Den Heer Vadertje Langbeen.
Mijnheer.
Ik schrijf aan je, gezeten op den tweeden tak van den wilgenboom bij
de poel in de wei. Onder mijn voeten kwaken de kikkers, een sprinkhaan
maakt muziek boven mijn hoofd en twee kleine roodvinkjes springen in
mijn boom van tak tot tak. Ik zit hier al een heel uur. Het is een
heerlijk plaatsje, vooral nu ik eerst twee kussens op mijn tak heb
gelegd. Ik kwam hier met een vulpenhouder en een blocnote, in de hoop
een onsterfelijk verhaal op papier te doen ontstaan, maar ik heb een
zwaren strijd met mijn heldin gestreden. Ik kan haar maar niet laten
spreken en handelen zooals ik het graag zou willen en daarom laat ik
dat verhaal maar een oogenblik rusten en schrijf aan jou. (Voor mij
eigenlijk geen verlichting, want ook jij handelt niet zooals ik het
graag zou willen, en spreken doe je heelemaal niet). Wanneer je nu in
dat drukke New-York bent, zou ik je wel wat van onze heerlijke, frissche
lucht hier en het mooie uitzicht willen sturen. Het is hier hemelsch na
een week regen!
O ja, van den Hemel gesproken! Herinner je je Ds. Kellog, den predikant
van de kleine, witte kerk in Corner, waarover ik je verleden jaar
al schreef? Nu, die arme ziel is gestorven. Verleden winter aan
longontsteking. Ik ben nog wel een keer of zes naar zijn preeken gaan
luisteren en ik raakte zoo tenslotte geheel vertrouwd met zijn ideeën.
Tot aan zijn dood toe geloofde hij precies hetzelfde als wat hij
als kind al had geloofd. Ik vind, dat een mensch, die 74 jaar lang
precies dezelfde gedachten kan behouden zonder ook maar in een enkele
kleinigheid te veranderen, als een merkwaardigheid tentoongesteld moest
worden. Ik hoop, dat hij nu gelukkig is met zijn harp en zijn gouden
kroon. Hij was er zoo vast van overtuigd dat hij ze zou krijgen. Er
is nu een andere, jonge predikant. Een erg verwaand heerschap. De
broederschap is vrij oproerig, vooral de aanhangers van den diaken
Cunnings. Het lijkt wel of we hier gauw een groote verdeeldheid in
de kerk zullen krijgen. Wij op Lock Willow bemoeien ons niet met die
twisten.
Gedurende de regenweken heb ik aanhoudend op zolder gelezen.
Hoofdzakelijk Stevenson. Hij zelf is boeiender dan een van de personen
in zijn boeken. Ik zou haast zeggen, dat hij van zich zelf den held
maakt, waarvan je graag zou willen lezen. Vindt je het niet eenig van
hem, dat hij de erfenis van $ 10.000 van zijn vader heelemaal voor een
jacht besteedde en daarmede naar de Zuidzee zeilde? Hij voldeed aan zijn
avontuurlijke neigingen. Als mijn vader me $ 10.000 had achtergelaten,
deed ik het ook. De gedachte aan Vailima maakt me wild. Ik wil ook de
tropen zien, ik wil de heele wereld zien. En ik zal ook op een goeden
dag een wereldreis gaan maken. Ja heusch, lieveling, wacht maar tot
ik een groote schrijfster ben of een beroemde artiste of wat voor een
beroemdheid ik ook worden moge. Ik heb een vreeselijke zwerversnatuur.
Ik zou dolgraag willen reizen. Als ik een landkaart zie, heb ik grooten
lust om mijn hoed op te zetten en mijn parasol mee te nemen en op stap
te gaan. „Voordat ik sterf, zal ik de palmen en tempels van het Zuiden
zien”.
Donderdagavond in den schemer.
(Gezeten op den drempel).
Het is erg moeilijk, je in dezen brief een paar nieuwtjes te vertellen.
