25 Augustus.

Zeg oude vriend, Jongeheer Jervie is hier en we hebben toch zoo'n pret

samen! Tenminste _ik_ heb verbazend veel pret en ik geloof, hij ook wel.

Hij is al tien dagen hier en spreekt gelukkig nog niet over weggaan. Als

je ziet, hoe hij door Juffrouw Semple vertroeteld wordt, rijzen je haren

te berge. Als ze het net zoo heeft gedaan, toen hij nog een baby was,

begrijp je niet, dat er zoo'n flinke man uit gegroeid is.

Hij en ik eten aan een klein tafeltje in de waranda of soms onder

de boomen voor het huis of, wanneer het regent of koud is, in de

allermooiste kamer van het huis. Hij zoekt altijd de plekjes uit, waar

hij wil eten, en Carrie loopt met het tafeltje achter hem aan. Wanneer

het dan erg lastig is en zij de schotels heel ver heeft moeten dragen,

vindt ze den volgenden morgen altijd een dollar in het suikervaasje.

Hij is een verbazend gezellige baas. Toch zou je het nooit zeggen

wanneer je hem zag. Op het eerste gezicht is hij een echte Pendleton,

maar dat is hij juist héélemaal niet. Hij is zoo eenvoudig en natuurlijk

en lief, als een man maar zijn kan. Het is misschien wel gek om het

karakter van een man zóó te beschrijven, maar het is nu eenmaal zoo

en niet anders. Hij gaat verbazend leuk met de boeren hier om. In het

begin waren ze nogal stug en achterdochtig en beweerden ze, dat ze niks

niemandal om zijn fijne kleeren gaven. En die zijn juist nogal typisch.

Hij draagt kuitbroeken en een fluweelen jacket en daaronder een wit

flanellen overhemd of een rijcostuum met een pofbroek. Wanneer hij in

een nieuw pak beneden komt, draait Juffrouw Semple als een pauw om

hem heen en bekijkt hem van alle kanten en vermaant hem, toch vooral

voorzichtig te zijn en niet overal te gaan zitten. Ze is doodsbang, dat

hij zijn goed stoffig zal maken. Het hangt hem natuurlijk vreeselijk de

keel uit en hij zegt altijd maar: „Kom Lizzy, ga nu weg. Je hebt nog

zooveel te doen. Je kunt toch niet langer den baas over me spelen. Ik

ben nu volwassen!”

[Illustratie]

Het is eenig leuk als je denkt, dat die groote, breedgeschouderde man

met zijn lange armen en beenen (haast net zoo lang als die van jou,

zeg, Vadertje Langbeen) ooit op Juffrouw Semple's schoot heeft gezeten

en door haar is afgewasschen. Maar hij beweert, dat ze eens slank en

gespierd en vlug is geweest en harder kon loopen dan hij nu.

O, we hebben zooveel avonturen beleefd! We hebben den omtrek mijlen ver

verkend en hij heeft me leeren visschen en ook schieten, met een geweer

en met een revolver. Ik kan nu ook rijden. Er is nu verbazend veel vuur

in den ouden Grover ontwaakt. We hebben hem drie dagen lang met haver

gevoed en hij vloog plots tegen een kalf aan en rende er haast met mij

van door.

Woensdag.

Maandagmiddag hebben we den Sky Hill beklommen. Dat is een berg hier

dicht bij. Geen vreeselijk hooge berg met sneeuw op den top, maar toch

hoog genoeg om buiten adem te zijn wanneer je boven bent. De hellingen

zijn met bosschen begroeid, maar de top is een opeenstapeling van

rotsblokken en verder kale hei. We bleven tot zonsondergang en staken

een vuur aan en kookten ons avondeten. Jongeheer Jervie deed als kok

dienst. Hij zei, dat hij het wel beter zou kunnen dan ik, en dat was ook

zoo, want hij is aan het kampeeren gewend. Toen zijn we bij maneschijn

afgedaald en toen we bij het bosch kwamen, waar het erg donker was,

heeft hij met zijn electrische zaklantaarn voorgelicht. O, het was

eenig! Hij heeft den heelen weg gepraat en gelachen en over allemaal

prettige onderwerpen gesproken. Hij kent alle boeken, die ik gelezen heb

en nog een macht andere daarbij. Het is verbazend, zooveel dingen als

die man weet.

Vanmorgen wilden we een stevige voetreis maken, maar een stortregen

heeft ons overvallen en onze kleeren waren doorweekt, toen we eindelijk

thuiskwamen. Maar toch voelden we ons heerlijk frisch en opgewekt. O, je

had Juffrouw Semple's gezicht moeten zien, toen we daar zoo aankwamen!

„O, Jongeheer Jervie, o, Juffrouw Judy! U bent alle twee druipnat! Wat

moeten we nu toch doen. Die mooie nieuwe jas is heelemaal bedorven!”

Het was eeuwig leuk. Je zou denken, dat we kinderen van een jaar of tien

waren en zij een wanhopige moeder! Ik was heusch een oogenblik bang, dat

we geen thee en toast met jam zouden krijgen.

Zaterdag.

Ik ben een eeuw geleden midden in dezen brief blijven steken, maar ik

had heusch geen tijd om hem af te maken.

Is dit geen mooie gedachte van Stevenson:

„The world is so full of a number of things,

I am sure we should all be as happy as kings”.

