Wie zijt gij, rustingrijken, staalbeschutten? (241)

Vooral trekt de aanvoerder zijne aandacht; want zijn edel uiterlijk

heeft niets gemeen met dat van eenen dorper:

'k Ontwaarde nooit ter wereld koener krijger

Dan uwer een, dien ridder in de rusting.

Voorwaar geen huisman is 't, gedost in 't wapen,

Tenzij 't gelaat, die leest, die eenge, liege. (251-54)

Met welke voorkomendheid bejegent hij niet de vreemdelingen, nadat

zij het doel hunner reis hebben blootgelegd! Hij doet hun een eind

weegs uitgeleide en belooft een wakend oog te houden op hun schip.

Aan het hof gekomen moeten de bezoekers eerst om gehoor vragen,

alvorens bij den koning toegelaten te worden.

Wulfgar komt hun te gemoet en doet de gebruikelijke vragen, want hij

is Hrodgars bode of liever ceremoniemeester, volgens onze hedendaagsche

begrippen.

Daarna treedt hij weder binnen, om hen in gepaste, eerbiedige taal

aan te dienen; hij plaatst zich niet recht voor den koning, maar ter

zijde, aan zijnen schouder, want:

Beówulf Angelsaksisch volksepos vertaald in stafrijm en met inleiding en aanteekeningen voorzien · 第 16 / 137 题