijker is dan haar rechtens toekomt.

Boer Weaver heeft zijn schuur hardgeel laten verven. Het is een

verschrikkelijke kleur, maar hij zegt, dat ze goed tegen weer en wind

bestand is.

[Illustratie]

De Brewers hebben deze week bezoek over; juffrouw Brewer's zuster en

twee nichtjes uit Ohio.

[Illustratie]

Een van onze Rhode Island Reds kippen heeft van vijftien eieren er maar

drie uitgebroed. Ik begrijp niet, waarin het hem ligt. Ik vind de Rhode

Island Reds geen goed ras om te fokken. De Buff Orpingtons zijn veel en

veel beter.

De nieuwe klerk in het postkantoor te Bonnyrigg Four Corners heeft

den rhum, dien ze daar hadden staan, tot den laatsten druppel toe

opgedronken. Het was wel voor $ 7.— en ze merkten het pas toen alles

op was.

De oude Ira Hatch heeft erge last van zijn rheumatiek en kan nu niet

meer werken. Hij heeft nooit een cent gespaard toen hij nog goed

verdiende. Nu is het armoe lijden.

Zaterdagavond is er bijeenkomst in het schoollokaal. We worden op

roomijs getracteerd. Als je zin hebt, kom dan ook en breng je vrienden

en familie mee.

Ik heb hier voor een kwartje een nieuwen hoed gekocht. Hiernevens heb je

mijn laatste portret. Ik ben net bezig den weg langs de heg netjes op te

harken.

Het wordt nu te donker om nog meer te schrijven. Bovendien is mijn

voorraad nieuwtjes ook uitgeput.

Goeden nacht, mijn oud vadertje!

Judy.

Vrijdag.

Goeden morgen, nu heb ik gelukkig een echt nieuwtje en wat een heerlijk

ook. Wat denk je wel, dat het is? Och, je zult het toch nooit en nooit

kunnen raden. Vanmorgen kreeg Juffrouw Semple een brief van Mijnheer

Pendleton, waarin hij haar schrijft, dat hij een autotocht door de

Berkshires heeft gemaakt. Hij is nu moe en zou graag op een gezellige,

vriendelijke boerderij een tijdje uitrusten. Of ze, als hij nu op een

goeden dag voor haar deur staat, dan een kamer voor hem klaar heeft. Hij

blijft misschien één, misschien twee, misschien ook wel drie weken. Als

hij hier is, ziet hij vanzelf, hoe moe of hij is en hoe lang hij moet

blijven.

Wij hebben nu de handen vol werk, dat snap je. Het heele huis moet

geboend worden en alle gordijnen gewasschen. Vanmorgen reed ik nog even

naar Corners om nieuw zeil voor den ingang te koopen en twee groote

blikken bruine verf om de hal en de trappen nog wat op te knappen.

Vrouw Dowd hebben we voor morgen aangenomen om de ramen een goede beurt

te geven. (In de opgewondenheid van het oogenblik vergaten we onze

achterdocht betreffende het biggetjes-geval geheel en al.) Je zult bij

het hooren van al die voorbereidselen wel denken, dat het huis niet

goed onderhouden wordt, maar ik verzeker je plechtig, dat alles er

keurig uitziet. Wat ze ook van Juffrouw Semple zeggen mogen, ze is

een _huishoudster_ van top tot teen.

[Illustratie: Oude Grover is geen vurig Paard]

Maar vind je dat niet ook net iets voor een man? Hij schrijft absoluut

niet of hij er over denkt, vandaag of morgen of misschien wel eerst over

twee weken te zullen komen opdagen. Wij zullen nu in een voortdurende

opgewondenheid leven, totdat hij eindelijk voor ons staat. En als hij

niet voortmaakt, zullen wij nog eens van voren af aan moeten gaan

schoonmaken.

Beneden wacht Amasai al met het mandenwagentje met Grover. Ik men zelf,

maar als je Grover zag, zou je je heusch niet over me bezorgd maken.

