XXIII.

'n Paar dagen later zei Wouter aan tafel: "Vader, ik wou u van avond

graag nog even spreken."

"Goed, jongen, best...." bromde de oude man, weer met dat vergenoegde

gezicht even.

Wim en Anna waren er niet.

En hij ging weer naar boven en ze praatten weer een uur, maar toen hij

beneden kwam, keek hij erg bedrukt. Zijn vrouw kwam naar hem toe. "Wat

is er?" vroeg ze gejaagd.

"Hij wil weg!.... Naar de Transvaal!...."

Toen sloot ze de oogen en zonk neer op 'n stoel .... en lang bleef ze

dof snikkend zoo zitten.

"Hij sprak over 't geld voor de reis," zei Rubrecht nog, .... nou dat

kan hij krijgen natuurlijk...."

De vreemde plant · 第 31 / 47 题