(_Spreuk van Willem den Eerste._)
Hoe de nood-orkanen woeden,
Hoe, op 's levens holle vloeden,
Speelbal van het wislend lot,--
Laat geen vrees uw hart vervaren;
Rustig op de onstuime baren,
En gelaten 't oog op God.
Cesar, prooi der woeste stroomen,
Weet de vrees zijns volks te toomen,
Door zijn kalm en rustig woord:
"Zou," spreekt hij, "uw moed versagen?
"Hebt gij niet, in spijt der vlagen,
"Cesar en 't geluk aan boord?"
Maurits rust, aan Nieuwpoorts stranden,
Deed zijn heir ten strijd ontbranden,
Schoon aan d' afgrond van 't verderf;
En Oranje's legervanen,
Doen Albertus krijgsroem tanen,
Maurits rust behoudt het erf.
Eerste Willem, Neêrlands Vader!
Zelfs bij 't lood van den verrader,
Bleef uw spreuk uw trouwe tolk:
Treffe een Gerards u moorddadig,--
"Wees, o God! mijn ziel genadig,"
Bidt gij--"en dit arme volk!"
Hoe de nood-orkanen woeden,
Hoe, op 's levens holle vloeden,
Speelbal van het wislend lot,--
Laat geen vrees uw hart vervaren,
Rustig op de onstuime baren,
En gelaten 't oog op God.