DE VERSBOUW.

Algemeene Bemerkingen. De versbouw van den Beowulf is aan alle Duitsche

volken gemeen en bestaat in het rijmlooze geallitereerde vers.

Het geallitereerde vers is, ten minste bij de Westgermanen, uit

twee deelen nl. halfverzen samengesteld, welke door de stemrust

gescheiden zijn.

Het stafrijm, dat beide halfverzen tot een geheel verbindt, brengt

de eenheid tot stand.

Niet alleen de verzen, maar ook de halfverzen van denzelfden regel

volgen niet altijd eenen eenvormigen rhythmus; integendeel, er heeft

wisseling van verscheiden bepaalde versmaten plaats.

Zoo heerscht er afwisseling en vrijheid van beweging.

Maken we dit klaar door eene veronderstelling.

Terwijl onze tegenwoordige dichters zich doorgaans in hetzelfde

stuk aan ééne verssoort houden, b. v. hexameter, alexandrijn,

vijfvoetige jambe, enz., zou de Oudgermaansche zanger in den bouw

zijner halfverzen nu een gedeelte van eenen hexameter gekozen hebben,

dan van een alexandrijn, dan weer van de vijfvoetige jambe, enz.

Welk zijn dan de versmaten, die in het geallitereerde vers afwisselen?

Om hierop te antwoorden, behooren wij twee stelsels te onderscheiden:

sommigen, waaronder Sievers, nemen twee heffingen aan voor het

halfvers; anderen, waaronder ten Brink, integendeel vier.

Wij zullen in breede trekken een begrip geven van beide theorieën

en verwijzen voor de bijzonderheden naar de uiteenzetting door beide

geleerden in den «Grundriss der Germanischen Philologie.» [22]

Beówulf Angelsaksisch volksepos vertaald in stafrijm en met inleiding en aanteekeningen voorzien · 第 33 / 137 题