Wij zien ook, dat Beowulf na zijne troonsbeklimming zich met Eadgils
verbindt, om wraak te nemen over den dood van Heardred, die vroeger
in den oorlog met de Zweden gevallen was.
In deze twee voorbeelden kan men ten minste de wraakoefening billijken,
wel te verstaan van het heidensch standpunt beschouwd der betrokken
personen; doch er doen zich ook gevallen voor, waar de denkbeelden,
die, naar wij gezien hebben, de mannen zich van eenen held vormden,
geheel en al worden omvergegooid; want tegenover dezen plicht houden
alle andere plichten op.
De bloedwraak wettigt de vuigste, minst ridderlijke daden; zij
veroorlooft eedbreuk, ondankbaarheid, kwade trouw en huichelarij.
Wat anders zien wij in de Finnsepisode, waar de Denen in bezongen
worden?
Hengest kan den dood van Hnaf niet verkroppen; voor het oogenblik
nochtans is hij machteloos en in naam zijner Denen zweert hij aan Finn,
den Friezenkoning:
Dat hunner niemand, noch door woord noch werken,
Het bond ooit breken zou, door arglist letten. (1112-13)
Hij ontvangt huisvesting en geschenken van den vorst, blijft den
langen winter bij hem, men zou zeggen, in de beste verstandhouding: