Lieve Vadertje Langbeen.
De Maartstorm loeit en de heele hemel is met zware wolken bedekt. De
kraaien in de denneboomen maken een helsch lawaai. Het is een opwindend
lokkend geluid. Ik zou mijn boeken wel willen dichtslaan en over de
heuvels rennen, voortgejaagd door den wind.
Wij hebben verleden Zaterdag een snippenjacht gehouden over vijf
mijlen land. De foks (voorgesteld door drie meisjes en een schepel
confetti) kwam een half uur voor de 27 jagers aan. Ik was een van de 27;
8 konden er onderweg niet verder en met ons negentienen kwamen we op
het eindpunt aan. Onze weg leidde over een heuvel, door een korenveld
en over een drassig land, waar we heel voorzichtig van het eene droge
plekje op het andere moesten springen. Natuurlijk is meer dan de helft
er tot de enkels ingezakt. Wij verloren het confetti-spoor en hadden wel
25 minuten noodig om weer uit dat moeras te komen. Dan leidde het spoor
weer over een heuvel, door struikgewas, en zelfs lag het bij het raam
van een schuur. De deur van de schuur was gesloten, het raam was vrij
hoog van den grond en nogal smal. Het was eigenlijk al te moeilijk, vind
je ook niet?
Maar we zijn ook niet naar binnen geklommen! We hebben heel voorzichtig
langs de schuur rondgespeurd en toen het spoor weer gevonden. Ze hadden
haast alle confetti daar uitgestrooid. De foks dacht, dat hij ons
leelijk voor den gek kon houden, maar we zijn verder door blijven zoeken
en hebben twee mijlen over glooiend weiland moeten rennen. Het spoor was
vreeselijk moeilijk te volgen, want de confettivoorraad bleek wel haast
uitgeput. Volgens de regels van het spel moet je met een tusschenruimte
van hoogstens 2 meter strooien, maar dit waren de langste twee meters,
die ik ooit heb gezien. Eindelijk, na twee uur aanhoudend zoeken, vonden
wij onzen foks in de keuken van Crystal Spring. (Dat is een boerderij,
waar de meisjes in bobsleden en hooiwagens heengaan, om kuikens en
wafels te eten). We vonden de drie hondjes vreedzaam bezig met melk en
beschuit met honing te verorberen. Ze hadden nooit gedacht dat we ze nog
zouden vinden. Ze hadden bepaald gehoopt, dat we daar in het raam van de
schuur waren blijven steken.
Alle twee partijen beweerden, dat zij het hadden gewonnen. Ik vind, dat
wij het gewonnen hebben, want we hadden ze toch maar gevonden voordat
ze weer op den terugweg naar College waren. In elk geval waren wij alle
19 uitgehongerd en we vielen als wolven op den voorraad aan en moesten
al maar meer honing hebben. Er was niet genoeg voor ons allemaal, maar
Juffrouw Crystal Spring (zoo noemen wij haar, eigenlijk heet ze Johnson)
bracht een groote pot aardbeienjam en een kan appelstroop en drie bruine
brooden.
Wij stapten pas om half zeven op (we kwamen een half uur te laat voor
het avondeten), en we liepen zoo maar naar binnen, zonder ons eerst te
verkleeden, we hadden zoo'n honger! We zijn dien avond geen van allen
meer naar de kapel gegaan, maar als je onze schoenen gezien had, had je
begrepen dat dat ook niet meer kòn.
Ik heb je nog niets van de examens verteld. Ik ben door alles
gemakkelijk heengerold. Ik weet nu hoe je dat moet aanleggen. Ik geloof
ook niet, dat ik ooit weer zal zakken. Ik kan niet meer _cum laude_
promoveeren door dat gemeene herexamen voor Latijn en Fransch, maar het
komt er niets op aan. Er zonder zullen we ook nog wel gelukkig worden!
Heb je Hamlet al eens gelezen? Als je het nog niet gedaan hebt, moet
je het beslist doen. Het is _schitterend_ in één woord. Ik heb al mijn
heele leven over Shakespeare hooren spreken, maar ik had toch geen flauw
benul dat het zoo mooi zou zijn. Ik dacht altijd, dat de menschen het
elkaar maar naspraken.
Ik heb een heerlijk tijdverdrijf, dat ik al bedacht heb, toen ik mijn
eerste boek las. Elke nacht droom ik, dat ik de persoon ben (natuurlijk
de hoofdpersoon) van het boek dat ik juist lees.
Nu ben ik Ophelia en een heel gevoelige Ophelia ook. Ik leid Hamlet
af en vertroetel hem en knor op hem en zorg dat hij zijn mantel
omslaat wanneer hij het koud heeft. Ik heb hem al heelemaal van
zijn melancholie genezen. De Koning en de Koningin zijn alle twee
dood—door een ongeluk op zee. Er is dus geen begrafenis bij noodig.
Nu kunnen Hamlet en ik zonder eenige dwarsboomerij in Denemarken
regeeren. O, ons koninkrijk bloeit! Hij zorgt voor de regeeringszaken
en ik voor de liefdadigheidsinstellingen. Ik heb zoo juist een
Model-Vondelingeninrichting gesticht (het heeft niets van het John
Grier Home!) Als jij of een van de andere regenten het misschien willen
bezichtigen, zal ik je met alle plezier persoonlijk rondleiden. Het zal
leerrijk zijn!
Ik verblijf, Mijnheer,
Uwe U welwillend gezinde
Ophelia,
Koningin van Denemarken.