Judy is in den laatsten tijd zoo philosophisch aangelegd, dat ze
alleen maar over het leven in het algemeen wil spreken en niet tot de
onbeduidende alledaagsche kleine gebeurtenissen wil afdalen. Maar als
je met alle geweld nieuwtjes wil hooren welnu, luister dan:
[Illustratie]
Onze negen biggetjes zijn verleden Dinsdag door het moeras gewaad en
weggeloopen. Acht kwamen er maar van de reis terug. Wij willen niemand
ten onrechte beschuldigen maar wij vermoeden, dat vrouw Dowd nu een
biggetje rijker is dan haar rechtens toekomt.
Boer Weaver heeft zijn schuur hardgeel laten verven. Het is een
verschrikkelijke kleur, maar hij zegt, dat ze goed tegen weer en wind
bestand is.
[Illustratie]
De Brewers hebben deze week bezoek over; juffrouw Brewer's zuster en
twee nichtjes uit Ohio.
[Illustratie]
Een van onze Rhode Island Reds kippen heeft van vijftien eieren er maar
drie uitgebroed. Ik begrijp niet, waarin het hem ligt. Ik vind de Rhode
Island Reds geen goed ras om te fokken. De Buff Orpingtons zijn veel en
veel beter.
De nieuwe klerk in het postkantoor te Bonnyrigg Four Corners heeft
den rhum, dien ze daar hadden staan, tot den laatsten druppel toe
opgedronken. Het was wel voor $ 7.— en ze merkten het pas toen alles
op was.
De oude Ira Hatch heeft erge last van zijn rheumatiek en kan nu niet
meer werken. Hij heeft nooit een cent gespaard toen hij nog goed
verdiende. Nu is het armoe lijden.
Zaterdagavond is er bijeenkomst in het schoollokaal. We worden op
roomijs getracteerd. Als je zin hebt, kom dan ook en breng je vrienden
en familie mee.
Ik heb hier voor een kwartje een nieuwen hoed gekocht. Hiernevens heb je
mijn laatste portret. Ik ben net bezig den weg langs de heg netjes op te
harken.
Het wordt nu te donker om nog meer te schrijven. Bovendien is mijn
voorraad nieuwtjes ook uitgeput.
Goeden nacht, mijn oud vadertje!
Judy.
Vrijdag.
Goeden morgen, nu heb ik gelukkig een echt nieuwtje en wat een heerlijk
ook. Wat denk je wel, dat het is? Och, je zult het toch nooit en nooit
kunnen raden. Vanmorgen kreeg Juffrouw Semple een brief van Mijnheer
Pendleton, waarin hij haar schrijft, dat hij een autotocht door de
Berkshires heeft gemaakt. Hij is nu moe en zou graag op een gezellige,
vriendelijke boerderij een tijdje uitrusten. Of ze, als hij nu op een
goeden dag voor haar deur staat, dan een kamer voor hem klaar heeft. Hij
blijft misschien één, misschien twee, misschien ook wel drie weken. Als
hij hier is, ziet hij vanzelf, hoe moe of hij is en hoe lang hij moet
blijven.
Wij hebben nu de handen vol werk, dat snap je. Het heele huis moet
geboend worden en alle gordijnen gewasschen. Vanmorgen reed ik nog even
naar Corners om nieuw zeil voor den ingang te koopen en twee groote
blikken bruine verf om de hal en de trappen nog wat op te knappen.
Vrouw Dowd hebben we voor morgen aangenomen om de ramen een goede beurt
te geven. (In de opgewondenheid van het oogenblik vergaten we onze
achterdocht betreffende het biggetjes-geval geheel en al.) Je zult bij
het hooren van al die voorbereidselen wel denken, dat het huis niet
goed onderhouden wordt, maar ik verzeker je plechtig, dat alles er
keurig uitziet. Wat ze ook van Juffrouw Semple zeggen mogen, ze is
een _huishoudster_ van top tot teen.
[Illustratie: Oude Grover is geen vurig Paard]
Maar vind je dat niet ook net iets voor een man? Hij schrijft absoluut
niet of hij er over denkt, vandaag of morgen of misschien wel eerst over
twee weken te zullen komen opdagen. Wij zullen nu in een voortdurende
opgewondenheid leven, totdat hij eindelijk voor ons staat. En als hij
niet voortmaakt, zullen wij nog eens van voren af aan moeten gaan
schoonmaken.
