V. Cor wordt bij de oud-Rhandenaars ingelijfd en verjaagt het spook.

Den volgenden morgen ging hij Theo tegemoet.

Langs den dijk drentelde hij heen en weer, maakte een praatje met

een paar knechts van Reinders over de paarden.

"Dat zoo'n stadsjongenheer d'r wat van wist!" verwonderden ze zich.

Het bleek hun, dat Cor z'n oogen goed de kost had gegeven. Hij mocht

mee naar den stal, waar Trui en Mie stonden, de twee, die Poorters'

verhuisboel tegen de hucht hadden opgetrokken. Maar Cor bleef den

dijk in 't oog houden, en toen hij Theo zag aankomen, ging hij dien

tegemoet.

[Illustratie]

Alsof er niets gebeurd was, voegde hij zich bij hem. Theo liet

nauwelijks eenige verwondering blijken, maar gaf slechts luchtigjes

antwoord op Cor's groet. Zoo liepen ze een oogenblik zwijgend naast

elkander voort.

"Heb jij je sommen af?" begon Cor, half-verkennend.

Rhandensche Jongens · 第 12 / 28 题