XXIV.

't Was prachtig weer den dag toen Wouter wegging. Ze brachten hem

allemaal naar de boot, zijn ouders, Anna en Wim. Gelukkig! bij het

inpakken van zijn boeltje, waar zijn moeder natuurlijk aan te pas was

gekomen, had hij weer vriendelijk met haar gepraat....

Ze had 'm ook gevraagd wat hij van plan was daar te gaan doen in de

Transvaal. Hij wist 't nog niet, had hij gezegd, hij zou wel zien, hij

had 'n paar aanbevelingen gekregen door toedoen van zijn vrinden en nu

zou hij wel 's zien. Hij zou in ieder geval wel _wat_ krijgen!....

"Je schrijft ons toch vooral gauw, Wouter?"

"Ja zeker .... zeker!...."

Onderweg naar de boot werd niet veel gepraat. Alleen Wim beweerde wat,

hij kraamde schoolwijsheid uit over Zuid-Afrika, hij gaf Wouter nuttige

wenken met 't oog op het klimaat daar en de insecten.

Ze gingen mee op de boot en zagen Wouter's hut en zijn moeder huilde

stil, toen ze 't kleine hokje zag. "Had je nog maar 'n kussen

meegenomen," zei ze.

Eindelijk werd het tijd om afscheid te nemen. Overal op de boot werd al

gezoend en gehuild.... Er werd een bel geluid....

Wouter drukte zijn vader lang de hand.

De oude man sprak met groote moeite 'n paar wenschen uit voor Wouter's

reis en toekomst: "Ik!.... Ik zal je wel nooit meer zien, jongen! ....

maar och! .... als 't jou maar goed gaat!...."

Wouter kuste Anna, gaf Wim 'n hand en wenschte hun beiden gelukkige

bruidsdagen en ook verder .... maar hij kon niet verder.

Toen nam hij zijn moeder in z'n armen.

Hij keek haar lang aan, en zij voelde, drinkend dien laatsten langen

blik, dat hij nog altijd veel van haar hield, maar dat 't toch niet meer

was zooals vroeger. "Je bent nu toch niet meer boos op me?" vroeg ze,

droevig glimlachend. Toen wendde hij z'n blik af en trok even z'n

wenkbrauwen samen.

"Nee, .... moeder, nee .... nee...." zei hij toen. En dan bukte hij zich

snel over haar en zoende haar tweemaal op 'r voorhoofd, dat ze nat

voelde van zijn tranen.

De vreemde plant · 第 32 / 47 题