Theo's ja-knikken gaf hem de vrijheid, de bevestiging van wat de
anderen vermoedden, aan hen over te brengen.
Ze vonden het wèl goed... maar... zóó kwam hij er niet af. Jan
Arps en Koos Venema vonden het goed, hem ééns en voor altijd bij
de Rhandensche jongens in te lijven. Hij moest voor hun rechtbank
komen. Ze deelden hem dat, namens de andere schooljongens mede.
"Toch zeker flauwiteit?" vroeg Cor, die het wel een beetje een leuk
idee vond. Zoo iets was hem nog nooit overkomen.
"Heelemaal geen flauwiteit", antwoordde Jan. "Je moet op de hei, bij
de Steen, beloven dat je voortaan een trouwe Rhandenaar zult zijn,
en nooit meer op Rhanden zult schimpen, of er kwaad van zult
spreken!"