Rees mijn Grootjen uit het graf,
(Ach, voor vijf en dertig jaren
Brak de draad haars levens af ...)
Met wat oogen zou ze staren,
Zag zij al de nieuwigheid,
Hier en daar in 't rond verspreid!
Ja, zij meende 't was een droom,
Zag ze molens zonder wieken,
Voortgestuwd door kracht van stoom,
Met fabrijken en trafijken;
En, in 't werken zóó gezwind,
Dat het af schijnt eer 't begint!
Zag ze schepen zonder zeil,
Bliksemsnel langs 't water glijden,
Tal van wagens op hun rail,
Vliegend, zonder paarden, rijden;
"Ik geloof me zelven niet,"
Riep zij, "schoon mijn oog het ziet!"
Zag ze, met den knijpbril op,
't Luchtschip boven de aarde zweven,
En, ten spijt van 't golvend sop,
Als een peil door 't zwerk gedreven,
(Wanneer vangt de proef weêr aan?)
Hoe verbijsterd zou zij staan!
Zag ze de onnaspeurbre kracht,
Waar het goochlend magnetisme,
't Menschdom meê aan 't duizlen bragt,
Of het toovrend galvanisme,--
Zeker vroeg haar angstgekwel:
"Is de Duivel ook in 't spel?"
Sloeg zij eens de werking gâ,
Der atmosferieke drukking,
Die uw hooge geestverrukking
Uitvond, _Clegg_ en _Samuda_!
Werking, waar de stoom voor zwicht ...
Wie beschrijft haar aangezigt?
Oxigéne-Microscoop!
Bragt gij al de monsterdieren
Die, in wriemelenden loop,
Door één' druppel waters zwieren,
Voor heur sidderenden blik,--
Zij bestierf van louter schrik!
Las zij, hoe ons Handelsblad (1),
Ook de huwlijks-koersen teekent;
Der verliefden beeld bevat!
Teederder om weêrmin smeekend,
Naar de markt is, laag, of hoog,--
Schaamte sloot haar zedig oog!
Doch, hoe turend keek ze wel,
Als zij honden kaart zag spelen?
Vlooijen op het krijgsbevel,
In soldaten zich hertelen?
Mooglijk, (knipt ze nooit meer dood,)
Dienen ze eens het land in nood!
'k Zwijg nu, als ze zag, hoe 't gas
Kaars en olie wreed verbande;
Nieuwheidszucht het oude, als was,
Gansch herkneed heeft in den Lande;
"Salomo," zoo riep zij wis,
"Had het dan toch duchtig mis!"
Maar, deed Grootjes liefdrijk hart,
Broeders! eens de vraag aan de aarde:
"Hebt ge, o aard! nu minder smart,
"Dan vóór gij die wondren baarde?"
Wat zou 't antwoord wezen, dat
Grootje dan te wachten had?
* * * * *
(1) Men herinnere zich de bevallige Portretjes bij de
huwelijks-aanvragen.