Met mijn hand op mijn hart roep ik je een hartelijk vaarwel toe.

Je Judy.

P.S. Is dat geen aardig slot? Ik nam het over uit een van Stevenson's

brieven.

Zaterdag.

Nogeens goeden morgen, Vadertje Langbeen! Ik had gisteravond je brief

nog niet dichtgemaakt, toen de postbode al kwam, dus zal ik er nu nog

maar wat bijschrijven. We hebben elken dag één keer buslichting—om

12 uur. Die dagelijksche brievenuitdeeling heeft heel wat voor de boeren

te beteekenen, want onze brievenbesteller deelt niet alleen de post

uit, maar hij doet ook boodschappen naar de stad voor 12½ cent per

boodschap. Gisteren bracht hij schoenveters voor me mee, en een groote

pot coldcream (mijn heele gezicht vervelt, ik heb mijn nieuwe hoed iets

te laat gekocht) en een blauwe stropdas en een potje schoensmeer. Alles

voor 25 cent, maar dat was een buitengewone reductie, omdat ik hem

zooveel tegelijk opgaf.

Hij vertelt ons ook wat er buiten in de groote wereld voorvalt. Sommige

menschen hier zijn op een krant geabonneerd en hij leest ze terwijl hij

ze rondbrengt en vertelt de nieuwtjes weer aan de anderen, die er geen

krant op nahouden. Dus als er nu een oorlog tusschen de Vereenigde

Staten en Japan uitbreekt of de President wordt vermoord of Rockefeller

vermaakt een millioen aan het John Grier Home, behoef je het me heusch

niet te schrijven. Ik hoor het toch in elk geval.

Nog altijd geen levensteeken van Jongeheer Jervie. Maar je moest eens

zien hoe kraakhelder het huis er uitziet en hoe angstvallig we onze

voeten vegen vóór we naar binnen gaan.

Ik hoop, dat hij maar gauw komt. Ik verlang er zoo naar, weer eens met

iemand te spreken. Om je de waarheid te zeggen, Juffrouw Semple wordt op

den duur wel wat vervelend. Wanneer ze eenmaal aan het babbelen is, kan

niets haar woordenvloed stuiten en het blijft babbelen, niet spreken.

Het is grappig met de menschen hier. Hun wereld bestaat alleen maar uit

den heuvel, waarop ze zich toevallig bevinden. Ze zijn heelemaal niet

voor algemeene gesprekken. Je begrijpt wel, wat ik meen. Het is precies

als in het John Grier Home. Die ideeën daar bleven ook heelemaal binnen

het ijzeren hek bepaald, maar toen merkte ik het zoo niet, omdat ik nog

jong was en den heelen dag zoo vreeselijk hard moest werken. Tusschen

twee haakjes; weet je wel, dat ik alle bedden op Kamer F. moest opmaken,

en mijn pleegkinderen wasschen en dan naar school gaan en dan, als ik

thuiskwam, weer hun gezichten moest wasschen en hun kousen stoppen en

Freddie Perkins' broeken ook. (Die scheurde hij elken dag weer opnieuw

stuk). En daar tusschendoor moest ik mijn schoolwerk maken. Wanneer

ik dan naar bed ging, was ik niet tot het besef gekomen, dat er een

geestelijke leegte in onze gesprekken was. Maar nu, nadat ik twee jaar

het gezellige universiteitsleven heb meegemaakt, mis ik dat vreeselijk

en ik zal dolblij zijn, als er iemand hier komt, met wien ik eindelijk

weer eens _spreken_ kan.

Nu geloof ik heusch, dat ik klaar ben. Er is geen ander nieuws om je te

vertellen. Een volgenden keer zal ik probeeren je een langeren brief te

schrijven.

Je Judy.

P.S. De sla staat dit jaar heelemaal niet mooi. We hebben in Juli en

Augustus te weinig regen gehad.

Vadertje Langbeen · 第 67 / 103 题