Eenige teekens zijn met onduidelijke letter gedrukt:
Bl. 97, regel 22-23, lees: zoodat mâddum als má-ad-dum moet gescandeerd
worden.
Ib. regel 26, lees: òfer lágustráetè.
Bl. 98, regel 11, lees: × ´ -` ×´ × ` ^.
Ib. regel 16, lees: ^ -´` × -´ ×`.
Bl. 147, v. 136, lees:
Nadat men 't spoor bespeurd had van den vijand.
Zinstorende fouten zijn de volgende:
Bl. 106, regel 18, staat:
De metaphoor of uitgewerkte vergelijking; lees: .... of onuitgewerkte
vergelijking.
Bl. 118, regel 7-9, staat:
De elegische snaar wordt insgelijks aangeslagen in de rede van
den eenzamen schatbezitter uit de Hredelepisode en in Beowulfs
laatste woorden tot Wiglaf; lees: ... in de rede van den eenzamen
schatbezitter, in de Hredelepisode en in Beowulfs laatste woorden enz.
Andere misstellingen, als verkeerd geslacht, verkeerde interpunctie
enz. gelieve de lezer zelf te verbeteren.