Lieve Vadertje Langbeen.
Jimmie McBride heeft me een Princeton banier gestuurd, zoo groot als
de heele lengte van de kamer. Ik vind het verbazend aardig van hem dat
hij aan me dacht, maar wat moet ik er in 's hemelsnaam mee doen? Sallie
en Julia willen niet dat ik hem ophang. Onze kamer is dit jaar geheel in
het rood gehouden en je begrijpt, hoe het oranje met zwart van die vlag
er mee zou vloeken. Maar het is zulk heerlijk, dik warm goed, dat ik het
zonde vind, het zoo maar te laten liggen. Wat dunkt je, zou ik het niet
als badmantel kunnen gebruiken. Mijn oude kromp in de wasch.
[Illustratie: We moeten er vroeg bij zijn om een badkuip te krijgen.]
Ik heb in den laatsten tijd heelemaal vergeten je over ons werk te
schrijven. Je zou het werkelijk niet uit mijn brieven opmaken, maar toch
is haast mijn heele tijd daarmee in beslag genomen.
„Een werkelijk ernstige studente moet met de grootste nauwkeurigheid
haar studies beoefenen”, zegt de Prof. in de scheikunde.
„Zorgt ervoor, dat ge niet in kleine onderdeelen opgaat”, zegt de Prof.
in de geschiedenis. „Houdt u op een afstand, zoodat ge het geheel kunt
overzien”.
Nu zie je eens hoe aardig we moeten scharrelen, willen we ze allebei
tevreden stellen. Ik houd meer van de methode van den laatsten geleerde.
Wanneer ik zeg, dat Willem de Veroveraar in 1492 naar Engeland overstak
en Columbus in 1100 of 1066, of weet ik wanneer, Amerika ontdekte, dan
is dat natuurlijk een kleinigheid, die de Prof. negeert. Het geeft je
zoo'n gevoel van zekerheid en rust dat ik bij de scheikunde geheel mis.
Daar gaat de zes-uur-bel! Ik moet naar het laboratorium om nog een
scheikundig mengsel van zuren en zouten na te zien. Ik heb laatst met
Waterstof een groot gat in mijn schort gebrand. Als de theorie opging,
had ik het met een sterke oplossing van Ammoniak kunnen neutraliseeren,
niet waar?
De volgende week hebben we weer examens, maar je gelooft toch niet, dat
ik daar bang voor ben?
Veel liefs van
Je Judy.