En het is beslist waar ook. Er is zooveel geluk op aarde en je kunt

ook gelukkig worden als je je alleen maar met het geluk tevreden stelt,

dat je op je weg tegenkomt. Het heele geheim bestaat hierin, dat je er

een beetje oog voor moet hebben. Vooral buiten zijn zoo verbazend veel

prettige dingen. Ik kan over een ieders land loopen en van elk mooi

vergezicht genieten en ik mag in alle beekjes plassen en ik kan van dat

alles net zoo genieten alsof het van me zelf hoorde, zonder dat ik er

iets voor hoef te betalen.

Het is nu Zondagavond, zoowat 11 uur en iedereen veronderstelt dus, dat

ik rustig in Morpheus' armen lig. Maar ik heb vanavond sterke koffie

gedronken, dus voor mij is er geen rustige slaap weggelegd.

Vanmorgen zei Juffrouw Semple tot Mijnheer Pendleton op een heel beslist

toontje: „We moeten om kwart over 10 hier weg om tegen 11 uur in de kerk

te zijn”.

„Heel goed, Lizzy”, zei Jongeheer Jervie, „de sjees zal wel voor je

klaar slaan en als ik niet op tijd ben aangekleed, moet je maar niet op

me wachten”.

„We zullen wel wachten”, antwoordde ze.

„Ga je gang”, zei hij, „maar laat alleen de paarden niet te lang staan”.

Toen zij zich nu ging kleeden, liet hij Carrie de lunch inpakken en

tegen mij zei hij, dat ik mijn sportkleeren aan moest doen, en door de

achterdeur slopen we stilletjes weg en gingen visschen.

Het heele huishouden liep daardoor natuurlijk in de war, want op Zondag

dineeren we op Lock Willow om twee uur, maar hij bestelde het diner

tegen 7 uur. Hij geeft hier alles aan zooals hij dat verkiest. Je zou

heusch gaan denken dat 't hier een restaurant is. En zoo konden dan

Carrie en Amasai vandaag ook niet samen uit rijden gaan, maar hij zei,

dat hij dat heel goed vond, want het was niet netjes om zoo zonder

chaperonne uit te gaan. En in elk geval had hij toch de paarden noodig,

want hij wou met mij gaan rijden. Heb je ooit zoo'n onzin gehoord!

En die arme Juffrouw Semple gelooft vast en heilig, dat menschen, die 's

Zondags gaan visschen, in de hel komen. Zij heeft nu nog altijd berouw,

dat zij hem niet beter heeft opgevoed, toen hij nog klein en handelbaar

was en ze veel meer over hem te zeggen had. En dan—ze zou toch zoo

dolgraag in de kerk een beetje met hem willen pronken.

In elk geval, we zijn uit visschen gegaan. Hij heeft vier kleine

vischjes gevangen en we hebben ze gekookt ook. Ze smaakten wel wat

verbrand, want we hebben ze in het vuur laten vallen toen we ze met

stokjes uit het water wilden halen, maar we hebben ze toch opgegeten.

Om 4 uur kwamen we thuis en om 5 uur gingen we uit rijden en om 7 uur

eten en om 10 uur werd ik naar bed gestuurd en nu zit ik hier aan jou

te schrijven.

[Illustratie]

Maar nu word ik toch een beetje slaperig.

Nacht lieveling!

Hier heb je het portret van den eenigen visch, dien ik ving!

Hola, Kap'tein Langbeen.

Ho, stop r's even! Jawel, geef me maar een vat rum!

Raad eens, wat ik lees? Onze gesprekken hebben in de laatste dagen een

zeemansachtigen vorm aangenomen. Is „Treasure Island” geen leuk boek?

Heb je het ook gelezen, of was het nog niet geschreven in den tijd

toen je nog een jongen was? Stevenson kreeg maar £ 30.— voor het

auteursrecht. Ik geloof niet, dat je met schrijven rijk wordt. Misschien

word ik wel onderwijzeres.

Hindert het je, dat mijn brieven in den laatsten tijd telkens zoo vol

zijn van Stevenson? In gedachten ben ik altijd met hem bezig. Die boeken

beslaan de heele bibliotheek op Lock Willow.

Ik ben nu al twee weken met dezen brief bezig. Dat is, me dunkt, lang

genoeg. Zeg maar nooit, dat ik je niet alles en alles tot in de kleinste

kleinigheden vertel. Ik wou, dat jij hier ook was. We zouden het zoo

gezellig samen hebben en het zou voor mij zoo prettig zijn als mijn

verschillende vrienden elkaar kenden. Ik wou mijnheer Pendleton vragen,

of hij je ook kende; ik zou het toch wel denken. Je zult wel in dezelfde

kringen komen en je behoort alle twee tot dezelfde politieke partij en

zoo. Maar ik kon het hem natuurlijk niet vragen want ik ken je waren

naam niet eens.

[Illustratie]

Ik vind het toch zoo vervelend, en ik heb ook nog nooit zoo iets geks

gehoord. Juffrouw Lippett waarschuwde me van te voren, dat je exentriek

bent. En ik vind dat ze groot gelijk heeft.

Veel groeten van je

Judy.

P.S. Terwijl ik mijn brief overlees, zie ik, dat hij heelemaal niet

alleen over Stevenson handelt. Een of twee keer wordt er ook vluchtig

over Jongeheer Jervie gesproken.

Vadertje Langbeen · 第 68 / 103 题