Beneden wacht Amasai al met het mandenwagentje met Grover. Ik men zelf,
maar als je Grover zag, zou je je heusch niet over me bezorgd maken.
Met mijn hand op mijn hart roep ik je een hartelijk vaarwel toe.
Je Judy.
P.S. Is dat geen aardig slot? Ik nam het over uit een van Stevenson's
brieven.
Zaterdag.
Nogeens goeden morgen, Vadertje Langbeen! Ik had gisteravond je brief
nog niet dichtgemaakt, toen de postbode al kwam, dus zal ik er nu nog
maar wat bijschrijven. We hebben elken dag één keer buslichting—om
12 uur. Die dagelijksche brievenuitdeeling heeft heel wat voor de boeren
te beteekenen, want onze brievenbesteller deelt niet alleen de post
uit, maar hij doet ook boodschappen naar de stad voor 12½ cent per
boodschap. Gisteren bracht hij schoenveters voor me mee, en een groote
pot coldcream (mijn heele gezicht vervelt, ik heb mijn nieuwe hoed iets
te laat gekocht) en een blauwe stropdas en een potje schoensmeer. Alles
voor 25 cent, maar dat was een buitengewone reductie, omdat ik hem
zooveel tegelijk opgaf.
Hij vertelt ons ook wat er buiten in de groote wereld voorvalt. Sommige
menschen hier zijn op een krant geabonneerd en hij leest ze terwijl hij
ze rondbrengt en vertelt de nieuwtjes weer aan de anderen, die er geen
krant op nahouden. Dus als er nu een oorlog tusschen de Vereenigde
Staten en Japan uitbreekt of de President wordt vermoord of Rockefeller
vermaakt een millioen aan het John Grier Home, behoef je het me heusch
niet te schrijven. Ik hoor het toch in elk geval.
Nog altijd geen levensteeken van Jongeheer Jervie. Maar je moest eens
zien hoe kraakhelder het huis er uitziet en hoe angstvallig we onze
voeten vegen vóór we naar binnen gaan.
Ik hoop, dat hij maar gauw komt. Ik verlang er zoo naar, weer eens met
iemand te spreken. Om je de waarheid te zeggen, Juffrouw Semple wordt op
den duur wel wat vervelend. Wanneer ze eenmaal aan het babbelen is, kan
niets haar woordenvloed stuiten en het blijft babbelen, niet spreken.
Het is grappig met de menschen hier. Hun wereld bestaat alleen maar uit
den heuvel, waarop ze zich toevallig bevinden. Ze zijn heelemaal niet
voor algemeene gesprekken. Je begrijpt wel, wat ik meen. Het is precies
als in het John Grier Home. Die ideeën daar bleven ook heelemaal binnen
het ijzeren hek bepaald, maar toen merkte ik het zoo niet, omdat ik nog
jong was en den heelen dag zoo vreeselijk hard moest werken. Tusschen
twee haakjes; weet je wel, dat ik alle bedden op Kamer F. moest opmaken,
en mijn pleegkinderen wasschen en dan naar school gaan en dan, als ik
thuiskwam, weer hun gezichten moest wasschen en hun kousen stoppen en
Freddie Perkins' broeken ook. (Die scheurde hij elken dag weer opnieuw
stuk). En daar tusschendoor moest ik mijn schoolwerk maken. Wanneer
ik dan naar bed ging, was ik niet tot het besef gekomen, dat er een
geestelijke leegte in onze gesprekken was. Maar nu, nadat ik twee jaar
het gezellige universiteitsleven heb meegemaakt, mis ik dat vreeselijk
en ik zal dolblij zijn, als er iemand hier komt, met wien ik eindelijk
weer eens _spreken_ kan.
Nu geloof ik heusch, dat ik klaar ben. Er is geen ander nieuws om je te
vertellen. Een volgenden keer zal ik probeeren je een langeren brief te
schrijven.
Je Judy.
P.S. De sla staat dit jaar heelemaal niet mooi. We hebben in Juli en
Augustus te weinig regen gehad.